(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Recentelijk werd de richtlijn 2000/35/EG inzake de strijd tegen de betalingsachterstanden omgezet in Belgische wetgeving (wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties). Doel van deze wetgeving is de vaak te lange betalingstermijnen terug te dringen en zo de financiële situatie van onze ondernemingen te versterken. Vooral KMO's moeten het voordeel van de nieuwe regeling voelen.
De richtlijn 2000/35/EG is van toepassing op handelstransacties, waaronder ook worden begrepen de overheidsopdrachten en de transacties met overheidsondernemingen. De overheid wordt dus expliciet geviseerd door de regeling die de betalingsachterstanden moet bestrijden. Dit laatste is niet verwonderlijk, aangezien heel wat ondernemingen voornamelijk de overheid of overheidsbedrijven als voornaamste of een van hun voornaamste klanten hebben. In dit verband is het overbodig te verwijzen naar de onderhandelingsmacht welke de overheid of overheidsbedrijven hebben ten aanzien van heel wat leveranciers.
De overheid en de overheidsbedrijven hebben inzake betalingscultuur dus een voorbeeldfunctie te vervullen.
Om deze redenen volgende vragen aan de geachte minister :
1. Welke is de gemiddelde bedongen betalingstermijn van de verschillende overheidsbedrijven die onder de bevoegdheid van de geachte minister vallen voor betalingen voor transacties zoals geviseerd in de wetgeving op de overheidsopdrachten ? Graag een opsplitsing volgens de algemene aannemingsvoorwaarden zoals bedoeld in de wetgeving op de overheidsopdrachten al dan niet toepasselijk zijn, en een opsplitsing naar gelang er al dan niet een termijn van 90 dagen geldt voor de eindvereffening.
2. Welke is de gemiddelde effectieve betalingstermijn voor de verschillende ondernemingen voor betalingen voor transacties zoals geviseerd in de wetgeving op de overheidsopdrachten ?
3. Welke is de gemiddelde bedongen betalingstermijn van de verschillende overheidsbedrijven die onder de bevoegdheid van de geachte minister vallen voor betalingen voor transacties die niet worden geviseerd in de wetgeving op de overheidsopdrachten ? Welke termijn wordt er desgevallend in de standaardcontracten voorzien ? Welke is de gemiddelde effectieve betalingstermijn in deze categorie ?
4. Hoeveel verwijlinteresten dienden door de verschillende ondernemingen te worden betaald wegens laattijdige betaling de laatste dier jaren ?
5. Welke stappen worden door de verschillende overheidsbedrijven ondernomen om hun betalingspraktijken in overeenstemming te brengen met de nieuwe regelgeving ? Worden de algemene betalingsvoorwaarden hiertoe aangepast ? Worden er eventueel andere maatregelen genomen om de betalingstermijnen te verkorten ?
Antwoord : In antwoord op de door het geachte lid gestelde vragen heb ik de eer hem volgende antwoorden te verstrekken op de vragen 3 en 4. Voor het antwoord op de andere vragen verwijs ik naar het antwoord dat werd verstrekt door de eerste minister.
3. Tussen 1 januari en 31 augustus 2002 werden op de leveranciersboekhouding van Belgacom NV 121 102 facturen geboekt en betaald voor een totaalbedrag van 782 618 738,85 euro :
83 870 facturen (69,26 %) werden binnen de contractuele termijn betaald voor een bedrag van 558 783 049,75 euro (71,40 %).
23 628 facturen (19,51 %) werden binnen de 30 dagen na de contractuele termijn betaald voor een bedrag van 134 237 589,95 euro (17,15 %).
10 835 facturen (8,95 %) werden tussen 30 en 90 dagen na de contractuele termijn betaald voor een bedrag van 66 957 422,88 euro (8,56 %).
2 769 facturen (2,29 %) werden na meer dan 90 dagen na de contractuele termijn betaald voor een bedrag van 22 640 676,27 euro (2,89 %).
4. Tussen 1 januari en 31 oktober 2002 heeft de leveranciersboekhouding van Belgacom NV verwijlintresten betaald aangaande facturen die na de contractuele termijn betaald werden en dit ten belope van 352 210,44 euro.
3. Het merendeel van de facturen van de leveranciers van De Post hebben een betalingstermijn vastgelegd op 30 dagen. Deze betalingstermijn wordt algemeen toegepast behalve wanneer het contract of de aanbesteding een langere termijn voorziet. Daarom heeft 2 % van de facturen een betalingstermijn van 45 dagen, 3 % van 50 dagen en 7 % van 60 dagen en langer.
93 % van de facturen worden binnen de vereiste termijnen betaald. Op datum van 7 november 2002 blijft op een bedrag van 324,2 miljoen euro niettemin een achterstallige betaling bestaan van 5,025 miljoen euro als volgt verdeeld :
30 dagen te laat : 4,244 miljoen euro;
60 dagen te laat : 0,516 miljoen euro;
90 dagen en langer : 0,265 miljoen euro.
Er moet opgemerkt worden dat op diezelfde datum door bepaalde leveranciers een bedrag van 1,093 miljoen euro dat voorkomt uit factureringsfouten nog aan De Post moet betaald worden.
4. De intresten bij vertraging betaald in 2001 bedroegen 104 091,29 euro, hetzij 0,03 % van de exploitatielasten (zonder personeelsuitgaven).
De stand van zaken op 30 september 2002 bedraagt 9 860,79 euro hetzij 0,04 % van de exploitatielasten (zonder personeelskosten).
3. De gemiddelde bedongen betalingstermijn voor transacties van BIAC/Belgocontrol die niet worden geviseerd in de wetgeving op de overheidsopdrachten is 30 dagen voor de meeste facturen van diensten en goederen, en 30 tot 50 dagen voor investeringen.
De gemiddelde effectieve betalingstermijn was 42 dagen voor het jaar 2001.
4. Verwijlinteresten betaald wegens laattijdige betaling :
in het jaar 2001 : 5 036,46 euro;
in het jaar 2000 : 47 819,51 euro;
in het jaar 1999 : 3 577,98 euro.
3. Vooreerst dient aangestipt dat alle handelstransacties van de Nationale Loterij geschieden overeenkomstig de wetgeving op de overheidsopdrachten. Naar gelang van het geval worden de opdrachten gegund, ofwel via de onderhandelingsprocedure, ofwel via een algemene offerteaanvraag. In het bestek en de bestelbon wordt telkens gestipuleerd dat de factuur binnen 30 of 50 dagen zal betaald worden.
Alle facturen worden op dezelfde wijze behandeld. De gemiddelde effectieve betalingstermijn (periode tussen de ontvangst van de factuur en de vereffening ervan) bedraagt nauwelijks 15 (kalender)dagen.
Te noteren valt dat de Nationale Loterij al jaren haar betalingen uitvoert via het zogenaamde ISABEL-systeem en wel uiteraard daar waar mogelijk vanaf haar rekening bij dezelfde financiële instelling als die van de leverancier (de loterij heeft rekeningen geopend bij alle grote banken). Daarbij staat de bedoeling voor de leverancier zeer snel in het bezit te stellen van het hem verschuldigde bedrag.
4. De Nationale Loterij heeft in 2000, 2001 en 2002 geen verwijlintresten moeten betalen.
3. Het BIPT bepaalt steeds bij al zijn bestellingen, en in al zijn lastenboeken, dat de factuur betaald wordt binnen de 30 kalenderdagen. Gemiddeld geschiedt de betaling na 15 dagen.
4. Het BIPT heeft tot op heden nog geen verwijlinteresten moeten betalen aan leveranciers.