3-536/1 | 3-536/1 |
3 MAART 2004
Vorig jaar werden er zowel op het regionale als op het federale niveau enkele parlementaire initiatieven genomen betreffende het verplicht gebruik van open source software binnen de openbare besturen. We verwijzen hierbij zowel naar een voorstel van ordonnantie, ingediend in het Brussels Parlement (COCOF), als naar de wetsvoorstellen van de heer Roelants du Vivier en mevrouw Defraigne betreffende het gebruik van open standaarden en de beschikbaarheid van broncode van de software bij de federale besturen (stuk Senaat, nr. 3-216 BZ 2003) en van de heer Istasse betreffende het gebruik van vrije software in de federale overheidsbesturen (stuk Senaat, nr. 2-1607 2002/2003).
Deze voorstellen willen aan alle overheidsdiensten het gebruik opleggen van software waarvan de broncode vrij beschikbaar is. Alle fabrikanten van software die hun broncode niet ter beschikking stellen en hun producten aanbieden volgens het principe van vergoeding van intellectuele eigendom worden op die manier de facto uit de markt geprijsd. Dat komt neer op een fundamentele schending van het principe van de eerlijke concurrentie en de vrije markt.
Agoria, die het standpunt van de gehele Belgische ICT-industrie verkondigt, verzet zich dan ook tegen dergelijke wetgeving. Agoria argumenteert dat er geen wetgevend initiatief nodig is om de beste technologiekeuze voor elke overheidsdienst te waarborgen. « De regels van de vrije markt en de autonomie van elke overheidsdienst staan garant voor het bepalen van de keuzecriteria. Technologische regulering zal bovendien snel verouderd zijn en dus onbruikbaar. »
De Raad van State bracht advies uit inzake de Brusselse voorstellen van ordonnantie. De Raad stelt dat het aan elke overheidsinstantie zelf toekomt (en niet aan de wetgever) technische keuzecriteria op grond van haar behoeftes te bepalen; en een wet die een technologiekeuze oplegt, komt in feite neer op een wijziging van de wet op de overheidsopdrachten.
Tot nu toe heeft geen enkel land een wet aangenomen die het gebruik van open source software in de overheidssector verplicht. Integendeel, verschillende landen, zoals het Verenigd Koninkrijk en Denemarken, hebben onlangs niet-dwingende resoluties aanvaard.
Op 20 juni 2003 publiceerde de Deense overheid een witboek over haar strategie met betrekking tot de aankoop van informaticamaterieel. In dat document wordt onderstreept dat de aankoopbeslissingen zullen worden geleid door twee criteria : de kwaliteit en de verhouding prijs-kwaliteit. Het witboek stelt ook voor een model te ontwikkelen om de totale aankoopkosten te berekenen om elke software-oplossing te kunnen beoordelen. Het onderstreept het belang van open standaarden om een uitgebreide softwarekeuze en de interoperabiliteit tussen de systemen te verzekeren.
De Britse regering publiceerde op 15 juli 2002 een rapport over het gebruik van open source software bij de Britse overheid. De conclusie van dat verslag luidt dat de regering bij de aankoop van IT-infrastructuur de open source softwareoplossingen in aanmerking neemt naast de proprietary software. Bij de toekenning van de contracten zal rekening worden gehouden met de tegenwaarde voor elk pond dat wordt uitgegeven (« on a value for money basis »).
De ministeriėle verklaring van Como (7-8 juli 2003) in het raam van de e-governement-conferentie 2003 ten slotte onderstreept de noodzaak voor de overheidsdiensten om zo goed mogelijk te communiceren met IT-infrastructuur van de andere beleidsniveaus.
De aankoopkosten van niet-commerciėle software zijn vaak beperkt en dat maakt dit type software bijzonder interessant op het moment van de aankoop. Maar net zomin als privé-bedrijven, mogen openbare diensten zich baseren op de initiėle aankoopprijs. Ze moeten ook rekening houden met de totale aankoopkosten om na te gaan welke invloed de aangekochte software zal hebben op het IT-budget van een administratie. De totale aankoopkosten omvatten niet alleen de prijs van de licenties, maar ook andere beslissende factoren, zoals de interne en externe diensten (inclusief opleiding, installatie, support, onderhoud en de ontwikkeling van oplossingen op maat) en de risico's in verband met de waarborgen die voor het product worden geboden.
Deze resolutie wil dan ook de overheidsdiensten wijzen op het belang van de Total Cost of Ownership bij de aankoop van software. Een grondige analyse en vergelijking van alle producten die op de markt zijn, lijkt een veel zinvollere en budgettair meer verantwoorde opdracht dan overheidsdiensten bij wet te verplichten met een of andere speler te werken.
| Jean-Marie DEDECKER. Stefaan NOREILDE. |
De Senaat,
A. het toenemende belang van het gebruik van open source software in de overheidsinstellingen onderschrijvend;
B. deze overheidsdiensten aanmoedigend om in hun administraties de systemen en processen te herdefiniėren en om de acties op de verschillende bevoegdheidsniveaus beter te coördineren via het gebruik van open standaarden;
C. het belang (zowel budgettair als inhoudelijk) voor alle overheidsdiensten onderstrepend om bij de aankoop van software voor intern gebruik de producten te selecteren op basis van hun verdiensten en producten te kiezen die de grootste waarde bieden voor de te realiseren investeringen, rekening houdend met de beste verhouding tussen de aankoopkosten en de functionaliteiten van het product, afhankelijk van de specifieke behoeften van de dienst;
D. noodzaak noch heil ziend in een wettelijke regeling die de overheid zou verplichten open source software te gebruiken,
vraagt de regering erover te waken dat de federale overheid bij haar beslissingen met betrekking tot de aankoop van software rekening zou houden met de voordelen van alle producten die beschikbaar zijn op de markt, inclusief open source software, en dat ze die oplossing zou kiezen welke de beste verhouding biedt tussen de totale aankoopprijs en de functionaliteiten van de aangekocht producten, volgens de behoeften die per specifiek geval worden gedefinieerd.
5 februari 2004.
| Jean-Marie DEDECKER. Stefaan NOREILDE. |