3-22

3-22

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 27 NOVEMBER 2003 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven over «het besteden van middelen van de Nationale Loterij aan jeugdspelers en topsporters» (nr. 3-85)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Via de pers vernamen we dat de minister middelen van de Nationale Loterij wil uitdelen aan jeugdspelers en topsporters. Dat hoeft ons niet te verwonderen: Sinterklaas is dichtbij.

Als collega-onderhandelaar doet het me pijn dat de minister misschien niet de letter, maar wel de geest van de Lambermont-onderhandelingen ondergraaft, te meer omdat hij destijds minister voor Institutionele Hervormingen was. Zijn medewerker schreef toen volgende commentaar bij het wetsontwerp betreffende de verdeling van de Lotto-middelen tussen de federale overheid en de gemeenschappen: "De toekenning van subsidies door de federale staat door middel van een gedeelte van de winst van de Nationale Loterij voor initiatieven of projecten die tot de bevoegdheid van de gemeenschappen behoren, strookt niet met de bevoegdheidsverdeling tussen de federale staat en de gemeenschappen. Dit artikel (artikel 33) wenst deze anomalie te ondervangen door aan de gemeenschappen een percentage van de nettowinst van de Nationale Loterij toe te wijzen." Als minister van Institutionele Hervormingen erkende minister Vande Lanotte dat er een anomalie bestond. De oplossing die eraan werd gegeven, volstaat blijkbaar niet.

Vanuit welke fractie van de Lotto-dotatie betrekt de minister de middelen die hij aan sport wil besteden? Gaat het om het federale of om gemeenschapsgedeelte? Heeft hij zijn initiatief onderhandeld met de gemeenschapsministers? Het lijkt ons evident dat als de minister zich op het bevoegdheidsdomein van een collega begeeft, hij daarover onderhandelingen voert. Waarom hevelt de minister de middelen die hij aan niet-federale bevoegdheden besteedt, niet over naar de gemeenschappen zodat de ministers van sport die middelen kunnen gebruiken?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eerste minister en minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Op het ogenblik besteedt de Nationale Loterij de federale middelen aan een viertal posten die betrekking hebben op sport. In de eerste plaats gaat het om de dotaties aan de federaties. Hiervoor behouden we de middelen voor 2004, maar vragen we de federaties wat ze ermee zullen doen. Tot nog toe werd die middelen vooral besteed aan jongeren en maatschappelijke integratie.

Aan het tweede onderdeel, de sponsoring, wordt in 2004 evenmin geraakt. Voor 2005 vragen we de sponsoring meer naar jonge talenten te richten. De Lotto doet niet aan sponsoring omwille van de naambekendheid, maar richt zich op een maatschappelijk doel.

Bij de verdeelde winst gaat dit jaar 1 miljoen euro naar sport en jongerensport. Zo werden EHBO-kits uitgedeeld aan sportclubs. In de toekomst zal met die enveloppe, die niet wordt verhoogd, materiaal worden bezorgd aan de jeugdploegen.

Het enige budget dat wordt verhoogd, heeft betrekking op de voorbereiding van de Olympische Spelen van 2012 waarvoor de Lotto extra middelen wil uittrekken. Omdat het om extra middelen gaat, wordt overleg gepleegd met de gemeenschappen. Het overleg tussen de gemeenschappen, het BOIC en mezelf is inmiddels aan de gang.

Aldus leef ik de Lambermont-akkoorden volledig na. Bijkomende inspanningen doen we in samenspraak met de gemeenschappen. Binnen de bestaande budgetten wordt het geld vooral verschoven naar investeringen ten gunste van jonge sporters.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VLD). - Minister Vande Lanotte heeft reeds heel wat federale bevoegdheden. Vindt hij het logisch dat hij ook nog eens geld uitdeelt aan lokale jeugdsporters en topsporters en zodoende interfereert in het beleid van de gemeenschappen? Hij handelt in tegenspraak met wat hij zelf in de Lambermont-akkoorden heeft laten opnemen. Als de Nationale Loterij dan toch te veel middelen heeft, dan kan ze die beter overhevelen naar de gemeenschappen.