(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
België speelt een belangrijke rol in het zogenaamde Kimberley-proces nopens de certificering van ruwe diamanten. De douanereglementering voor import en export van ruwe diamanten naar en van landen buiten de EU wordt opgemaakt door de minister van Financiën. De controle van de handelslicenties en de oorsprongscertificaten van de diamant is een bevoegdheid van de minister van Economische Zaken. Weinig of niets is daarvan nochtans terug te vinden in het jaarlijks werkingsverslag van het ministerie van Economische Zaken.
Sedert de aanvaarding van de VN-resoluties inzake het embargo op zogenaamde « oorlogsdiamanten », onder meer nr. 1306 van juli 2000, bijlage III, staat de import uit Angola, Sierra Leone en Liberia onder bijzonder strenge controle, vooral omdat het vermoeden aanwezig is dat vele illegale partijen diamant worden gemengd met legale partijen, terwijl de smokkel zowel tussen Afrikaanse landen als naar België een gekend verschijnsel is. Concreet heeft dit voor gevolg dat :
voor Liberia geen licenties mogen worden toegestaan of oorsprongscertificaten mogen worden aanvaard;
voor Sierra Leone en Angola een officieel oorsprongscertificaat nodig is, afgeleverd door de plaatselijke autoriteiten, en dat beide Belgische ministers verantwoordelijk voor de aanwezigheid van de verzendingsdocumenten zijn.
Toch dekt dit Belgisch systeem niet de directe import via andere EU-landen vanuit derde landen buiten de EU die onder het embargo vallen, omdat dit tegen de vrijhandelsbepalingen is die binnen de Europese Economische Ruimte van toepassing zijn. Daardoor is het onmogelijk statistieken aan te legen van de diamanthandel binnen de EU, tenzij via de fiscale kanalen.
De analyse van de relevante handelscijfers, zoals opgenomen in het rapport « Conflict Diamonds : crossing European borders » uit augustus 2001 van « Fatal Transactions », bewijzen dat :
1. er wel ruwe diamanten uit Sierra Leone moeten ingevoerd zijn;
2. de meeste importen uit de andere « gevoelige landen » aanmerkelijk zijn gestegen, in tegestelling tot de andere Europese importlanden zonder strenge licentiereglementering.
In de bestaande regelmatig gepubliceerde rapporten met gedetailleerde informatie over reglementering en grenscontroles in verband met oorlogsdiamanten geeft België nergens handelsstatistieken op van ruwe of industriële diamanten, en wordt ook geen verklaring gegeven voor de merkwaardige stijgingen in de beschikbare statistieken.
Graag had ik van de geachte minister vernomen :
1. waarom geen controleverslagen worden gepubliceerd in het jaarverslag van zijn departement, en of daaraan in de toekomst zal verholpen worden, en zo neen, waarom niet;
2. waar de statistieken worden gepubliceerd inzake de voornoemde importen;
3. op welke wijze inzage kan worden verkregen in de gegevens over de partijen zonder licenties of certificering die werden aangeslagen;
4. Welke zijn beleidsopties zijn inzake het wegwerken van de statistische lacunes in deze aangelegenheid, en tegen wanneer dit zal gerealiseerd zijn.
Antwoord : 1. De administratie der Douane en Accijnzen neemt in haar jaarverslag geen specifieke gegevens op die betrekking hebben op de controle van de vergunningen en de oorsprongscertificaten voor ruwe diamant. Overtredingen in verband met de invoer en uitvoer van ruwe diamant maken deel uit van overtredingen inzake de toepassing van vergunningen waarover rechtstreeks wordt gerapporteerd aan het ministerie van Economische Zaken. De administratie der Douane en Accijnzen beschikt hieromtrent niet over statistieken.
3. Overtredingen of pogingen tot overtredingen op de wet van 11 september 1962 betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen en de daaraan verbonden technologie worden op basis van artikel 10 van deze wet gestraft overeenkomstig de artikelen 231, 249 tot 253 en 263 tot 284 van de algemene wet inzake douane en accijnzen.
De inbeslagneming van diamant die onder de wet van 11 september 1962 valt, gebeurt op grond van artikel 273 van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977 (Belgisch Staatsblad van 21 september 1977).
Overtredingen tegen de wettelijke bepalingen inzake douane en accijnzen worden gestraft met strafrechtelijke sancties. De onderzoeken die in dit kader gebeuren zijn dan ook strafonderzoeken. Zoals alle strafonderzoeken zijn de douaneonderzoeken dan ook geheim en niet tegensprekelijk.
Krachtens artikel 320 van de algemene wet inzake douane en accijnzen is iedere ambtenaar bij het uitoefenen van zijn ambt verplicht tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan hij wegens de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft. Verstrekking van informatie kan enkel aan de in dit artikel opgesomde instanties, onder welbepaalde voorwarden en voor welbepaald gebruik.