2-273

2-273

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 27 FEBRUARI 2003 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Michiel Maertens aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Justitie over ęde resolutie 1457 van de Verenigde Naties inzake de plundering van CongoĽ (nr. 2-1265)

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Op 24 januari laatstleden aanvaardde de VN-veiligheidsraad resolutie 1457 in verband met de plundering van Congo. In punt 11 van deze resolutie worden bedrijven, Staten en personen die vernoemd worden in de rapporten van het VN-panel uitgenodigd om tegen 31 maart eerstkomend hun opmerkingen en antwoorden te formuleren in verband met de beschuldigingen terzake en deze eventueel op vraag van de betrokken Staten te publiceren.

Belgische bedrijven worden meermaals in de rapporten van het VN-panel genoemd. De Belgische Justitie voert dienaangaande een aantal onderzoeken uit - die uiteraard onder het geheim van de Justitie vallen - en de Senaatscommissie Grote Meren heeft vorige week terzake ook zijn conclusies en voorstellen voorgelegd na het onderzoek van deze commissie gedurende meer dan een jaar.

Graag had ik van de Ministers vernomen:

1.of zij hun opmerkingen hebben medegedeeld. Zo ja, wanneer en met welke inhoud? Zo neen, waarom niet?

2.of zij de wens hebben uitgedrukt deze antwoorden te laten publiceren. Zo ja, onder welke voorwaarden? De privacy in de bedrijfvoering is immers een gevoelig punt.

De voorzitter. - Ik wens dat u het reglement zou naleven, mijnheer Maertens. U beschikt over anderhalve minuut om uw vraag te stellen, waarna de minister antwoordt. Dit is een mondelinge vraag en geen vraag om uitleg.

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Zeker, mijnheer de voorzitter.

Verder wou ik weten:

3.of in dit verband de mogelijkheid werd overwogen aan de VN voor te stellen het rapport van de Senaatscommissie, tegelijk met het expertverslag, als Belgisch antwoord daarop door de VN te laten publiceren?

4.of zij ook de wens hebben uitgedrukt een kopie van de bewijsstukken die relevant zijn voor BelgiŽ aan BelgiŽ over te maken?

5.in hoever de Task Force een rol heeft gespeeld en welke resultaten kan de Task Force in dit verband voorleggen?

6.of de Minister van Justitie via zijn positief injunctierecht de bevoegde Procureurs op deze mogelijkheid heeft gewezen en hen eventueel materieel in de mogelijkheid heeft gesteld de bewijsstukken te consulteren?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Resolutie 1457 van de Veiligheidsraad biedt onder meer de mogelijkheid dat Staten die vernoemd worden in het rapport van de groep van experts inzake illegale uitbuiting van de natuurlijke rijkdommen in de Democratische Republiek Congo bewijzen kunnen vragen voor datgene wat in het rapport wordt gesteld. Bovendien mogen deze Staten hun opmerkingen en antwoorden formuleren die dan in het volgende rapport van het panel worden gepubliceerd.

Ons land wordt in het rapport niet vermeld als een Staat die deelneemt aan de illegale praktijken waarvan sprake. Integendeel, de medewerking en blijk van transparantie vanwege de Belgische autoriteiten werden sterk gewaardeerd door de leden van het panel. BelgiŽ is volgens hen het enige land dat gewezen heeft "op de mogelijkheid doelgerichte sancties op te leggen aan ondernemingen en individuen die voordeel halen uit de handel in bloedgoederen".

Mevrouw Annemie Neyts, die in de regering met dit dossier belast is, heeft de Belgische personen en ondernemingen die in het rapport worden vermeld, aangeschreven om hen te wijzen op deze mogelijkheid van antwoord. Naar aanleiding van het opnieuw opstarten van de werkzaamheden van het Panel werd hen trouwens een gelijksoortige brief gestuurd.

Mevrouw Neyts heeft de minister van Justitie bovendien op de hoogte gebracht van de wens van de Veiligheidsraad dat de Staten de gepaste gerechtelijke opvolging zouden geven, op basis van de elementen aangebracht in de verschillende rapporten van het Panel. Deze demarche werd trouwens aanbevolen door de Task Force.

De regering zal haar actieve en loyale medewerking blijven verlenen aan de groep van experts van de Verenigde Naties en zal te gepasten tijde dan ook de nodige maatregelen nemen.

Ik laat de minister van Justitie antwoorden op het laatste punt van de vraag.

De voorzitter. - De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn, antwoordt namens de heer Marc Verwilghen, minister van Justitie.

De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn. - Minister Verwilghen vraagt mij om de heer Maertens volgend antwoord te verstrekken.

Uiteraard pleit ik ervoor dat BelgiŽ vůůr 31 maart aan het Comitť van deskundigen verslag uitbrengt over de genomen maatregelen, met het oog op de concrete tenuitvoerlegging van de aanbevelingen van resolutie 1457. BelgiŽ moet aantonen dat het bereid is de illegale exploitatie van natuurlijke rijkdommen in de DRC te bestrijden en de verplichtingen die voortvloeien uit de in de Veiligheidsraad aangenomen resoluties op de meest passende wijze na te komen.

De transparantie en de geloofwaardigheid van BelgiŽ indachtig, ben ik van oordeel dat het Secretariaat van de Verenigde Naties dit rapport mag bekendmaken. Ik wijs erop dat mijn collega, de minister van Buitenlandse Zaken, bevoegd is voor de overzending van het rapport van BelgiŽ aan de Verenigde Naties. De beslissing tot overzending en bekendmaking van de reacties van de Belgische regering moet dan ook in onderlinge overeenstemming worden genomen.

Met het oog op voornoemde transparantie ben ik tevens voorstander om, zoals u voorstelt, de mogelijkheid te overwegen het rapport van de Senaatscommissie als officiŽle reactie van BelgiŽ op de aanbevelingen van resolutie 1457 te gebruiken. Die beslissing valt evenwel evenmin onder mijn uitsluitende bevoegdheid en moet door de Regering worden genomen.

De Veiligheidsraad verzoekt de lidstaten om beter samen te werken met het panel van VN-deskundigen dat met dit dossier is belast. In paragraaf 12 van resolutie 1457 worden de gerechtelijke autoriteiten aangemoedigd om gerechtelijke onderzoeken in te stellen op grond van de door het panel verstrekte informatie en wordt hen verzocht het panel rechtstreeks te contacteren, volgens een nog te omschrijven procedure, met het oog op het bekomen van de informatie die rechtstreeks betrekking heeft op de lopende onderzoeken.

Ik heb deze mogelijke dialoog dan ook onder de aandacht gebracht van de gerechtelijke autoriteiten. Er moet daarbij uiteraard rekening worden gehouden met de procedurele verplichtingen en het onderzoeksgeheim. Ik heb in die zin een brief gestuurd naar de Federale Procureur en naar de Procureur-generaal te Brussel. Zij moeten de mogelijkheden van deze dialoog benutten, naargelang van de behoeften van het dossier.

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Ik dank de minister van Justitie en zijn collega voor het zeer duidelijke en positieve antwoord.