2-253 | 2-253 |
De heer Paul Wille (VLD). - Ik besef dat deze mondelinge vraag delicaat is, want ook in de subcommissie Mensenhandel stellen wij vast dat het dossier over de visafraude een moeilijk dossier is.
Het behoort het Parlement evenwel toe controle uit te oefenen. In dat kader heeft mevrouw Willame, de excellente ondervoorzitter van de commissie, enige tijd geleden een bezoek gebracht aan Marokko, waar ze contact heeft gehad met de Belgische consul-generaal, de heer Jacques Huygen. Op basis van dit contact heeft zij te goeder trouw een rapport opgesteld. De Belgische consul-generaal blijkt nu teruggeroepen te zijn van zijn post wegens een mogelijke visafraude.
Ik herhaal dat ik besef dat dit een delicate aangelegenheid betreft en benadruk dat geen enkel lid van de subcommissie de bedoeling heeft het profiel van de diplomatie in het algemeen of van wie dan ook in het bijzonder in twijfel te trekken. Volgens diverse mediabronnen zou de betrokkene echter geregeld twijfelachtige plaatsen bezocht hebben en een buitenechtelijke relatie onderhouden. Dat laatste is iets waarmee ik me niet bezighoud. Hij zou geïntroduceerd zijn bij een vriendin-prostituee en haar vriendinnen aan wie hij visa zou hebben verstrekt om naar Europa te komen. Er is zelfs sprake van visa op basis van valse papieren.
Na een onderzoek van de diensten van Buitenlandse Zaken is de consul-generaal teruggeroepen naar België en naar verluidt zou zijn vriendin door de Marokkaanse rechtbank veroordeeld zijn voor van overspel.
De Belgische ambassade en het consulaat van Marokko hebben reeds in het verleden enige ophef veroorzaakt door mogelijke malafide visaverstrekking. Nooit werd echter een concrete daad gesteld ten aanzien van deze dienst. In de media heb ik nu wel vernomen dat de vice-eerste minister dit dossier zou hebben doorgespeeld aan het gerecht en dat sancties zouden volgen.
Stemmen de feiten die ik heb geschetst overeen met de feiten waarover de vice-eerste minister werd ingelicht? Zo neen, wat zijn de bijkomende elementen?
Van wanneer dateert het laatste inspectierapport van de Belgische ambassade in Marokko? Kan dit document worden overhandigd aan de subcommissie Mensenhandel, die momenteel aanbevelingen voorbereidt?
Is er enig verband tussen de dossiers betreffende de studentenvisa en de nieuwe feiten?
Zijn er andere dossiers over mogelijke visafraude in de Belgische ambassade of in het consulaat in Marokko?
Hoe zal de vice-eerste minister deze situatie aanpakken?
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - De verantwoordelijkheid voor de persberichten laat ik natuurlijk aan de pers.
In tegenstelling tot wat de heer Wille zegde, was er in het verleden geen probleem van visafraude, wel een probleem van organisatorische aard door het grote aantal aanvragen voor studentenvisa. De wetgeving op studentenvisa biedt geen ruimte voor beoordeling. De aanvragers hebben recht op een visum wanneer ze aan de vier wettelijke criteria voldoen. Daardoor is het heel moeilijk deze visa te weigeren. Toch heb ik samen met mijn collega van Binnenlandse Zaken, die exclusief bevoegd is voor de toegang tot en het verblijf in ons land, binnen het wettelijke kader procedures ontwikkeld om misbruik van studentenvisa tegen te gaan. Organisatorisch werden ook maatregelen getroffen zowel inzake behuizing als inzake personeel. Bovendien werden visumagenten aangesteld die een doelgerichte opleiding hebben gekregen om mistoestanden bij visumaanvragen te detecteren.
Het laatste inspectierapport van de ambassade in Marokko dateert van maart 2002. De laatste regelmatige inspectie van het consulaat in Casablanca dateert van december 2000. Uit deze verslagen komt geen enkel speciaal probleem naar voren, tenzij de praktische moeilijkheden die elke ambassade het hoofd moet bieden. Ik heb een bijzondere inspectie laten uitvoeren van 9 tot 12 december jongstleden. Daaruit kwamen ernstige aanwijzingen naar voren dat bepaalde daden van de consul-generaal niet verenigbaar zijn met zijn functie en een vermoeden van misbruiken doen rijzen. Ik heb derhalve de consul-generaal onmiddellijk teruggeroepen. Het dossier is tevens naar het parket gezonden.
Er is geen enkel verband tussen de kwestie van de studentenvisa en de nieuwe feiten. In verband met studentenvisa zijn er in het consulaat-generaal geen malafide praktijken vastgesteld en noch te Rabat, noch te Casablanca zijn er mij andere feiten bekend.
Alles werd gedaan wat kon gebeuren. Er werd een interne enquête gestart. Er is een specifieke inspectie gehouden. De consul-generaal werd definitief teruggeroepen. De informatie van het departement werd aan het parket doorgegeven. Ik heb vernomen dat een onderzoeksrechter werd aangesteld. U begrijpt dus dat ik in mijn antwoord voorzichtig moet zijn om de mogelijke gerechtelijke procedure niet te hinderen of te schaden. Het verslag van de inspectie kan dus ook niet worden meegedeeld. Het werd aan het parket doorgegeven en maakt derhalve deel uit van een mogelijk gerechtelijk onderzoek.
En ce qui concerne la question relative aux étudiants, je voudrais insister sur le fait qu'il existe un certain nombre de critères en la matière et que si ces critères sont bien respectés, la marge d'appréciation est nulle.
En réalité, il semble qu'un nombre considérable de demandes aient été formulées et que le personnel du consulat n'ait pu refuser sur base des éléments en sa possession. Il est possible que ces critères posent problème mais c'est une autre question. La méconnaissance de la langue, par exemple, ne constitue pas un motif pour refuser l'octroi d'un visa.
Je présume que l'on ait dû « tirer » sur la loi mais alors, il faut la revoir. Quoi qu'il en soit, il est impossible d'opposer un refus aux requérants, la marge d'appréciation étant nulle.
De heer Paul Wille (VLD). - Dankzij het antwoord van de minister is mijn onrust over de manier waarop hij het dossier behandelt, verdwenen, maar niet mijn onrust over de algemene benadering van het probleem. We kennen gevallen van studenten met universitaire diploma's die voldoen aan alle criteria en de toelating van een Belgische universiteit op zak hebben, maar toch maanden moeten wachten op een visum, terwijl er volgens een lid van onze commissie in Libië complete analfabeten een visum krijgen om aan een hogeschool te komen studeren. We moeten natuurlijk rekening houden met de mogelijke ongenuanceerdheid van sommige commissieleden. Maar het zou natuurlijk ook kunnen dat er een fundamenteel probleem is.
Zonder vooruit te willen lopen op de werkzaamheden van de subcommissie, wil ik toch even meegeven dat we over de problematiek van de visumaanvragen een inhoudelijk debat zullen voeren met de minister van Buitenlandse Zaken en de administratie. Begin januari zullen we aanbevelingen formuleren om misbruiken uit de weg te ruimen. Ik ben ervan overtuigd dat de vice-eerste minister zal ingaan op onze aanbevelingen en ervoor zal zorgen dat elke verdenking van malafide praktijken, vooral op het vlak van het oneigenlijk toekennen van visa, wordt weggenomen en dat het ambassadepersoneel wordt voorbereid om met dergelijke problemen om te gaan.
De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - De heer Wille en de commissie kunnen verzekerd zijn van mijn medewerking.