3-386/2

3-386/2

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

14 JANUARI 2004


Wetsvoorstel betreffende de uitkering van een inkomenscompensatievergoeding aan zelfstandigen voor hinder ten gevolge van werken op het openbaar domein


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE HEER RAMOUDT

Art. 3

In dit artikel, het tweede lid van § 4 vervangen als volgt :

« Het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt door de bouwheer aan het Compensatiefonds overgemaakt binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de factuur van de aannemer. »

Verantwoording

Het gebruik van de in artikel 2 gedefinieerde termen bevordert de duidelijkheid van deze wetgeving.

Nr. 2 VAN DE HEER RAMOUDT

Art. 4

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 4. ­ De bouwheer brengt ten laatste één week voor de aanvang van de werken de verantwoordelijke van de onderneming per aangetekend schrijven op de hoogte van de werken en van de mogelijkheid om een inkomenscompensatievergoeding te bekomen voor de in de inrichting van de onderneming werkzame zelfstandige.

De werken kunnen slechts aanvatten één week nadat de verantwoordelijke van elke onderneming die hinder zou kunnen ondervinden op de hoogte werd gebracht, behoudens in geval van overmacht of gegronde reden. »

Verantwoording

Zelfstandigen moeten binnen een aanvaardbare termijn op de hoogte worden gebracht van de op til staande werken teneinde gepaste maatregelen te kunnen nemen. Het wetsvoorstel legt de bevoegdheid, om de betrokken verantwoordelijken van de ondernemingen op de hoogte te stellen, bij de aannemers. Gezien het feit dat aannemers de « uitvoerders » van de werken in kwestie zijn, en zij dus niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor eventuele wijzigingen in het werkschema opgelegd door de verantwoordelijken, is het opportuun de meldingsplicht bij de bouwheer van de werken te leggen.

De aannemer is inderdaad het best geplaatst te bepalen wanneer de werken kunnen aanvangen, dit echter enkel met betrekking tot de technische kant van de zaak. De administratieve, juridische, ... aangelegenheden zijn echter een zaak van de bouwheer. De aankondiging van de effectieve aanvangsdatum van de werken dient bijgevolg de bevoegdheid van de bouwheer te zijn.

Bovendien dient de opdrachtgever van de werken de verantwoordelijke van de onderneming per aangetekend schrijven op de hoogte te brengen van de werken. Op die manier wordt automatisch het bewijs geleverd van de kennisgeving van de op til staande werken.

Nr. 3 VAN DE HEER RAMOUDT

Art. 4bis (nieuw)

Een artikel 4bis (nieuw) invoegen, luidende :

« Art. 4bis. ­ Het recht op vergoeding ontstaat wanneer de hinder die de werken veroorzaken voor de zelfstandige langer dan één maand aanhouden. Het recht blijft bestaan tot de toestand van belemmering, verhindering of stoornis van de toegang tot de inrichting van de onderneming ten gevolge van de werken, ophoudt te bestaan. »

Verantwoording

Het wetsvoorstel is erop gericht het omzetverlies van kleinhandelaars ten gevolge van de hinder die langdurige werken met zich meebrengen, te compenseren. Om echter verwarring aangaande het begrip « langdurig » te vermijden is het opportuun deze periode vast te leggen. Door het begrip langdurig te koppelen aan één maand wordt een evenwicht nagestreefd tussen de noodzaak werken uit te voeren en de financiële lasten die de hinder met zich meebrengt.

Het is evident dat het recht op vergoeding vervalt op het ogenblik dat de hinder ophoudt te bestaan.

Didier RAMOUDT.