3-44

3-44

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 19 FEBRUARI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Erika Thijs aan de vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken over ęde interventietijd bij brandĽ (nr. 3-137)

De voorzitter. - De heer Hervť Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de FinanciŽn en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van FinanciŽn, antwoordt namens de heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Elke inwoner heeft recht op dezelfde veiligheidszorg en goede hulpverlening. Na lang aandringen van de brandweer is de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken midden 2002 gestart met een proefproject inzake risicoanalyse in vijf brandweerzones. De eerste fase van die risicoanalyse, de berekening van de interventietijd, is afgerond. De interventietijd is de som van de tijd die nodig is om de oproep in de brandweerkazerne te verwerken, de tijd die het brandweerpersoneel nodig heeft om te vertrekken en de tijd nodig om naar de plaats van de brand te rijden.

Uit de risicoanalyse in Limburg-Oost blijkt dat de bestaande brandweerkazernes er geografisch goed gespreid liggen, maar dat er voor bepaalde, dichtbevolkte gebieden toch knelpunten zijn. De oprichting van voorposten is dus erg nuttig. In onze buurlanden bepaalt de centrale overheid binnen welke tijdspanne de brandweer ter plaatse moet zijn. In BelgiŽ is er geen enkele richtlijn.

Dat brengt mij bij een reeks vragen. Het eerste deel van de risicoanalyse, namelijk de berekening van de interventietijd, is achter de rug. Zal er voor de interventietijd een norm worden vastgelegd? Tijdens de tweede fase van de risicoanalyse worden alle belangrijke of gevaarlijke locaties in de brandweerzone geÔnventariseerd. Het gaat om locaties waar de brandweer altijd zeer snel ter plaatse moet zijn. Zijn er financiŽle middelen vrijgemaakt om de tweede fase van de risicoanalyse uit te voeren?

De risicoanalyses zijn momenteel beperkt tot vijf brandweerzones. Zal de minister deze analyses in heel BelgiŽ laten uitvoeren? Hebben die analyses ook implicaties op de interventietijden van medische interventies en de civiele bescherming? Zal de minister financiŽle middelen vrijmaken voor het oplossen van de knelpunten die uit de analyses naar voren komen? Tegen wanneer mogen we de resultaten van de tweede fase van die analyse verwachten?

De heer Hervť Jamar, staatssecretaris voor Modernisering van de FinanciŽn en de Strijd tegen de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van FinanciŽn. - De risicoanalyse was statisch en alleen gericht op de opkomsttijd. De minister is van plan om deze ervaring uit te breiden en een risicoanalyse te laten uitvoeren die ook rekening houdt met andere factoren. Het is de bedoeling de richtlijnen voor de interventietijden te bepalen op basis van een totale beeldvorming. Voor de nieuwe risicoanalyse zullen de nodige middelen worden uitgetrokken. De risicoanalyse zal worden uitgevoerd op het hele Belgische grondgebied. De analyse zal rekening houden met alle opdrachten van de hulpdiensten.

Zolang we niet weten welke knelpunten er uit de risicoanalyse naar voren zullen komen, kunnen we niet bepalen hoeveel financiŽle middelen we voor de oplossing moeten uittrekken. Het bestek voor de risicoanalyse is goedgekeurd. De volgende stap is nu deze opdracht aan een universiteit toe te wijzen. Een van de gunningscriteria die in het bestek voor de uitvoering van een risicoanalyse is opgenomen, is de termijn waarbinnen de resultaten van de risicoanalyse moeten worden meegedeeld. We moeten dus wachten op de offertes van de inschrijvers op deze overheidsopdracht.

Mevrouw Erika Thijs (CD&V). - Ik wil toch even repliceren, ook al is de bevoegde minister niet aanwezig. Mijn repliek wordt in het verslag opgenomen en we kunnen de zaak dan eventueel nog volgen in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Het antwoord op mijn eerste vraag voldoet mij niet. De minister zegt dat hij nog geen richtlijn zal opstellen omdat hij eerst een totaalbeeld van de situatie wil hebben. Eerst start men een proefproject in vijf zones, maar de minister vindt dat daarna onvoldoende. Ik begrijp dat niet.

Het antwoord op mijn tweede vraag is duidelijk. Mijn vierde vraag had betrekking op het vrijmaken van financiŽle middelen om de knelpunten uit de analyse op te lossen. Het is toch evident dat hiermee rekening wordt gehouden als men de knelpunten wil oplossen. Het verheugt me dat de uitvoering van het onderzoek aan een universiteit zal worden toevertrouwd. Ik hoop dat daar spoedig werk van wordt gemaakt. In de ons omringende landen bestaan er duidelijke richtlijnen en normen. Ook in ons land moeten die er komen. Heel wat brandweerkorpsen kijken daar overigens naar uit.