Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-56

ZITTING 2001-2002

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties belast met Middenstand

Vraag nr. 2124 van de heer Vandenberghe d.d. 27 mei 2002 (N.) :
Nieuw ondernemerschap in België. ­ Zwakke positie. ­ Aanmoediging.

Het Studiecentrum voor ondernemerschap stelde op 16 mei 2002 het zevende, lijvige rapport over de Europese KMO's voor.

Een belangrijke vaststelling van de onderzoekers is dat België met amper 4,6 % « nieuw ondernemerschap » onderaan de lijst bengelt. Met het percentage « nieuw ondernemerschap » bedoelt het Europees Centrum voor ondernemerschap het procentueel aantal van de 18- tot 64-jarigen dat bezig is met een nieuw of een relatief jong bedrijf.

Als oorzaak halen de onderzoekers de torenhoge belastingsdruk van 58 % aan, waardoor mensen worden afgeschrikt om nieuwe initiatieven te nemen.

Vermits belastingen hoofdzakelijk gebruikt worden om de uitgaven van de overheid te bekostigen, toonden de onderzoekers hetzelfde verband aan met overheidsbemoeienis : hoe meer geld de Staat nodig heeft, hoe minder nieuwe entrepreneurs zich aandienen.

Graag had ik van de minister het volgende vernomen :

1. Welke conclusies trekt u uit het rapport van het Studiecentrum voor ondernemerschap ?

2. Welke maatregelen zal u op korte termijn nemen om het « nieuw ondernemerschap » aan te moedigen ?