3-41

3-41

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 5 FEBRUARI 2004 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de minister van Mobiliteit en Sociale Economie over «het terugstorten van een groot aandeel van de boetes aan de politiezones» (nr. 3-183)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Het doet me plezier de minister van Mobiliteit vanop deze tribune een vraag te kunnen stellen.

In de vorige legislatuur, toen de minister en ikzelf nog lid waren van dezelfde partij, heb ik een voorstel ingediend om 80% van de penale boetes rechtstreeks terug te storten naar de politiezones. Daardoor zouden de politiezones niet alleen te maken hebben met de negatieve gevolgen van het beleid zoals boze reacties op boetes, maar ook met positieve gevolgen meer bepaald extra financiële middelen voor het organiseren van meer verkeersveiligheid. Dat lijkt me nogal logisch aangezien de meeste ongevallen op gemeente- en gewestwegen gebeuren, namelijk 90% van de ongevallen met dodelijke afloop en 84% van de ongevallen met lichamelijk letsel. Bij die ongevallen treedt de lokale politie op. Die wordt dan ook door de plaatselijke bevolking positief of negatief beoordeeld.

De voorstellen die de regering uitwerkt in deze materie staan haaks op het voorstel dat ik in de vorige legislatuur heb uitgewerkt en zijn volgens mij totaal onaanvaardbaar zowel vanuit het oogpunt van lokale autonomie als om communautaire redenen. Voor dat laatste argument kan de minister zeker niet ongevoelig zijn.

Vandaar volgende vragen.

Ten eerste, hoeveel bedragen de totale inkomsten aan penale boetes per gewest in 2000, 2001 en 2002 en zijn al gegevens bekend voor 2003, eventueel per trimester?

Ten tweede, zal de minister een nieuw voorstel doen dat elke transfer tussen de gewesten onmogelijk maakt?

Ten derde, hoe staat de minister tegenover een responsabilisering van de politiezones die erop neerkomt een aanzienlijk deel van de penale boetes worden teruggestort aan de zones waar de boetes werden vastgesteld?

Ten vierde, wat belet de minister om zoals afgesproken, de middelen van 2004 nog dit jaar uit te keren?

De heer Bert Anciaux, minister van Mobiliteit en Sociale Economie. - Het genoegen is wederzijds, mijnheer Vankrunkelsven. Het verheugt me u een antwoord te mogen geven.

Zoals bekend wil de regering het aantal verkeersslachtoffers drastisch verminderen, met ten minste 33% tegen 2006 en met 50% tegen 2010.

De wet van 7 februari 2003 maakt het mogelijk om - in de lijn van het voorstel van de heer Vankrunkelsven - een deel van de ontvangsten van de strafrechtelijke boetes te herverdelen. Komen daarvoor in aanmerking de politiezones die een overeenkomst hebben gesloten met de federale staat met betrekking tot het versterken van de verkeersveiligheidsacties. In de vorige legislatuur werd daarover overigens een ontwerp van koninklijk besluit voorbereid.

De cijfers voor 2003 zullen over veertien dagen beschikbaar zijn. Indien gewenst, kan ik die meedelen.

De cijfers voor 2000 kan ik niet per gewest geven, alleen per gewestelijke directie. Het bedrag van de boetes van veroordelingen, transactionele stortingen en onmiddellijke inningen komt in totaal overeen met 102,23 miljoen euro voor de Vlaamse gewestelijke directies, zijnde Antwerpen, Brugge, Gent, Hasselt en Mechelen.

Voor de Waalse gewestelijke directies, Aarlen, Luik, Bergen en Namen, gaat het over 37,16 miljoen euro en voor de Brusselse directie - die voor alle duidelijkheid niet helemaal overeenstemt met het gewest - gaat het over 23 miljoen euro. In 2001 kwamen we voor de Vlaamse directies op 108,39 miljoen euro, voor Brussel op 29,25 miljoen euro en voor de Waalse directies op 45,47 miljoen euro. In 2002 bedroeg het totaal voor Vlaanderen 114, 67 miljoen euro, voor Brussel 34,44 miljoen euro en voor Wallonië 45,88 miljoen euro.

Tweede vraag: er bestond inderdaad een verdeelsleutel, maar die leek mij niet rechtvaardig. De verdeling zag eruit als volgt: 60% werd verdeeld op basis van de vijf categorieën waartoe de politiezones, afhankelijk van hun organiek kader, behoren, 15% op basis van het aantal kilometers weg in de politiezone, 15% op basis van het aantal doden en zwaargewonden en 10% forfaitair. Als ik voor de drie gewesten de berekening maak, dan kom ik voor het forfaitair gedeelte op 60% voor Vlaanderen, 37% voor Wallonië en 3% voor Brussel; volgens het type van de politiezone gaat 56% naar Vlaanderen, 36% naar Wallonië en 8% naar Brussel; volgens het aantal slachtoffers - maar dat is natuurlijk een momentopname - gaat 64% voor Vlaanderen, 33% naar Wallonië en 3% naar Brussel; volgens het aantal kilometers 50% naar Vlaanderen, 49% naar Wallonië en 1% voor Brussel. In het totaal komen we met die oude verdeelsleutel op ongeveer 48% voor Vlaanderen, 48% voor Wallonië en 4% voor Brussel. Als we van de oude verdeelsleutel enkel de niet-variabele aspecten in aanmerking nemen - dus niet het aantal slachtoffers - dan komen we op 56% voor Vlaanderen, 40% voor Wallonië en 4% voor Brussel. Persoonlijk vind ik niet dat we alles op een apothekersschaaltje moeten afwegen. Mijn belangrijkste kritiek op het oude systeem, dat niet in werking is getreden omdat ik het heb tegengehouden, is dat het enige variabele aspect een negatief aspect is. Het beloont de directies met het grootste aantal slachtoffers.

In het nieuwe voorstel behoud ik de classificatie van de zone, het forfaitair gedeelte en het aantal kilometers, maar samen mogen die aspecten slechts 50% van het bedrag bepalen. Voor de verdeling van de overige 50% moet rekening worden gehouden met een vermindering van het aantal slachtoffers.

Dat is een veel rechtvaardiger verdeelsleutel. Vijftig procent gebeurt op grond van objectieve verdeelsleutels. De terugvloeiing naar de gewesten is min of meer gelijk. De andere vijftig procent wordt stimulerend verdeeld. Een politiezone die via infrastructuurwerken en via andere mechanismen een veilig verkeer creëert, met minder of helemaal geen slachtoffers als gevolg, moet worden beloond. In de verdeelsleutel die ik voorstel is er geen rechtstreeks verband tussen het aantal pv's en verkeersinbreuken, en de som geld die de zone zal ontvangen.

Op de vierde vraag kan ik het volgende antwoorden. Ik had het oude koninklijk besluit kunnen laten ingaan, zodat er in 2004 geld naar de politiezones zou gaan, maar zou daarmee een verkeerd signaal hebben gegeven. Ik probeer zo snel mogelijk uitvoering te geven aan een nieuw koninklijk besluit. Volgens de huidige reglementering zou er in 2004 geen geld kunnen worden overgeheveld. De minister van Begroting en ikzelf zijn ervan overtuigd dat op basis van een nieuw voorstel geld zal worden overgeheveld naar de politiezones.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Ik dank de minister voor zijn gedetailleerd en uitvoerig antwoord. Ik ben het grotendeels met hem eens. De verdeling over de gewesten lijkt, met uitzondering van Brussel, aan de uitkeringszijde redelijk rechtvaardig. De vraag is wat komt er binnen? Meer dan de helft of zelfs 70% wordt in Vlaanderen geïnd, maar als gevolg van een aantal criteria kunnen we zeggen dat een transfer wordt georganiseerd naar Wallonië.

Ik zou er willen op aandringen om in de criteria een verband te leggen tussen het innen van de boete en het teruggeven ervan aan de politiezone. Ik vind dat helemaal niet onethisch. Het kan voor de plaatselijke bevolking een element zijn voor goed- of afkeuring van de lokale politici. Er kan ook aanleiding zijn voor een lokaal debat over de vraag of de boetes al dan niet gerechtvaardigd zijn.

In een aantal steden worden voertuigen weggetakeld en geen penale boetes opgelegd omdat de inning van de boetes niet altijd relevant is en om een sterk signaal te geven.

Volgens mij is het veel beter dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen degenen die de pv's uitschrijven en degenen die de pv's innen. Elke andere berekening geeft aanleiding tot scheeftrekking.

De heer Bert Anciaux, minister van Mobiliteit en Sociale Economie. - Het Verkeersboetefonds wordt gestijfd op basis van het verschil in inkomsten tussen het jaar 2000 en de daaropvolgende jaren. Als er in een bepaald gewest in 2002 al een hoge inning was, dan heeft dat geen invloed op het Verkeersboetefonds. Er is een stijging zowel in Vlaanderen, in Wallonië als in Brussel. De filosofie van het systeem komt uiteindelijk niet in het gedrang. Het blijft nagenoeg een neutrale operatie ten opzichte van 2002. Wat het supplement betreft, zijn de verschillen tussen de gewesten niet zo groot.