3-52 | 3-52 |
De heer Didier Ramoudt (VLD). - De haven van Zeebrugge is geschikt om schepen te ontvangen met een diepgang tot 12 m. Oostende is meer geschikt voor short sea shipping, voor schepen dus met een diepgang tot 6 m. Beide havens doen grote inspanningen voor hun economische ontwikkeling. Toch missen deze havens op dit ogenblik trafieken van verse en diepvriesvis en reeds bewerkte diepvriesproducten, zoals champignons, omdat de keuringskosten in vergelijking met Nederland te duur zijn.
Deze trafieken gaan nu meestal richting Vlissingen. Het gaat zelfs zover dat schepen in Zeebrugge binnenlopen, hun andere goederen lossen en dan doorvaren naar Vlissingen om daar de producten die veterinair moeten worden gekeurd, te lossen. Dat is, inclusief het vervoer met vrachtwagen terug naar België, goedkoper dan de producten in België in te klaren.
Dat zet niet alleen een rem op de economische groei van de bedoelde havens, maar heeft ook een invloed op de werkgelegenheid. Het laden en lossen van dergelijke schepen is immers een intensieve bezigheid. Per 100.000 ton zijn er 9.000 mandagen nodig voor transport, 10.000 mandagen voor overslag en 6.000 mandagen voor actieve verdeling. Op jaarbasis komt dit neer op 84 arbeidsplaatsen of op 250 man per 100.000 ton.
In het geval van Oostende kan er bovendien een synergie komen met de luchthaven.
Een vergelijking tussen de keuringstarieven in België en Nederland leert ons het volgende. In België is er een retributie te betalen aan het Instituut voor Veterinaire Keuring. Het minimumrecht bedraagt 38,80 euro op normale werkuren en 77,60 euro buiten de normale werkuren of in het weekend, of minimum 6.063 kilo of 0,0064 euro per kilo.
In Nederland wordt er een retributie betaald aan de Voedsel- en Warenautoriteit. Het minimumrecht bedraagt 54,66 euro en er is een maximumrecht van 420,56 euro, of minimum 6.073 kg of 0,0090 euro per kilo.
In afwijking van de EG-richtlijn 97/78 is het maximumrecht voor schepen geladen met visserijproducten als volgt vastgesteld: 600 euro tot 500 ton, 1.200 euro tot 1.000 ton, 2.400 euro tot 2.000 ton en 3.600 euro tot 3.000 ton.
(M. Armand De Decker, président, prend place au fauteuil présidentiel.)
Aan de hand van deze tarieven levert dat volgende simulaties voor de vistransporten op. Voor een schip van 500 ton bedragen de rechten 3.200 euro in België en maar 600 euro in Nederland. Het verschil ten nadele van België bedraagt dus 2.600 euro. Voor een lading van 2.000 ton bedragen de rechten in België 12.800 euro, in Nederland 2.400 euro. Dat is dus een verschil van 10.400 euro. Voor 3.000 ton bedraagt het verschil 15.600 euro en het neemt geleidelijk toe.
De simulaties voor de containers geven hetzelfde resultaat. Dat wijst er dus op dat het verschil in tarievenregeling tussen België en Nederland concurrentievervalsend werkt voor onze zeehavens. Op termijn zullen dan ook alle schepen de goederen die een veterinaire keuring moeten ondergaan, in Nederland gaan lossen.
Op het ogenblik lopen er tussen de havens van Oostende en Noorwegen onderhandelingen over een contract van 500.000 ton. Als we dat vergelijken met de cijfers die ik zojuist heb aangehaald, is het duidelijk dat het over veel geld en werkgelegenheid gaat. Per vracht van 3.200 ton zouden de kosten 16.880 euro bedragen. Voor de volledige lading van 500.000 ton zou het nadeel voor onze zeehavens miljoenen bedragen.
Wat is het standpunt van de minister dienaangaande?
Is er sprake van concurrentievervalsing door de verschillende keuringsrechten in België en Nederland?
Wat is de oorsprong van dat verschil?
Welke middelen heeft de minister ter beschikking en welke maatregelen kan hij nemen om de concurrentiepositie van de Belgische havens op dat gebied te verstevigen?
Binnen welke termijn kunnen eventueel maatregelen worden genomen, gelet op de aan de gang zijnde onderhandelingen? Ik heb zojuist vernomen dat die onderhandelingen de eerste week van mei zullen worden afgerond. Er zijn maar twee mogelijkheden: Vlissingen of Oostende.
De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Uit uw vraag leid ik af dat de gemaakte simulatie enkel betrekking heeft op de keuringskosten bij de invoer van vis uit derde landen in de grensinspectieposten.
Met betrekking tot de simulaties voor de volumes van 20 tot 100 ton ben ik het eens met de door de heer Ramoudt vermelde bedragen. Wat de simulatie voor volumes van 500 tot 3.000 ton betreft, stel ik vast dat geen rekening werd gehouden met de vermindering die van toepassing is voor volumes boven 100 ton.
Daarenboven werd ook geen onderscheid gemaakt tussen vis die enkel werd gestript en andere vis.
Voor het gedeelte boven de 100 ton wordt het basiskeurrecht van 0,0053 euro per kg immers verminderd tot 0,0016 euro voor vis die geen andere behandeling heeft ondergaan dan het strippen en tot 0,0032 euro voor andere vis. Naast dit bedrag is tevens een recht verschuldigd ter financiering van de algemene kosten van het voedselagentschap. Dit recht is vestgesteld op 20% van het verschuldigde keurrecht.
De door mijn diensten uitgevoerde simulatie waarbij rekening werd gehouden met voormelde vermindering, resulteert in de volgende bedragen.
Voor vis die geen andere behandeling heeft ondergaan dan strippen: tarief 0,0016 euro; voor een volume van 500 ton 1.404 euro en voor een volume van 3.200 ton 6.588 euro.
Voor andere vis: tarief 0,0032 euro; voor een volume van 500 ton 2.172 euro en voor een volume van 3.200 ton 12.540 euro.
Ik vestig er evenwel de aandacht op dat de cijfers van tabel 1, die de heer Ramoudt heeft gegeven, een vertekend beeld geven van de realiteit.
Conform de Europese regelgeving moet een keurrecht worden aangerekend per zending waarvoor een gezondheidscertificaat werd uitgereikt. In de regel wordt per container, die ongeveer 20 tot 25 ton kan bevatten, een gezondheidscertificaat afgegeven. Het keurrecht zal dan ook meestal berekend worden op hoeveelheden tot 20 à 25 ton. Zendingen van meer dan 100 ton op één gezondheidscertificaat vormen dan ook de grote uitzondering.
De berekeningen gebaseerd op hoeveelheden van 500 à 3000 ton zijn dan ook niet realistisch. Dat blijkt trouwens uit de berekeningen opgenomen in tabel 2.
Voor volumes van 20 tot 100 ton zijn de verschillen tussen België en Nederland eerder gering. Dat is zeker het geval voor de meest voorkomende hoeveelheden van 20 ton.
Wat specifiek de onderhandelingen betreft om Noorse vistrafieken naar Oostende te halen, kan de financieringsregeling geen enkel beletsel vormen. Noorwegen wordt op het vlak van de veterinaire controles immers gelijkgeschakeld met de lidstaten van de Europese Unie. Dat heeft voor gevolg dat zendingen vis van Noorse oorsprong niet beschouwd worden als afkomstig vanuit een derde land en bijgevolg in Noorwegen moeten worden gekeurd. Bij aankomst in Oostende zijn voor die zendingen geen keurrechten meer verschuldigd.
Indien er dan nog verschillen bestaan tussen België en Nederland, houden die verband met de specifieke kenmerken van de Belgische financieringsregeling.
Bij de hervorming van de financiering van de keuring die vervat is in het koninklijk besluit van 28 september 1999 werden de rechten, op uitdrukkelijk verzoek van de onderscheiden sectoren, zoveel mogelijk afgestemd op de reële kost van de keuring per bedrijfssector en per bedrijf.
Daarbij werd er rekening mee gehouden dat het Instituut voor Veterinaire Keuring niet kan rekenen op financiële middelen uit de schatkist en bijgevolg volledig zelfbedruipend moet zijn.
Daarenboven is op vraag van de sectoren de onderlinge solidariteit tot een minimum beperkt.
Ten slotte wordt de keuring in België uitsluitend door dierenartsen verricht, hetgeen eveneens zijn invloed heeft op de kostprijs van de keuring. Die factoren hebben ertoe geleid dat voor bepaalde sectoren het bedrag van het keurrecht hoger kan liggen dan in sommige andere lidstaten van de Europese Unie.
Momenteel wordt een algemene financieringsregeling voor het voedselagentschap uitgewerkt. Waar nodig kan de huidige financieringsregeling voor vis worden bijgestuurd.
De heer Didier Ramoudt (VLD). - Ik noteer dat op de vis die uit Noorwegen wordt ingevoerd, geen keurrechten meer worden geheven. Het gaat wel om diepvriesvis en ik weet niet of in dat geval keuring verplicht is. We moeten nagaan of Noorwegen keurt. Mogelijk gaat het om doorvoer en in dat geval moeten in Oostende wel keurrechten worden betaald.
De argumentatie van de minister in verband met het verschil in keuringsrechten tussen Nederland en België steunt op het feit dat we een betere keuring zouden hebben. In dat geval stel ik vast dat de Europese regeling niet werkt. Nederland dat een minder goede kwaliteitskeuring heeft, kan dan zonder problemen vis invoeren in België. Dat komt de volksgezondheid niet ten goede.
(M. Hugo Vandenberghe, vice-président, prend place au fauteuil présidentiel.)