3-51 | 3-51 |
De voorzitter. - Het woord is aan de heer Devolder voor een mondeling verslag.
De heer Jacques Devolder (VLD), rapporteur. - De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging heeft het voorstel van resolutie betreffende de genocide van 1994 in Rwanda en de moord op Belgische burgers bij de tiende herdenking van die gebeurtenissen besproken tijdens haar vergaderingen van 30 maart en 1 april 2004.
De heer Destexhe, hoofdindiener van het voorstel, herinnerde eraan dat de herdenking van de genocide en van de moord op de Belgische paracommando's en Belgische burgers in Rwanda in 1994 op 7 april zal plaatsvinden. Het voorstel van resolutie werd door acht leden van de Senaat ondertekend. Middels deze resolutie nodigt de Senaat in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van de natie de burgers uit deze gebeurtenissen te herdenken.
Spreker wijst erop dat de Senaat in 1997 een onderzoekscommissie heeft opgericht die de omstandigheden van de tragedie heeft onderzocht. De resolutie verwijst naar de werkzaamheden van de onderzoekscommissie, alsook naar de onderzoeksrapporten van de Franse Assemblée nationale en van de Verenigde Naties. Zij brengt de vaststellingen van de onderzoekscommissie in herinnering, stellende dat de Verenigde Naties en verscheidene landen, waaronder België, op de hoogte waren van de voorbereidselen tot de massamoorden en er misschien niet de nodige gevolgtrekkingen aan hebben gekoppeld. Verder herinnert de resolutie aan de betreurenswaardige beslissing om de verenigde troepen van de Verenigde Naties terug te trekken op het ogenblik van de genocide.
De resolutie legt de nadruk op het specifieke karakter van een genocide. Het is een zeldzame gebeurtenis en de term wordt vaak oneigenlijk gebruikt. Een genocide heeft de intentie om een groep als dusdanig uit te roeien, zoals de joden tijdens de tweede wereldoorlog. Vanzelfsprekend brengt de resolutie in herinnering dat twintig landgenoten, tien militairen en tien burgers, het met hun leven hebben moeten bekopen.
Tot besluit nodigt de resolutie de burgers uit om de gebeurtenissen te herdenken met een ogenblik van herinnering en bezinning, meer in het bijzonder over de lessen die eruit moeten worden getrokken. Intussen hebben de Veiligheidsraad en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties een verklaring bekendgemaakt, waarin ze oproepen om een minuut stilte ter herinnering aan de gebeurtenissen in acht te nemen. De Senaat kan zich vervolgens zonder problemen aansluiten bij de internationale initiatieven.
Tijdens de algemene bespreking verklaarde de vertegenwoordiger van de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken dat het voorstel van resolutie inderdaad op een geschikt ogenblik wordt besproken. Hij herinnert eraan dat de eerste minister, de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Landsverdediging, de minister van Ontwikkelingssamenwerking en de familieleden van de in 1994 vermoorde landgenoten de herdenkingsplechtigheden in Rwanda zullen bijwonen. Hij stipt aan dat iedereen het erover eens is dat in 1994 vooral de Tutsi's het slachtoffer van de genocide zijn geworden, maar wijst erop dat de Rwandese president Kagame tijdens zijn recent bezoek aan ons land dit niet in dezelfde bewoordingen beschreef.
Er worden ook andere slachtoffers gevonden. In een streven naar verzoening lijkt het dan ook aangewezen dat voor de consideransen een meer algemene woordkeuze wordt gebruikt. De spreker verwijst naar de signalen die reeds vóór de genocide van april 1994 door verschillende actoren werden uitgezonden en die in tal van rapporten zijn opgenomen. Volgens hem zijn de recente verklaringen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties correct. We kregen bepaalde inlichtingen, maar hebben ze niet met voldoende aandacht onderzocht. Op dat ogenblik werd het woord genocide nog niet gebruikt en was er eerder sprake van groepen van massamoorden. Pas in de maand mei begon men de term genocide te gebruiken. Als de geschiedenis objectief wordt bekeken, moet worden erkent dat het terugtrekken van de Belgische paracommando's het gevolg was van de dramatische dood van de tien soldaten. De uitnodiging aan de bevolking om de tragische gebeurtenissen te herdenken, kan misschien worden uitgebreid met een oproep om op 7 april een minuut stilte in acht te nemen, zoals de secretaris-generaal van de UNO onlangs heeft voorgesteld.
Mevrouw de Bethune verklaart namens haar fractie dat het herdenken van de genocide op een waardige en geëngageerde manier door middel van een resolutie een eerbaar doel is. Ze verklaart eveneens dat ze niet werd uitgenodigd om het voorstel mede te ondertekenen, maar bereid is de tekst te amenderen en desgevallend goed te keuren. Volgens haar is het dispositief correct, maar gaat het niet ver genoeg.
Een loutere herdenkingsplechtigheid vindt ze echter niet voldoende. Ten overstaan van de slachtoffers, hun familie en de rest van het land moet de internationale gemeenschap zich engageren om de oorzaken en de aanleiding van de genocide te onderzoeken. Ook moeten de schuldigen worden opgespoord en gestraft. Straffeloosheid is onduldbaar. Er moet veel actiever worden gewerkt om de verzoening tot stand te brengen en de samenlevingsstructuur weer op te bouwen. De internationale gemeenschap moet met meer gezag het huidige bestuur in Rwanda daarop attent maken.
Een aantal consideransen zouden moeten worden gepreciseerd. Mevrouw Nyssens verklaart dat ze onder de indruk is van de terechte opmerkingen van de vertegenwoordiger van de minister. Als de resolutie wordt geamendeerd zoals gevraagd, wordt de juiste klemtoon gelegd. De opmerkingen zijn immers gelijklopend met de recente verklaringen van de secretaris-generaal van de UNO, die van rechtvaardigheid en billijkheid getuigen. Spreekster waarschuwt ervoor dat de aangenomen tekst het opgelegde kader overschrijdt. Het hoofddoel is de oproep tot de herdenking.
Na grondige bespreking werd de tekst van het voorstel van resolutie door de commissieleden geamendeerd. Het geamendeerde voorstel van resolutie wordt eenparig aangenomen door de elf aanwezige leden. Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van een mondeling verslag.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Herdenken en voorkomen moet het uitgangspunt zijn van de resolutie. Bijna tien jaar na de gruwelijke genocide in Rwanda, waarbij niet alleen Tutsi's en gematigde Hutu's, maar ook een aantal landgenoten om het leven werden gebracht, blijven nog vele vragen onopgelost. Waarom? Hoe is het kunnen gebeuren? Welke rol hebben de verschillende actoren in 1994 gespeeld? Deze en wellicht vele andere vragen leven nog steeds bij de nabestaanden van de slachtoffers en bij de wereldgemeenschap. Vragen die onbeantwoord zijn gebleven omdat die genocide zoals nog andere genociden omgeven wordt door een muur van stilte en schaamte, in een poging de verschrikkelijke gebeurtenissen diep in het wereldgeheugen weg te moffelen.
Zoals VN-secretaris-generaal Kofi Annan enkele dagen geleden stelde, moet de stilte waarmee genociden in het verleden werden onthaald, vervangen worden door een algemeen protest en de bereidheid om klaar en duidelijk aan te tonen wat er is misgelopen is.
De oproep tot één minuut stilte voor alle slachtoffers is een eerste stap, maar ook maar een eerste stap. Het is een eerbetoon en tegelijkertijd een vingerwijzing voor de internationale gemeenschap die haar ogen heeft gesloten voor de zoveelste genocide. De internationale gemeenschap moet verder durven te gaan en haar verantwoordelijkheid opnemen. De Rwandese genocide voor het oog van de wereldcamera's heeft niet alleen de wereldbeschaving aangetast, maar ook de fundamenten van de autoriteit van de Verenigde Naties en de effectiviteit van het peacekeeping-principe.
Herdenken is onontbeerlijk, maar men moet durven verder te gaan dan louter herdenken. De wereldgemeenschap kan genociden alleen voorkomen door de oorzaak te achterhalen, de schuldigen te vervolgen en te bestraffen en te streven naar verzoening. Die drie fundamentele elementen ontbreken nog steeds, tien jaar na de gruwelijke gebeurtenissen. Gerechtigheid brengen, de feiten achterhalen en de waarheid spreken dat is de taak van de internationale gemeenschap bij monde van de Verenigde Naties. Tot op heden heeft ze daaraan grotendeels verzaakt, waardoor ze de Rwandezen voor een tweede keer in tien jaar aan hun lot heeft overgelaten.
De Verenigde Naties moeten dringend de waarheid over de gebeurtenissen van 1994 in Rwanda achterhalen. Daarom roep ik de regering op om er bij de Verenigde Naties op aan te dringen een onderzoekscommissie op te richten, die onverwijld een onderzoek instelt naar alle gebeurtenissen vóór en na 7 april 1994. Onderzoeken in België, in Frankrijk en in een aantal andere direct betrokken landen kunnen niet volstaan. Die zaak overtreft immers de betrokkenheid van die landen.
Gerechtigheid is een noodzakelijke voorwaarde voor verzoening. Gerechtigheid moet geschieden. Het kan niet dat tien jaar na de feiten nog ongeveer 85.000 mensen opgesloten zitten zonder enige vorm van proces of zelfs zonder effectieve inbeschuldigingstelling. De Rwandese overheid moet werk maken van de procedures en van de bestraffing. Selectieve straffeloosheid is niet aanvaardbaar. Zowel wie zich in 1994 aan de genocide heeft schuldig gemaakt, als wie na 1994 misdrijven tegen de menselijkheid heeft begaan, moet worden gestraft, niet alleen opdat gerechtigheid zou geschieden, maar ook om het oorlogstrauma te helpen verwerken en de verschillende bevolkingsgroepen in Rwanda met elkaar te verzoenen.
Verzoening is het uiteindelijke doel. Zonder verzoening blijft de haat in de Rwandese samenleving gisten. Onze resolutie toespitsen op één minuut stilte op de verjaardag van de genocide is al te gemakkelijk. Het komt erop aan vrede en verzoening in de Rwandese samenleving te bewerkstelligen. Daarom moet de waarheid worden achterhaald, moeten de schuldigen bestraft, de verzoening bewerkt en de democratie hersteld. Om die reden heeft mijn fractie een amendement ingediend dat ertoe strekt die vier dimensies op te nemen in het beschikkend gedeelte van de resolutie. CD&V wil een bescheiden steentje bijdragen tot de verzoening en de herdenking. Daarom hebben wij constructief meegewerkt aan het opstellen van de resolutie en daarom ook hebben wij nog twee andere amendementen ingediend na de goedkeuring in de commissie. Ze zullen weldra worden rondgedeeld.
Met die amendementen willen we enerzijds het verzoeningsproces integraal in de resolutie opnemen en anderzijds naast het eerbetoon aan de Rwandese slachtoffers, ook uitdrukkelijk onze vermoorde landgenoten, zowel militairen als burgers, gedenken. Op die manier wensen wij onze verbondenheid met hun nabestaanden uit te drukken. De Belgische Senaat mag de Belgische slachtoffers die in opdracht van hun land in Rwanda zijn gesneuveld, niet vergeten.
Mme Isabelle Durant (ECOLO). - Je partage largement le souci de l'ensemble des sénateurs sur l'importance de la rédaction d'un texte, notamment en ce qui concerne la commémoration et la minute de silence. Celle-ci est certes symbolique mais elle peut avoir son importance car le monde est fait de symboles.
En revanche, j'ai déposé un amendement qui va dans le sens de la dernière intervention de Mme de Bethune et qui propose d'aller un peu plus loin. L'engagement pris par la Belgique avec la commission d'enquête sur les événements du Rwanda, les excuses publiques présentées en notre nom voici deux ou trois ans à Kigali par le premier ministre, les travaux judiciaires et notamment le procès des quatre de Butare, ici, en Belgique sont autant de signaux démontrant que notre pays cherche à assumer sa responsabilité, laquelle avait d'ailleurs été mise évidence dans le cadre de la commission d'enquête.
À ce titre, dix ans plus tard, je pense qu'il importe de ne pas se limiter à la commémoration. C'est pourquoi j'ai rédigé cet amendement qui invite le gouvernement, sans lui demander d'en porter toute la responsabilité, à oeuvrer en vue d'obtenir, sous l'égide de la communauté internationale, la création d'un fonds de réparation à l'égard des victimes. Parmi les rescapés et survivants, je pense en particulier aux femmes. Celles-ci ont payé un très lourd tribut pendant les trois mois d'atrocités. Non seulement elles ont été elles aussi victimes de massacres, mais beaucoup d'entre elles ont contracté le sida au travers de viols horribles. À ce titre, je pense qu'elles sont doublement victimes. Mon amendement vise avant tout à permettre d'entrer dans une logique de réparation.
Mme Clotilde Nyssens (CDH). - J'ai participé aux travaux de la commission, excepté à la réunion de cet après-midi quelque peu improvisée. Je voudrais simplement rappeler que notre groupe votera la résolution que j'avais signée au départ. En commission, certaines choses ont été rééquilibrées, notamment la formulation relative au génocide, au massacre des Tutsis et de celui de nombreux démocrates Hutus. Cet amendement ne posait aucun problème mardi.
En ce qui concerne la politique de réconciliation et à l'égard des victimes soulignée par Mme de Bethune, il est évident que l'histoire ne s'arrête pas à la commémoration souhaitée par tous la semaine prochaine et que nous sommes très attentifs à ce qui se passe actuellement au Rwanda. Ici en Belgique, nous avons de nombreux contacts avec des personnes qui continuent à oeuvrer dans le sens d'une réconciliation.
Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V) Ik stel nog een taalcorrectie voor. Het gaat over het punt E van de overwegingen. In het Frans staat er "... le massacre de nombreux démocrates hutus". Dat wordt in het Nederlands vertaald als "... de moord op de vele democratische Hutu's". Na overleg met de taaldienst stel ik volgende correctie voor "... de massamoord op de vele democratische Hutu's".
M. Alain Destexhe (MR). - En commission, nous avons eu de très longues discussions sur la traduction en néerlandais du terme « génocide » : soit genocide, soit volkenmoord. Je voudrais demander à M. Coveliers si le mot massamoord convient pour évoquer le massacre de nombreux démocrates hutus.
De heer Hugo Coveliers (VLD). - Ja.
M. Alain Destexhe (MR). - Très bien.
-De bespreking is gesloten.