3-52 | 3-52 |
M. le président. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra au nom de Mme Freya Van den Bossche, ministre de l'Environnement, de la Protection de la consommation et du Développement durable.
De heer Jacques Germeaux (VLD). - De Belg dumpt jaarlijks duizenden ioniserende rookdetectoren, waarvan de radioactieve bestanddelen later via de afvalverbranding in de lucht terechtkomen. In de meeste huishoudens komen deze toestellen immers vroeg of laat in de vuilnisbak terecht. Bij brand komen brandweerlui bovendien vaak als eersten in contact met deze radioactieve gassen.
De gevolgen voor mens en milieu zijn zo dramatisch dat de verkoop van deze toestellen in onze buurlanden werd verboden. Het advies van de Hoge Gezondheidsraad stelt dat het gebruik ervan niet langer gerechtvaardigd is gezien de valabele alternatieven van optische rookmelders. In het Vlaams Parlement werd reeds een voorstel van decreet ingediend houdende de verplichting tot het plaatsen van optische rookdetectoren in nieuw te bouwen woongelegenheden. In de huidige Belgische wetgeving en de bestaande Europese richtlijnen zitten nog heel wat hiaten om een sluitende wetgeving betreffende verwijdering, definities, toepassingsgebied, en zo meer mogelijk te maken.
Hoever staat het met de studie die de minister zou laten uitvoeren inzake het verbod op verkoop?
Welke wetgevende initiatieven zal de minister nemen om de risico's van het gebruik van deze detectoren te vermijden?
De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Op basis van de aanbeveling uit 1977 van het Agentschap voor Kernenergie, NEA, van de OESO, die vandaag nog steeds onverkort geldig is, en die gevolgd werd door de Belgische veiligheidsautoriteiten, bevoegd voor stralingsbescherming, kon de commercialisering van de ionisatierookmelders voor aanwending in de huishoudelijke sector zonder beperkingen worden toegestaan wanneer de toestellen conceptueel voldeden aan enkele voorwaarden inzake uitwendige stralingsafgifte en radioactieve inhoud.
Ze was gebaseerd op wetenschappelijke risicoanalyses voor de volksgezondheid en op scenario's die rekening hielden met de verspreiding van de aanwezige radioactieve stoffen in het leefmilieu via de toen gangbare huisvuilverwerking. Bij verbranding, bijvoorbeeld in een huisvuilverbrandingsinstallatie, is de fractie van de radioactiviteit die in de rookgassen terecht komt, uiterst gering. Het allergrootste deel van deze radioactiviteit vindt men terug in de verbrandingsresidu's. Ook voor de brandweer is er geen enkel risico.
Het gaat hier om uiterst nuttige toestellen, die bijdragen tot een meer veilige woonomgeving. Rookmelders waarschuwen tegen een veel groter gevaar dat de bevolking bedreigt namelijk het risico van brand in woningen, waarbij soms doden en verminkte personen te betreuren zijn.
Er kan echter niet worden ontkend dat het afvalstoffenbeleid de voorbije 25 jaar sterk is geëvolueerd, zowel wat betreft de radioactieve als de niet-radioactieve afvalstoffen, onder meer door het aanmoedigen van de recyclage van afgedankte elektrische en elektronische apparatuur, zoals rookmelders.
Op vraag van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC) heeft de Hoge Gezondheidsraad op 13 juni 2003 een advies over de ionische branddetectoren uitgebracht. De Raad heeft voor de toestellen gebruikt in de huishoudelijke omgeving een uitdovingsbeleid en een selectieve inzameling van de reeds in omloop gebrachte toestellen aanbevolen. Er is ook een gelijkaardige heroverweging in andere Europese lidstaten, bijvoorbeeld Nederland.
Het advies van de Hoge Gezondheidsraad wordt nu door het FANC verwerkt in de omzetting van de Europese richtlijn 2002/96/EG van 27 januari 2003 betreffende Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur, waar onder meer de bezorgdheid voor de recyclage van materialen met radioactieve verontreinigingen tot uiting komt. Indien bij de ten uitvoerlegging wijzigingen nodig zouden zijn aan het koninklijk besluit tot vaststelling van het Algemeen Reglement voor de Bescherming tegen ioniserende straling, zal ik als bevoegde minister de nodige initiatieven nemen om deze aan de ministerraad voor te leggen.
Een essentieel element dat het vandaag mogelijk maakt over te gaan tot een bijsturing van het beleid inzake de commercialisering van ionisatie rookmelders, is het op de markt komen van een type rookmelder, zoals de optische, die geen radioactieve stoffen bevat, met ten minste even goede prestaties als de ionische en tegen een redelijke prijs.
Er is dus geen enkele reden om de ionische detectoren nu plots uit de woonomgeving te bannen.