Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-73

ZITTING 2002-2003

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu (Volksgezondheid)

Vraag nr. 2808 van de heer Istasse d.d. 17 maart 2003 (Fr.) :
Ongevallen op de openbare weg. ­ Transport naar het dichtstbijgelegen erkende ziekenhuis. ­ Hulpdiensten in Welkenraedt.

De reglementering inzake de spoedgevallendienst 101 bepaalt dat het slachtoffer van een ongeval op de openbare weg onmiddellijk naar het dichtstbijgelegen erkend ziekenhuis moet worden vervoerd.

In de provincie Luik, meer bepaald in Welkenraedt en Plombières, gemeenten die voor het grootste gedeelte Franstalig zijn, wordt de patiënt systematisch naar het Hôpital Saint-Nicolas in Eupen gebracht. Niet alleen gaat het hier om een privé-inrichting die zich in het Duitstalig gewest bevindt, de inrichtende macht ervan is bovendien een niet-pluralistische levensbeschouwing toegedaan. Is het niet raadzaam om ­ weliswaar rekening houdend met de toestand van de persoon in kwestie en de mate van hoogdringendheid ­ op het vlak van taal en levensbeschouwing in alle gevallen de vrije keuze van de betrokken persoon te garanderen ?

Bovendien heeft iemand die goed gekend is in Verviers en omstreken en die onlangs in Welkenraedt het slachtoffer werd van een hartziekte, een groot risico gelopen doordat hij overgebracht werd naar het ziekenhuis van Eupen, terwijl hij onmiddellijk naar een voldoende uitgerust ziekenhuis had moeten worden vervoerd, meer bepaald naar een Luiks ziekenhuis.

Kan u mij inlichtingen verschaffen over enkele alternatieven die een oplossing moeten bieden voor dit probleem, een probleem dat van uitzonderlijk belang is, aangezien het hier om mensenlevens gaat ?

Antwoord : Op de vragen van het geachte lid kan het volgende worden geantwoord.

Artikel 7 van het koninklijk besluit van 2 april 1965 houdende vaststelling van de modaliteiten tot inrichting van de dringende geneeskundige hulpverlening en houdende aanwijzing van de gemeenten als centra voor het eenvormig oproepstelsel (Belgisch Staatsblad van 12 mei 1965; artikel 7 toegevoegd bij het koninklijk besluit van 9 mei 1995 ­ Belgisch Staatsblad van 5 juli 1995 ­ artikel 7 gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 ­ Belgisch Staatsblad van 2 september 1998 ­ en bij het koninklijk besluit van 8 juli 1999 ­ Belgisch Staatsblad van 23 december 1999), bepaalt in het tweede lid dat het slachtoffer of de patiënt naar het dichtstbijgelegen ziekenhuis moet worden vervoerd dat over een spoedgevallendienst beschikt welke is opgenomen in de werking van de dringende geneeskundige hulpverlening.

Die regel is noodzakelijk aangezien het voor de hulpverleners-ambulanciers onmogelijk is de medische urgentiegraad te beoordelen.

De keuze van een verder gelegen ziekenhuis kan in sommige gevallen fatale gevolgen hebben.

De algemene regel is bijgevolg die van het « dichtstbijzijnde ziekenhuis ».

Ik vestig evenwel uw aandacht op het feit dat er afwijkingen zijn voorzien voor « het meest aangewezen ziekenhuis » en dit in een aantal welomschreven gevallen die duidelijk en omstandig worden gedefinieerd in lid 3 en volgende van artikel 7 van voornoemd koninklijk besluit.