3-229/1 | 3-229/1 |
10 OKTOBER 2003
1. Inleiding
Op 1 juli 2002 is de nieuwe regelgeving inzake het vaderschaps- en adoptieverlof in werking getreden. Ze is van toepassing op alle werknemers die gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst, geregeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeids-overeenkomsten.
De nieuwe bepalingen komen in de plaats van de drie dagen kort verzuim die tot dan toe werden toegekend bij de geboorte of de adoptie van een kind.
2. Vaderschapsverlof
Krachtens de nieuwe bepalingen inzake vaderschapsverlof heeft elke werknemer recht op tien dagen afwezigheid ter gelegenheid van de geboorte van een kind waarvan de afstamming langs zijn zijde vaststaat. Die tien dagen kunnen vrij door de werknemer worden opgenomen binnen dertig dagen te rekenen vanaf de dag van de bevalling. Zij hoeven niet noodzakelijk in een keer te worden opgenomen maar kunnen naar keuze door de werknemer worden gespreid over de periode van dertig dagen vanaf de bevalling. De dag van de bevalling is de eerste dag van die periode.
Gedurende de eerste drie dagen van het vaderschapsverlof behoudt de werknemer zijn volledige loon ten laste van de werkgever. Om recht te hebben op zijn loon, moet de werknemer de werkgever vooraf verwittigen van de bevalling. Als dat niet mogelijk is moet de werknemer de werkgever hoe dan ook zo snel mogelijk verwittigen.
Gedurende de volgende zeven dagen van zijn vaderschapsverlof krijgt de werknemer geen loon, maar een uitkering die wordt betaald door de betalingsinstellingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Die uitkering is vastgesteld op 82 % van het gederfde brutosalaris (dat brutosalaris is evenwel begrensd).
3. Adoptieverlof
Krachtens de nieuwe bepalingen inzake adoptieverlof heeft de werknemer (man of vrouw) recht op tien dagen afwezigheid om een kind in zijn gezin te onthalen in het kader van een adoptie. Die tien dagen kunnen vrij door de werknemer worden opgenomen binnen dertig dagen volgend op de inschrijving van het kind als gezinslid in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft. De tien dagen adoptieverlof hoeven niet noodzakelijk in een keer te worden opgenomen maar kunnen naar keuze door de werknemer worden gespreid over de periode van dertig dagen na de reeds genoemde inschrijving. Die periode vangt aan de dag na de inschrijving van het kind in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister.
Gedurende de eerste drie dagen van het adoptieverlof behoudt de werknemer zijn volledige loon ten laste van de werkgever. Om recht te hebben op dat loon, moet de werknemer de werkgever vooraf hebben ingelicht over de inschrijving van het geadopteerde kind in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister. Blijkt dat niet mogelijk, dan moet de werknemer de werkgever zo snel mogelijk op de hoogte brengen.
Gedurende de volgende zeven dagen van het adoptieverlof krijgt de werknemer geen loon, maar een uitkering die wordt betaald door de betalingsinstellingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Die uitkering is vastgesteld op 82 % van het gederfde brutosalaris (dat brutosalaris is evenwel begrensd).
4. Verplicht verlof
Het idee van een vaderschapsverlof is ontstaan tijdens een reflectieprogramma dat is opgestart door de indiener van dit wetsvoorstel. Een eerste wetsvoorstel tot wijziging van de arbeidswet van 16 maart 1971 met het oog op de invoering van het vaderschapsverlof is ingediend op 15 december 1999 (stuk Senaat, nr. 2-237/1).
Die tekst is gedeeltelijk opgenomen in de wet van 10 augustus 2001 betreffende de verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven (Belgisch Staatsblad van 15 september 2001).
Het optreden van het RIZIV is een interessante vooruitgang in vergelijking met het oorspronkelijke wetsvoorstel. Het verlof is daarentegen niet verplicht. Uiteraard wordt met dit voorstel gestreefd naar een hogere levenskwaliteit en naar meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Als men nieuwe vaders en moeders evenwel echt de mogelijkheid wil bieden om meer tijd door te brengen in hun gezin bij de geboorte of de adoptie van een kind, moeten de bepalingen worden gewijzigd. Zij moeten namelijk verplicht worden gemaakt teneinde alle vormen van druk op de betrokken werknemers weg te werken. Het is immers niet ondenkbaar dat werknemers ervoor terugschrikken om dat verlof aan te vragen uit angst hun baan te verliezen of hun promotiekansen te verkijken.
| Marie-José LALOY. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In artikel 30, § 2, eerste lid, en § 3, eerste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2001, worden de woorden « heeft het recht om van het werk afwezig te zijn, » telkens vervangen door de woorden « is van het werk afwezig ».
Art. 3
Deze wet treedt in werking de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
30 september 2003.
| Marie-José LALOY. |