Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-64

ZITTING 2002-2003

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 2102 van de heer Van Quickenborne d.d. 16 mei 2002 (rappel van 23 oktober 2002) (N.) :
Raad van State. ≠ Hervorming. ≠ Waarborgen.

De ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken bereiden een wetsontwerp voor dat het voorafgaandelijk advies aan de Raad van State met betrekking tot het merendeel van de ontwerpen van koninklijk besluit, de ministeriŽle besluiten (federale niveau) en de reglementen (gemeenschappen en gewesten) wil afschaffen. De bedoeling is de werklast van de Raad te beperken. Opmerkelijk is dat de regering in juli 2001 de achterstand van de Raad van State nog wou inperken door bijkomend personeel aan te werven.

De Raad van State toetst de ontwerpen van uitvoerende normen, waarbij zij de correcte redactie van de ontwerpen, het wettelijke karakter, het juiste woordgebruik (de conformiteit met de doelstelling van het ontwerp) en de eenheid van de terminologie nastreeft (het aanwenden van dezelfde termen voor dezelfde noties, de concordantie tussen de Nederlandse en de Franse teksten).

Kortom, zij vormt een garantie voor de noodzakelijke uniformiteit in de regelgeving, wat een van de fundamenten is van een rechtsstaat.

Het wetsontwerp gaat volledig in tegen de ratio legis van de wet van 23 december 1946 tot instelling van de Raad van State. De hoofdreden voor het instellen van de afdeling wetgeving aan de Raad van State, die de taken van de diverse adviserende raden die waren ingesteld bij diverse ministeriŽle departementen moest overnemen, waren de aanzienlijke besparingen die dit teweegbracht.

Door deze hervorming zullen de diverse uitvoerende organen ofwel beroep moeten doen op gespecialiseerde kabinetten, ofwel zichzelf voorzien van nieuwe adviserende organen die niet dezelfde garanties inzake onafhankelijkheid kunnen bieden.

Het zijn vooral de rechtsonderhorigen die de gevolgen zullen moeten dragen van deze hervorming. Het merendeel van het recht bestaat niet uit wetgeving, doch uit uitvoerende normen die een uiterst onoverzichtelijk kluwen vormen. Het is nochtans via deze uitvoerende normen dat de individuele vrijheden het grootste risico lopen om te worden ingeperkt, aldus onder meer professor Nicolas De Sadeleer in een recent interview naar aanleiding van deze hervorming.

Het terugvinden van de bevoegdheid van de afdeling wetgeving van de Raad van State brengt diverse perverse gevolgen met zich mee : een ongebreidelde vermenigvuldiging van kaderwetten en in het verlengde, de a posteriori vernietiging van reglementen en besluiten.

De Raad van State stelt een groeiende tendens vast waarbij de regeringen uitvoerende normen uitvaardigen, die ontdaan zijn van enige wettelijke grondslag. Sommige professoren maken hier gewag van ę des faux pouvoirs spťciaux Ľ, waarbij elke democratische inspraak ontbreekt. Indien de Raad van State hieromtrent geen adviezen kan geven, kan de regering, als een dief bij nacht, ongestoord dergelijke uitvoerende normen uitvaardigen.

Deze ontwikkeling is nefast voor de democratie en een rechtsstaat onwaardig.

Graag had ik het antwoord van de minister ontvangen op de volgende vragen :

1. Kan de minister toelichten waarom men afziet van het voornemen om de achterstand van de Raad van State in te perken door bijkomend personeel aan te werven ?

2. Kan de minister uitvoerig toelichten waarom hij meent dat het invoeren van diverse adviserende raden bij de diverse departementen zowel op het federale niveau als op het niveau van de deelstaten economische efficiŽnter is dan het behoud van een centrale, onafhankelijke adviesfunctie bij de afdeling wetgeving van de Raad van State, en ook aangeven welke de kostprijs zal zijn ?

3. Kan de minister aangeven hoe hij kan garanderen dat de onafhankelijkheid van deze nieuwe adviserende organen (het weze gespecialiseerde kabinetten, adviserende raden of andere organen) minstens evenwaardig zal zijn aan deze die momenteel bestaat binnen de afdeling wetgeving van de Raad van State ?

4. Kan de minister tevens in detail aangeven hoe hij de uniformiteit van deze adviserende organen gaat garanderen, gezien ondermeer de grote complexiteit van de huidige rechtsorde (men denke maar aan de vele arresten van het Europese Hof voor de rechten van de mens, die een rechtstreekse invloed hebben op de regelgeving) ? Kan hij tevens aangeven hoe hij de noodzakelijke taalkundige uniformiteit in de regelgeving, wat een van de funderingen is van een rechtstaat, kan garanderen ? Bedoeld wordt hier de correcte redactie van de ontwerpen, het wettelijke karakter, het juiste woordgebruik (de conformiteit met de doelstelling van het ontwerp) en de eenheid van de terminologie (het aanwenden van dezelfde termen voor dezelfde noties, de concordantie tussen de Nederlandse en de Franse teksten).

5. Kan de minister toelichten hoeveel adviezen van de Raad van State stelden dat er een onvoldoende wettelijke basis was voor de aan hen voorgelegde koninklijke besluiten en ministeriŽle besluiten, en dit voor elk jaar binnen de huidige legislatuur ? Kan hij voor dezelfde periode, op jaarbasis, het aantal negatieve adviezen van de Raad van State aangeven ? Wat is zijn mening hieromtrent ?

6. Kan de minister aangeven welke garanties de burger zal hebben tegen een arbitrair beleid vanwege de uitvoerende macht, gezien het juist via deze uitvoerende normen is dat de individuele vrijheden het grootste risico lopen om te worden ingeperkt ?

7. Vreest de minister niet dat het risico tot een veroordeling a posteriori voor de diverse maatregelen die worden uitgevaardigd door de diverse uitvoerende organen, door de hoven en door de rechtbanken groter is bij een gedecentraliseerd systeem dan bij een systeem van de preventieve aard ? Zo neen, kan hij dit uitvoerig toelichten ?

8. De adviezen van de afdeling wetgeving van de Raad van State vallen heden onder de openbaarheid van bestuur. Bijgevolg kan iedere burger hier kennis van nemen. Hoe zal men het recht van inzage en de toegang tot deze adviezen organiseren indien deze adviezen worden opgesteld door gespecialiseerde privť-kabinetten ?