2-253

2-253

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 19 DÉCEMBRE 2002 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Frans Lozie au ministre de l'Intérieur sur «la désignation d'un officier de liaison adjoint pour l'Italie, l'Albanie, Malte et la Grèce, avec résidence à Rome» (nº 2-928)

M. le président. - M. Didier Reynders, ministre des Finances, répondra au nom de M. Antoine Duquesne, ministre de l'Intérieur.

De heer Frans Lozie (AGALEV). - Deze vraag over de aanstelling van een adjunct-verbindingsofficier voor Italië, Albanië, Malta en Griekenland met standplaats Rome had ik liever niet gesteld. Het gaat hier om een primeur, want normaal is er maar één verbindingsofficier.

Niemand zal het belang van de regio Italië-Albanië ontkennen. Het is een risicoregio op het vlak van georganiseerde misdaad, illegale immigratie naar de Europese Unie en mensenhandel. Deze week nog hebben Italië en Griekenland specifieke middelen gevraagd om die buitengrens van de Europese Unie te beschermen.

Reeds vele jaren geleden werd een koninklijk besluit uitgevaardigd dat de aanstelling van een adjunct-verbindingsofficier mogelijk maakt. Pas dit jaar werd dit koninklijk besluit toegepast en werd een procedure geopend voor de aanstelling van een adjunct-verbindingsofficier in Rome.

Waarom precies dit jaar, zoveel jaren na de publicatie van het koninklijk besluit? Liggen externe elementen hieraan ten grondslag? Er waren dit jaar toch geen grote calamiteiten inzake mensenhandel?

Waarom bestond de selectieprocedure voor deze functie uitsluitend uit een kort sollicitatiegesprek zonder praktische testen als talenkennis of kennis van het gebied? Bovendien stond de procedure open voor het lager politiekader, daar waar voor een dergelijke belangrijke verantwoordelijkheid doorgaans enkel gerekruteerd wordt uit het hoger kader? Waarom vermeldde de Nederlandse versie van de vacature trouwens extra kwaliteitsvoorwaarden voor kandidaten?

In de Nederlandstalige versie was een van de vereisten de kennis van het Italiaans, wat logisch is voor een baan in Italië, en was kennis van het Albanees aanbevolen. Verder werd ook kennis van het internationale politiewerk op het terrein gevraagd. Dat zijn de belangrijkste van de zes voorwaarden die wel in de Nederlandstalige, maar niet in de Franstalige officiële versie van de minister van Binnenlandse Zaken vermeld stonden. Merkwaardig genoeg waren er Nederlandstalige kandidaten die aan de strengere eisen van de Nederlandse versie voldeden, maar werd een Franstalige kandidaat die niet aan deze voorwaarden beantwoordde, aangesteld. Toeval is altijd mogelijk, maar bij politieke benoemingen geloof ik daar niet in.

Een verbindingsofficier krijgt voor de eerste keer een adjunct. In deze regio is dat zeker verantwoord. Vraag is evenwel hoe dit statutair geregeld wordt. Werkt de adjunct op gelijke voet met de verbindingsofficier of is hij ondergeschikt? Tot de dag van deze benoeming kregen alleen volwaardige verbindingsofficieren van het hogere politiekader het statuut van beschermd politiek persoon. De adjunct behoort tot het lagere kader, maar zou toch dat statuut moeten krijgen. Hoe lost het ministerie van Buitenlandse Zaken dit probleem op?

Aan dit statuut hangt een extra vergoeding vast. Dat is terecht voor personen die in het buitenland een zo belangrijke functie uitoefenen. Die vergoeding staat in verhouding tot hun statuut. Voor het eerst zou ook een persoon van het lagere politiekader deze extra vergoeding krijgen, die groter is dan zijn eigenlijke wedde. Staat dat niet in wanverhouding tot de inkomens van andere agenten van hetzelfde niveau?

De aanwerving van een adjunct-verbindingsofficier veronderstelt een eensluidend advies van de ministers van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Justitie. Kan de minister mij de inhoud van de adviezen van zijn collega's meedelen?

Kan hij ook verduidelijken of de betrokkene momenteel tijdelijk aangesteld is, op proef of definitief? Is de diplomatieke onschendbaarheid effectief toegekend? Wat is precies de hiërarchische relatie tot de verbindingsofficier?

Het is onmogelijk dat twee verbindingsofficieren de eindverantwoordelijkheid dragen voor de relaties tussen ons land en de politiediensten in het betrokken land. Heeft deze operatie ook de instemming van de Belgische ambassadeur in Italië, die uiteindelijk toch verantwoordelijk is voor een goede relatie met de verbindingsofficier, voor zijn huisvesting en adequate functionering?

Wat zijn de concrete redenen en de directe aanleiding om precies in dit jaar een koninklijk besluit uit het begin van de jaren negentig toe te passen en waarom de overhaasting bij de uitvoering ervan, gezien het delicate karakter van dergelijke innovaties?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - Het koninklijk besluit waarnaar de heer Lozie schijnt te verwijzen, is wellicht een ministeriële omzendbrief van 4 oktober 1993 betreffende het statuut en de werkingsregels van de verbindingsambtenaren van de Belgische politiediensten in het buitenland. Artikel 19.3 van voornoemde omzendbrief voorziet in de mogelijkheid om, volgens de bijzondere noden in de staat van bestemming, een operationeel personeelslid als adjunct van de verbindingsofficier te detacheren.

Vóór de oprichting van de federale politie was volgens deze omzendbrief de gewezen gerechtelijke politie bij de parketten bevoegd voor de aanwijzing van een verbindingsambtenaar bij de buitenlandse diensten in Italië. Ingevolge de politiehervorming werd dat dossier toevertrouwd aan de Directie van het beleid inzake internationale politiesamenwerking van de federale politie die, na het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie, dat dossier heeft overgenomen.

Het aanwijzen van een adjunct-verbindingsofficier in deze uitgebreide regio - Italië, Albanië, Malta en Griekenland - is verantwoord door de talrijke en complexe bevoegdheidsdomeinen die er aan bod komen, voornamelijk de bestrijding van de illegale immigratie, de mensenhandel en de georganiseerde criminaliteit.

Hoewel het belang van de betrokken regio sinds meerdere jaren voor iedereen duidelijk is, heeft de actuele situatie op het vlak van de criminaliteit en de internationale politiek, evenals de uitbreiding van de bevoegdheid van de verbindingsofficier te Rome, de overheid ertoe gebracht om in 2002 een adjunct-verbindingsofficier aan te wijzen. Deze aanwijzing is dus enkel het gevolg van een risicoanalyse gesteund op de internationale context.

Deze analyse steunt onder andere op de door de overheid getroffen maatregelen ingevolge de manifeste toename van de criminele stromen van en naar de oorspronkelijke staat van bestemming. Er wordt tevens rekening gehouden met de toestand in Albanië, inzonderheid in het raam van de mogelijke toetreding ervan tot de Europese Unie en de NAVO alsmede met de verwikkelingen van geopolitieke aard en de strategische rechts- en politiehulp, met inbegrip van het Europese aanhoudingsmandaat, het Europese Cards-programma en ook de heractivering van NCB's van Interpol in de schoot van het kruispunt van voormelde staten.

De vacante betrekking werd gepubliceerd in het raam van de mobiliteit. Deze betrekking van adjunct-verbindingsofficier werd, wegens zijn aard en de functiebeschrijving, opengesteld voor hoofdinspecteurs - het middenkader - om de kandidaatstelling mogelijk te maken van de personeelsleden waarvan het profiel overeenstemt met de specifieke bevoegdheden noodzakelijk voor de globale en strikte aanpak van de lokale problematiek.

Overeenkomstig de filosofie van de Copernicushervorming in het algemeen en van de hervorming van de politiediensten in het bijzonder, ging de voorkeur uit naar de functie boven de graad.

De selectieprocedure verliep voor een federale selectiecommissie die was samengesteld uit vijf leden, allen mandaathouders van de federale politie. De selectie geschiedde dus niet, zoals de heer Lozie beweerd, op basis van een kort sollicitatiegesprek, maar wel volgens de ter zake vastgestelde procedure.

De commissie heeft eveneens de dossiers van de kandidaatstellingen onderzocht met inbegrip van de adviezen van de functionele of hiërarchische meerderen, evenals de taal- en andere diploma's en getuigschriften en de verklaringen op eer betreffende de een of andere taalkennis. Wat dit laatste betreft is het vastgestelde verschil tussen de Nederlandse en de Franse versie van de bekendmaking van de vacature een zuiver materiële vergissing. Dit verschil werd overigens vastgesteld door de commissie en door alle kandidaten. Er werd dan ook rekening mee gehouden tijdens de selectieprocedure zoals het proces-verbaal van de vergadering van de selectiecommissie aantoont.

In de loop van het sollicitatiegesprek heeft de selectiecommissie de titels en de verdiensten van de kandidaten kunnen beoordelen. Zij is ook nagegaan of de kunde, de ervaring en de kennis van de kandidaten, inzonderheid inzake het operationele en strategische hoofdstuk van de internationale politiesamenwerking en de toepassing van de opsporingstechnieken, wel overeenstemmen met het vereiste profiel.

Tenslotte werd de aanwijzing van de adjunct-verbindingsofficier te Rome goedgekeurd door de commissaris-generaal van de federale politie.

Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen het diplomatieke en het organisatorische aspect van de aanwijzing tot adjunct-verbindingsofficier.

Voor het diplomatieke statuut is de federale overheidsdienst van Buitenlandse Zaken bevoegd.

Wat zijn organisatorisch statuut betreft, moet de betrokkene worden beschouwd als een operationeel personeelslid dat is toegevoegd aan de verbindingsofficier. Deze aanwijzing opent noch het recht op een aanstelling in de hogere graad, noch op een aanstelling in het hogere ambt. De adjunct oefent al de aan zijn opdracht verbonden bevoegdheden uit en brengt verslag uit volgens de door de commissaris-generaal van de federale politie nader vastgestelde regels. Hij is onderworpen aan het geldelijk statuut overeenkomstig de bepalingen van het RPPol.

Het College van Procureurs-generaal heeft zijn advies gegeven op 6 augustus 2002, de minister van Justitie op 27 augustus 2002 en de minister van Buitenlandse Zaken op 30 september 2002. Ik zal een kopie van de verschillende brieven en nota's aan de heer Lozie bezorgen.

De adjunct-verbindingsofficier wordt tijdelijk op proef aangewezen. Hij wordt onderworpen aan een stageperiode van 1 november 2002 tot 30 april 2003. Op het einde van deze stage zal hij overeenkomstig de voor de personeelsleden van de federale politie geldende statutaire bepalingen worden geëvalueerd. Hierbij zal rekening worden gehouden met het advies van de federale procureur en de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken.

De heer Frans Lozie (AGALEV). - Ik wacht met ongeduld op de kopieën van de nota's die de minister mij heeft beloofd. Een aantal aspecten van het antwoord heb ik zeer recent zelf al gevonden. Zij bevestigen mijn eerste opvatting.

In het antwoord laat de minister van Binnenlandse Zaken weten dat de betrokkene voor zijn talenkennis een verklaring op eer heeft ondertekend. Indien dit zou worden getoetst, dan zou de betrokkene moeten worden vervolgd voor valsheid in geschrifte. Hij is naar Italië gegaan zonder enige kennis van het Italiaans en hij werd bevoegd verklaard voor Albanië zonder kennis van het Albanees, dit ten nadele van concurrenten die het Italiaans en het Albanees wel machtig zijn. Hij is op proef benoemd omdat één van de drie ministeriële adviezen negatief was, namelijk dat van de minister van Justitie. De minister van Buitenlandse Zaken had problemen wat betreft het samenvallen van de politiebevoegdheid van de persoon met zijn diplomatieke statuut.

Die man wordt op proef aangesteld. Ik hoor in het antwoord van de minister dat hij door enkele bevoegde instanties, onder meer het college van procureurs en de federale politie, zal worden geëvalueerd. Er wordt een persoon aangewezen die volgens mij niet bekwaam is om die functie uit te oefenen. De minister beslist dat hij op proef wordt aangesteld - een element dat bij het solliciteren niet aan bod kwam en dat in deze procedure niet thuishoort - en op 1 april 2003 bij de evaluatie na de proefperiode zullen de twee andere bevoegde ministers, die bij de aanstelling wel een advies mochten uitbrengen, er niet meer bij betrokken worden.

Ik til zeer zwaar aan deze procedure. Ik blijf bij mijn standpunt dat hier een plaats vacant verklaard werd om een welbepaald iemand een job te geven. Het antwoord van de minister bevestigt mijn stelling. De minister erkent dat er een probleem was bij de openverklaring van de functie. Er was een verschil tussen de procedures voor de Nederlandstalige en Franstalige kandidaten, maar dat zou een `administratieve vergissing' zijn geweest. In de praktijk betekent dat echter wel dat de Nederlandstalige kandidaten die voldeden aan de zware voorwaarden van de Nederlandstalige procedure uit de boot zijn gevallen en dat de Franstalige kandidaat die voldeed aan de minder veeleisende Franstalige procedure toevallig de persoon was die werd aangesteld, hoewel op proef en volledig in tegenspraak met de adviezen van de andere ministers.

Ik neem absoluut geen genoegen met het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken. Ik heb dan ook een motie van aanbeveling opgesteld waarmee ik vraag om deze aanstelling ongedaan te maken en de procedure opnieuw op te starten.

Dat is namelijk de enige conclusie die ik hieruit kan trekken.

M. le président. - M. Lozie a déposé une motion ainsi libellée :

« Le Sénat,

Ayant entendu la demande d'explications de M. Lozie sur la désignation d'un officier de liaison adjoint pour l'Italie, l'Albanie, Malte et la Grèce, avec résidence à Rome,

et la réponse du ministre de l'Intérieur

demande au gouvernement d'annuler immédiatement cette désignation et de relancer la procédure de désignation éventuelle d'un officier de liaison adjoint sur la base d'une procédure correcte. »

Mme Van Riet a déposé une motion pure et simple.

-Le vote sur ces motions aura lieu ultérieurement.

-L'incident est clos.