2-279

2-279

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 27 MAART 2003 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Jean-Marie Dedecker aan de minister van FinanciŽn over ęde belasting op minderwaarden op aandelenĽ (nr. 2-1291)

De heer Jean-Marie Dedecker (VLD). - In de ICT-sector is het sinds enkele jaren de gewoonte om vooral jonge en hooggeschoolde werknemers gedeeltelijk in aandelenopties te betalen. De aandelenopties worden op het moment van de remuneratie gewaardeerd aan de uitoefenprijs op het ogenblik van de transactie. Op dat bedrag worden de betrokken werknemers door de fiscus belast.

Intussen zijn heel wat aandelen in deze sector in vrije val. Denken we maar aan Lernout & Hauspie en Real Software. Heel wat werknemers hebben dus niet enkel aanzienlijke verliezen geleden, maar eveneens belasting betaald op een nooit ontvangen inkomen.

Meerwaarden op aandelen in BelgiŽ zijn in principe vrijgesteld van belasting. Op die regel bestaat echter een merkwaardige uitzondering. Artikel 90, 1ļ, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bepaalt dat die belastingvrijstelling geldt als de winst past in het `normaal beheer' van iemands persoonlijk vermogen. Het zijn de fiscale ambtenaren die daarover oordelen.

Sedert 1999 - parallel met de hausse op de aandelenmarkten - wordt die regel meer en meer toegepast en worden speculatieve winsten extra belast.

Kan die gerechtvaardigde uitzonderingsregel ook niet in omgekeerde richting worden geÔnterpreteerd en toegepast, zodat de ten onrechte gevestigde aanslagen op minwaarden fiscaal kunnen worden gerecupereerd? Heel wat mensen hebben zelfs belastingen betaald op aandelen waarop ze een optie hebben genomen, maar waarvan het bedrijf achteraf is failliet gegaan. Kan er eventueel een of ander uitstel worden verleend?

De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn. - Het belastingregime dat van toepassing is op voordelen van alle aard die voortvloeien uit de toekenning, vanaf 1 januari 1999, van aandelenopties naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid van de begunstigde, wordt geregeld door de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. Deze voordelen vormen voor de begunstigde een beroepsinkomen dat krachtens artikel 42 van deze wet in de regel belastbaar is op het ogenblik van de toekenning van de aandelenopties. In tegenstelling tot wat de heer Dedecker blijkbaar vermoedt, vormen de verkregen voordelen naar aanleiding van de vervreemding van die opties, van de uitoefening ervan of van de vervreemding van aandelen die verworven werden als gevolg van die uitoefening, geen belastbaar beroepsinkomsten en ook geen diverse inkomsten in de zin van artikel 90, 1ļ van het Wetboek van de inkomsten belastingen 1992.

Ik vestig uw aandacht op het feit dat artikel 407 van de programmawet van 24 december 2002 in de mogelijkheid voorziet om met instemming van de begunstigde, de uitoefenperiode van lopende aandelenoptieplannen die zijn afgesloten tussen 1 januari 1999 en 31 december 2002, zonder bijkomende fiscale lasten met hoogstens drie jaar te verlengen.

Deze wettelijke bepaling strekt ertoe om, in het licht van de neergang van de financiŽle markten sinds drie jaar, zoveel mogelijk te vermijden dat de aandelenopties waarop de begunstigden reeds werden belast, in de huidige stand van zaken misschien nooit aanleiding zullen geven tot een daadwerkelijk voordeel.