2-1153/8 | 2-1153/8 |
20 NOVEMBER 2002
Dit wetsontwerp, waarop de bicamerale procedure van toepassing is, vindt zijn oorsprong in het wetsvoorstel ingediend door de heer Dubié c.s.
Die tekst werd op 18 juli 2002 door de Senaat aangenomen en nog dezelfde dag aan de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden. Op 24 oktober 2002 heeft die assemblee de tekst na amendering aangenomen met eenparigheid van de 134 aanwezige leden. Hij werd op dezelfde dag aan de Senaat teruggezonden.
De commissie voor de Justitie heeft dit wetsontwerp opnieuw onderzocht in aanwezigheid van de minister van Justitie op haar vergadering van 20 november 2002.
De minister wijst erop dat de aanpassingen aangebracht door de Kamer van volksvertegenwoordigers voornamelijk van technische aard zijn. Spreker vat de voornaamste wijzigingen kort samen :
In het 2º van het artikel 2 werden taalkundige verduidelijkingen aangebracht om te beklemtonen dat het hier gaat om aantredende leden. Oorspronkelijk sprak men immers van uittredende leden en leden.
In artikel 4 werden enkele taalkundige verbeteringen aangebracht.
In artikel 5 werd het woord « Parlement » vervangen door de woorden « bij de Kamer van volksvertegenwoordigers of bij de Senaat ».
In artikel 6 werd voor de duidelijkheid, bepaald dat de adviezen opgesomd in het eerste lid van het voorgestelde artikel 259bis-18 ter goedkeuring worden voorgelegd aan de algemene vergadering.
Een tweede lid werd toegevoegd aan § 2 van dit artikel om te verduidelijken dat het spoedeisend karakter gemotiveerd moet worden, met uiteenzetting van de uitzonderlijke omstandigheden. De bedoeling is misbruiken terzake te voorkomen.
De wijzigingen in artikel 7 zijn opnieuw van louter wetgevingstechnische aard.
In artikel 8 van het ontwerp werd het ontworpen artikel 100 van de wet van 22 december 1998 verduidelijkt door te preciseren dat de voorgestelde wijziging betrekking heeft op het mandaat van de leden van de Hoge Raad voor de Justitie.
Het artikel 9, dat door de Kamer van volksvertegenwoordigers aan het ontwerp werd toegevoegd, regelt de inwerkingtreding van de wet. De Hoge Raad dient de nodige tijd te krijgen om zijn personeelsstatuut uit te werken. Een onmiddellijke inwerkingtreding zou immers leiden tot een onmiddellijke opheffing van de bestaande bepalingen inzake het statuut. De Hoge Raad voor de Justitie heeft ingestemd met de datum van 1 april 2003.
De minister besluit met de wens dat het ontwerp snel wordt aangenomen, omdat het een antwoord biedt op een aantal praktische problemen waarmee de Hoge Raad voor de Justitie te kampen heeft.
Over dit ontwerp worden geen opmerkingen gemaakt.
De artikelen 1 tot en met 9 worden eenparig aangenomen door de tien aanwezige leden.
Het wetsontwerp wordt eenparig aangenomen door de 10 aanwezige leden.
Met dezelfde eenparigheid wordt vertrouwen geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, Martine TAELMAN. |
De voorzitter, Josy DUBIÉ. |
De door de commissie aangenomen tekst
is dezelfde als de tekst van
het door de Kamer geamendeerde ontwerp
(stuk Kamer, nr. 50-1979/005)