3-28

3-28

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 11 DECEMBER 2003 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Jean-Marie Dedecker aan de minister van Werk en Pensioenen over ęde inschatting van de maatschappelijke gevolgen van de uitbreiding van de Europese UnieĽ (nr. 3-77)

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - In 2004 wordt de EU uitgebreid met acht Oost-Europese landen. Het Federaal Planbureau meent dat de impact van deze uitbreiding op de bevolkings- en werknemersmigraties in BelgiŽ beperkt zal zijn.

De Nederlandse staatssecretaris voor Sociale Zaken vreest daarentegen dat vrij verkeer van werknemers vanaf mei 2004 jaarlijks zo'n honderd miljoen euro aan bijkomende bijstandsuitkeringen zal kosten omdat Nederlandse werknemers van de arbeidsmarkt zullen worden verdrongen. Het Nederlands kabinet wil dan ook dat alle EU-landen op hetzelfde ogenblik hun grenzen openen voor werknemers uit de nieuwe lidstaten. Op die manier kan voorkomen worden dat veel goedkope Oost-Europese werkkrachten naar Nederland komen omdat ze elders geen toegang krijgen.

Hoe lang zal de overgangsperiode zijn die ons land zal hanteren inzake vrij verkeer van werknemers? Zal er overleg komen met de huidige 15 EU-landen om samen een overgangsperiode vast te stellen? Als ik me niet vergis is er momenteel sprake van een periode van zeven jaar. Welke netto toestroom op de arbeidsmarkt verwacht de regering na de eventuele overgangsperiode, rekening houdend met een beleid van beheersing van de migratiestromen?

Verwacht de regering dat de lonen door de migratie van Oost-Europese werknemers onder druk kunnen komen te staan, en zo ja, in welke mate en voor welke segmenten van de arbeidsmarkt? Welke sectoren zijn op dit vlak het meest gevoelig? In welke mate kan de huidige werknemerspopulatie verdrongen worden door Oost-Europese werknemers? Welke gevolgen kunnen we verwachten voor de uitgaven voor de sociale zekerheid? Houdt de regering er rekening mee dat prognoses optimistisch kunnen zijn en zal ze zich indekken tegen het risico van een hoger dan verwachte instroom van werkzoekenden uit Oost-Europa als gevolg van negatieve economische omstandigheden? Zo ja, op welke manier?

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - BelgiŽ zal zoals de meeste Europese lidstaten een overgangsperiode van minimum twee jaar in acht nemen. Concreet blijft tussen mei 2004 - het ogenblik waarop de tien nieuwe lidstaten toetreden - en eind 2006 de huidige nationale wetgeving van kracht. Voor BelgiŽ betekent dit onder meer dat de toegang tot ons grondgebied verder wordt geregeld met een systeem van arbeidskaarten dat streng gereglementeerd is. Na deze eerste overgangsperiode van twee jaar zal het principe van het vrije verkeer van werknemers van toepassing zijn, tenzij de lidstaten expliciet laten weten dat ze dat niet wensen.

Een notificatie aan de Europese Commissie volstaat dan om een bijkomende overgangsperiode te bekomen. Concreet kan de overgangsperiode met drie jaar worden verlengd, dus van begin 2007 tot eind 2009. Van 2010 tot eind 2011 ten slotte kan de overgangsperiode uitzonderlijk en mits een grondige motivatie nog eens met twee jaar worden verlengd. Dit kan alleen indien kan worden aangetoond dat de arbeidsmarkt ernstig verstoord is of dreigt te worden. Hiervoor geldt een strenge procedure via de Europese Commissie en met een beslissing van de Europese Ministerraad. Samengevat betekent dit alles dat BelgiŽ zijn arbeidsmarkt ten minste twee jaar na de uitbreiding zal beschermen - dat heeft de regering al beslist - en dat we die bescherming in principe kunnen verlengen tot vijf en eventueel zelfs zeven jaar na de uitbreiding.

Ik wijs erop dat bepaalde andere landen, zoals ItaliŽ, het Verenigd Koninkrijk en voorlopig ook Nederland, geen overgangsperiode zullen toepassen. In deze landen zal het vrije verkeer van werknemers in principe gelden vanaf mei volgend jaar. Landen als Duitsland en Oostenrijk overwegen dan weer nu reeds de volledige zeven jaar op te nemen. Spanje neemt dezelfde houding aan als ons land.

Tot op heden is de houding van de lidstaten dus nogal uiteenlopend en dat maakt het moeilijk om op de andere vragen van de heer Dedecker precies te antwoorden. Het hangt er immers van af wat ze gaan doen. De alarmerende signalen uit Nederland hebben natuurlijk iets te maken met het beleid dat het wil voeren, namelijk meteen overgaan tot het vrij verkeer van werknemers.

Welke netto toestroom we kunnen verwachten is heel moeilijk te becijferen. BelgiŽ, de andere lidstaten of de nieuwe lidstaten hebben geen betrouwbare en precieze gegevens om geloofwaardige prognoses op te maken. De meeste studies tonen aan dat er geen sprake zal zijn van een toevloed. De parallel wordt getrokken met de eerdere uitbreiding van de Unie, meer bepaald de uitbreiding met zuidelijke lidstaten als Spanje en Griekenland. Deze uitbreiding ging gepaard met een significante, maar geen massale of onbeheersbare arbeidsmigratie. De migratie viel overigens na korte tijd terug naar een normaal niveau.

Het Planbureau heeft waarschijnlijk gelijk wanneer het stelt dat de impact van de arbeidsmigratie eerder beperkt zal zijn voor ons land en dat deze arbeidsmigratie vooral geconcentreerd zal zijn in een beperkt aantal landen die geografisch heel toegankelijk zijn. Oostenrijk heeft 1.300 kilometer grenzen met niet minder dan vier nieuwe lidstaten. Zestig procent van de Oostenrijkers leeft op honderd kilometer van de grens met nieuwe lidstaten. Dat is natuurlijk een heel andere situatie. De migratie zal ongetwijfeld ook afhankelijk zijn van de vraag naar arbeidsmigranten en die is in sommige landen uitdrukkelijker is dan in andere.

Wanneer er vrij verkeer ontstaat, is het theoretisch aanneembaar dat er in bepaalde segmenten van de arbeidsmarkt een zekere druk ontstaat op de lonen. Die druk is er echter nu ook al door van de illegale migratie. In de bouwsector bestaat er ongetwijfeld een concurrentie met illegale migratie. Zo lang mogelijk de grens afsluiten is niet echt een optie als we in de praktijk met illegale migratie worden geconfronteerd.

Ook het verdringingseffect is moeilijk te voorspellen. Eigenlijk moeten we inzake de uitbreiding van de Europese Unie niet louter redeneren in termen van arbeidsmigratie, maar ook in termen van pure economische concurrentie en mogelijke delokalisatie van bedrijven. Persoonlijk denk ik dat de arbeidsmigratie niet zo zeer de belangrijkste uitdaging is, maar wel dat in deze landen een stabiel politiek en economisch kader ontstaat dat een grote aantrekkingskracht uitoefent op investeerders. We zullen dus toch meer met delokalisatie te maken hebben of met nieuwe investeringen die veeleer de weg vinden naar Centraal- of Oost-Europa dan naar BelgiŽ. Daar ben ik persoonlijk nogal ongerust over.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - Is daarvoor in een overgangsperiode voorzien?

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - Neen, maar het feit dat deze landen nu al een stabiel politiek en economisch kader aan het krijgen zijn, betekent dat hun concurrentiedruk op ons aan het vergroten is. Niet in termen van arbeidsmigratie, maar in termen van investeerders die keuzes maken over waar ze gaan investeren. Eigenlijk moeten we haast maken met het aanpassen van onze economie en onze arbeidsmarkten.

We dekken ons in tegen een hoger dan verwachte instroom van werkzoekenden uit Oost-Europa. De beslissing over de overgangsperiode hebben we nog niet definitief genomen. We zullen kijken wat er in andere landen gebeurt. We zijn voorzichtig en nemen geen risico's aangaande het arbeidsmarktbeleid.

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - De regering denkt nog niet aan een vrijwaringclausule?

De heer Frank Vandenbroucke, minister van Werk en Pensioenen. - Dat kunnen we niet. Er is een toetredingsverdrag met de mogelijkheid om gedurende een langere periode het vrij verkeer tegen te houden. Theoretisch kan dat tot 2011. Dat is een hele lange periode. Daarom is het begrijpelijk dat er daarbuiten in Europa geen vrijwaringsclausules zijn uitgewerkt. Eigenlijk is die laatste verlengingsmogelijkheid trouwens al een soort vrijwaringsclausule.

Persoonlijk denk ik dat we er in de eerste plaats voor moeten zorgen dat onze arbeidsmarkt goed functioneert en dat de werklozen in ons land vlot aan werk geraken. Als we daarin slagen, kunnen we onze arbeidsmarkt ook openstellen voor de rest van Europa. Maar nogmaals, de regering heeft buiten de overgangsperiode tot 2006 nog geen beslissingen genomen. Ze zal de situatie evalueren op het ogenblik dat nieuwe beslissingen moeten worden getroffen.