2-275

2-275

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 13 MARS 2003 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Projet de loi relative au recrutement des militaires et au statut des musiciens militaires et modifiant diverses lois applicables au personnel de la Défense (Doc. 2-1458) (Procédure d'évocation)

Discussion générale

De heer Jacques D'Hooghe (CD&V), rapporteur. - Voor het verslag over de werkzaamheden van commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging verwijs ik naar het schriftelijk verslag.

Namens de CD&V-fractie wil ik bij dit ontwerp een drietal bedenkingen formuleren.

Dit wetsontwerp is opnieuw een soort programmawet, aangezien het een hele reeks artikelen met elementen van erg uiteenlopende aard bevat. De minister heeft trouwens zelf toegegeven dat hij sommige van die elementen bewust uit de programmawet van december vorig jaar heeft gehaald, omdat die al vijfhonderd artikels telde. Volgende week komt er waarschijnlijk een nieuwe programmawet, met opnieuw vijfhonderd artikels. Twee programmawetten met samen duizend artikels op enkele maanden is blijkbaar nog niet voldoende: vandaag behandelen we een soort derde programmawet, aangezien dit ontwerp een soort vuilbak is waar de regering een hele reeks elementen heeft ingestopt. Bovendien regelt de regering met dit ontwerp diverse aangelegenheden die vroeger met een koninklijk besluit werden geregeld. Het was helemaal niet nodig die kwesties in dit ontwerp op te nemen en bovendien maakt de regering het de wetgever moeilijk om later in de nieuwe wet eventueel wijzigingen aan te brengen.

Mijn tweede bedenking betreft het advies van de Raad van State, die heel duidelijk zegt dat alleen de wetgever bevoegd is voor de aanwerving en de bevordering van militairen en voor het vastleggen van de rechten en plichten van het legercontingent. Dit ontwerp is dus ongrondwettig, omdat de regering deze kwesties delegeert aan de Koning.

Erger nog is dat het ontwerp artikel 10, tweede lid van Grondwet schendt, waarin is bepaald dat enkel Belgen toegang hebben tot de betrekkingen van de Krijgsmacht. De minister verantwoordde de regeling door te zeggen dat ze in het systeem van het vrij verkeer van werknemers past. Precies in aangelegenheden van veiligheid, krijgsmacht en politiediensten wordt er een uitzondering gemaakt in het Verdrag van Rome, op de regeling van het vrij verkeer van werknemers.

Dit ontwerp is dus manifest ongrondwettelijk. De materie kon perfect worden geregeld indien over enkele weken bij de verklaring van de herziening van de Grondwet artikel 10 zou worden opgenomen. De regering heeft `bewust' de Grondwet naast zich neer gelegd, zoals ze dat ook heeft gedaan bij de kieswet, bij de Lambermontwet en bij het voorstel om zelfs de Afdeling Wetgeving van de Raad van State af te schaffen.

Een aantal maatregelen handelden over de militaire muziekkorpsen; ik herhaal in deze materie de inhoudelijke aspecten niet. Maar de nieuwe regeling is duidelijk gericht op een verstoring van het taalevenwicht. De Muziekkapel van de Gidsen is verhuisd naar Heverlee, wat gemotiveerd werd met het argument van gebrek aan ruimte in de lokalen te Brussel en door de wens om de sociale diensten samen te brengen. De echte reden is dat de regering de personeelsleden van het oosten en het zuiden van ons land wil bevoordelen. Het inplanten van de dienst in Heverlee bemoeilijkt de werkvoorwaarden voor de personeelsleden uit het westelijk deel van het land.

De muziekkapel van de Luchtmacht werd overgebracht naar Beauvechain. De minister gaf als argument dat de Muziekkapel van de Marine in Oostende is gevestigd. Dat lijkt me nogal logisch. Tijdens de commissievergadering wist ik nog niet dat er werkelijk pogingen waren ondernomen om ook de Muziekkapel van de Marine uit de kuststreek weg te halen en ze naar Gent over te brengen. Je vraagt je ernstig af wie voor de gek gehouden wordt, wanneer men de Muziekkapel van de Marine wil muteren naar het binnenland of zelfs in Wallonië wil huisvesten. Door verzet binnen de regering bleef ze in Oostende. Alle muziekkorpsen die om praktische redenen het beste te Brussel zijn gehuisvest, zijn weggehaald uit Brussel.

Wegens de verregaande juridische onvolkomenheden en de ongrondwettelijkheid van dit ontwerp zal onze fractie dit ontwerp niet goedkeuren.

Mme Magdeleine Willame-Boonen (CDH). - Le projet discuté aujourd'hui, avec son exposé des motifs et ses développements, est constitué de 167 articles et compte 320 pages. Le texte transmis par la Chambre représentait 67 pages. Comme l'a dit très justement mon collègue Jacques D'Hooghe, il s'agit donc bien d'une sorte de loi-programme pour les militaires.

Le rapport de la discussion de la Chambre tient en trente pages. On peut donc dire que les députés ont largement fait confiance au ministre de la Défense. Au Sénat, où la commission des Affaires étrangères tombe vraiment en quenouille, ce rapport tient en douze pages. On nous a refusé des auditions sur la problématique de la musique et on n'a pas accepté de retirer le titre 2 de ce projet, comme nous le demandions. Après avoir entendu des représentants des musiciens militaires, il nous semblait en effet que le ministre de la Défense n'avait pas suffisamment compris leurs problèmes.

La musique des guides est particulièrement défavorisée. Je voudrais à cet égard rappeler qu'à l'heure actuelle, les guides sont, dès leur entrée dans l'orchestre, revêtu du grade de premier sergent-major. Le projet de loi prévoit qu'ils soient recrutés à un grade nettement inférieur. Le ministre de la Défense a déclaré que ce handicap serait compensé par le principe de l'accélération de la carrière après le recrutement des musiciens militaires.

À l'heure actuelle, les musiciens sont assez rapidement promus au grade d'adjudant et pour éviter une carrière trop plane, il est prévu qu'ils puissent accéder par concours à la fonction de deuxième soliste et de premier soliste, ce qui n'est pas le cas pour les autres musiciens militaires.

Il convient de maintenir absolument cette spécificité. Il faut garder le titre de soliste parce qu'il revêt un caractère très important quant à la responsabilité et au rayonnement artistique de la musique des guides. Le projet de loi introduit un nivellement en mettant sur un pied d'égalité les trois orchestres militaires.

Quand j'ai formulé cette remarque au ministre, il a répliqué que ce problème était dérisoire face à la menace de guerre en Irak. À ce compte-là, nous pouvons tous rentrer chez nous et regarder la télévision pour voir si chaque jour ne nous apporte pas de mauvaises nouvelles ! J'estime que nous devons au contraire continuer à faire notre travail de parlementaire.

Tous mes amendements se sont donc heurtés à un refus catégorique du ministre. La commission des Affaires étrangères s'est même réunie au moment où je participais au débat sur la traite des êtres humains et la problématique des visas. Il m'a donc été impossible d'exposer mon point de vue en commission, de défendre mes amendements et de voter en faveur de ceux-ci. Je tenais à exprimer ce mécontentement.

Pour toutes ces raisons, mon groupe s'abstiendra lors du vote de ce projet.

-La discussion générale est close.