2-1349/1

2-1349/1

Belgische Senaat

ZITTING 2002-2003

12 NOVEMBER 2002


Wetsvoorstel tot instelling van een Fonds ter bestrijding van het tabaksgebruik

(Ingediend door de heren Georges Dallemagne en Michel Barbeaux)


TOELICHTING


1. Tabaksgebruik : een probleem van volksgezondheid

Tabak doodt. Dat is zo duidelijk dat niemand het nog ontkent.

De geneeskundige literatuur telt meer dan 50 000 studies over de gevolgen van tabaksgebruik voor de gezondheid.

Een onderzoek van het « Royal College of Physicians », dat meer dan 40 jaar bestrijkt, heeft aangetoond dat één regelmatig roker op twee vroegtijdig sterft als gevolg van zijn tabaksgebruik.

Roken is een van de belangrijkste oorzaken van sterfte in België (1).

Volgens de berekeningen van professor R. Peto is tabaksgebruik in België verantwoordelijk voor 8 000 doden in 1955, 14 200 doden in 1965, 19 000 doden in 1975, 20 000 doden in 1985, 18 300 doden in 1990 en 19 400 doden in 1995. Volgens dezelfde auteurs kunnen de sterftes als gevolg van tabak in België in 1995 als volgt worden opgesplitst :

Alle vormen van kanker : 8 700.

Hart- en vaatziekten : 4 500.

Luchtwegenaandoeningen : 4 100.

Andere : 2 100.

De levensverwachting van niet-rokers is gemiddeld acht jaar hoger dan die van rokers.

Iedereen kent nu wel de kwalijke gevolgen van tabak voor de gezondheid. Toch blijft het aantal rokers onrustbarend hoog. Noch verontrustender is de leeftijd van de rokers.

In de periode 1982-1993 is het percentage regelmatige rokers gedaald van 40 % tot 25 %.

Sinds 1991 schommelt dat percentage rond 25-30 % en wordt er geen daling meer waargenomen.

Vooral het tabaksgebruik van jongeren is verontrustend. Uit een recent Eurostatonderzoek is gebleken dat in 1999 meer dan een derde van de bevolking van de Europese Unie van ouder dan vijftien jaar dagelijks rookt. In de leeftijdsklasse van 15 tot 24 jaar steeg dit percentage tot 41 %.

In België telt men bij de mannen vanaf vijftien jaar 46,8 % rokers (40,2 % in de EU), bij de vrouwen 28,2 % (EU : 28,0 %) en samen 37,2 % (EU : 33,9 %).

Van de jonge Belgen van 15 tot 24 jaar rookt 52,8 % van de mannen (EU : 43,0 %) en 38,2 % van de vrouwen (EU : 39,5 %) of 45,7 % van de populatie in die leeftijdsgroep (EU : 41,3 %).

Wetsbepalingen in verband met de bestrijding van tabak

­ Door de wet van 3 april 1975 gold de verplichting om op elke verpakking te vermelden : « Sigaretten roken kan uw gezondheid schaden ». Door het koninklijk besluit van 28 december 1979 werd de vermelding gewijzigd in « Tabak schaadt de gezondheid ». Het woordje « kan » verviel en de waarschuwing werd uitgebreid tot alle tabaksproducten.

­ Decreet van de Franse Gemeenschap van 2 december 1982 betreffende het verbod te roken op bepaalde openbare plaatsen en het verbod om propaganda of reclame te maken voor tabak.

­ Roken op het werk wordt geregeld door het koninklijk besluit van 31 maart 1993, ter aanvulling van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB), artikel 148decies, 2.2.

­ Het koninklijk besluit van 11 oktober 1985 over de fabricage van voedingsmiddelen verbiedt het roken in lokalen waar voedingsmiddelen worden gefabriceerd, voorhanden zijn of in de handel worden gebracht.

­ De EG-richtlijn van 13 november 1989 over de etikettering van de verpakking van tabakswaren, die van kracht werd op 1 januari 1992, bepaalt dat de waarschuwingen moeten worden afgedrukt op zowel de voor- als de achterkant, in vette letter op een contrasterende achtergrond, waarvan de grootte ten minste acht procent van het gehele oppervlak van de grote zijde van de verpakkingseenheid moet bedragen, indien de waarschuwingen in de drie landstalen worden vermeld. Op de ene kant wordt steeds dezelfde waarschuwing afgedrukt « Brengt de gezondheid ernstige schade toe »; op de andere zijde moet de fabrikant kiezen uit een reeks mogelijkheden, zoals « Roken veroorzaakt kanker », « Roken veroorzaakt hart- en vaatziekten », enzovoort.

­ Tengevolge van de EG-richtlijn van 17 mei 1990 werd in het koninklijk besluit van 13 augustus 1990 het teergehalte in sigaretten beperkt tot 15 mg vanaf 1 januari 1993 en tot 12 mg vanaf 1 januari 1998. De Belgische wetgever heeft het ook nuttig geacht, hoewel de richtlijn dat niet verplicht, om het nicotinegehalte te beperken tot 1,5 mg per sigaret vanaf 1 januari 1993 en tot 1,2 mg per sigaret vanaf 1 januari 1998.

­ De reclame voor tabakswaren is in België gereglementeerd sinds 1980, onder meer door de koninklijke besluiten van 5 maart 1980, 22 september 1980, 21 januari 1982, 20 december 1982 en 10 april 1990 en de wet van 10 december 1997, die van kracht wordt op 1 januari 1999.

­ Een arrest van het Arbitragehof van 30 september vernietigt de bepalingen in verband met indirecte reclame, omdat ze niet voorzien in analoge uitzonderingen als voor het verbod van directe reclame. Het arrest voorziet ook in de vernietiging van het verbod op tabaksreclame in zoverre het voor 31 juli 2003 van toepassing is op de op wereldniveau georganiseerde evenementen en activiteiten.

­ Decreet van het Waalse Gewest van 10 juni 1999 betreffende de sponsoring van evenementen die plaatsvinden in aan het Waalse Gewest toebehorende infrastructuren of die door het Waalse Gewest gesubsidieerd worden. Vernietigd door arrest nr. 36/2001 van het Arbitragehof van 13 februari 2001.

De financiële inkomsten uit het tabaksverbruik

Tabaksverbruik speelt ook een zeer belangrijke economische en fiscale rol. Volgens de studie van het OIVO (2) bedragen de fiscale inkomsten uit tabaksproducten in België voor de periode 1990-2001 :

Jaar In miljoen
euro
1990 916
1991 979
1992 1 040
1993 1 155
1994 1 240
1995 1 318
1996 1 403
1997 1 426
1998 1 557
1999 1 691
2000 1 793
2001 1 712

De strijd tegen het roken

Maatregelen tegen het tabaksverbruik moeten altijd in de eerste plaats gericht zijn op een radicale vermindering van het aantal rokers in ons land.

Om het (overdadig) roken op een doeltreffende manier te bestrijden, is het echter nodig :

­ te beschikken over nauwkeurige wetenschappelijke studies betreffende de verschillende vormen van nicotineverslaving en hun gevolgen (zowel voor rokers als voor niet-rokers, met andere woorden de samenleving);

­ op grond van deze studies informatiecampagnes op touw te zetten om het gedrag te wijzigen en, indien mogelijk, preventiemaatregelen te treffen door middel van samenwerkingsovereenkomsten met de Gemeenschappen.

Bovendien moet een deel van de kosten van de gezondheidszorg ten gevolge van het roken gedragen worden door hen die ervoor verantwoordelijk zijn.

Roken brengt immers zware maatschappelijke lasten met zich mee, volgens een bijna onafwendbaar patroon : roken leidt tot verslaving, die op haar beurt een of meer ziekten veroorzaakt die behandeld moeten worden, wat kosten met zich mee brengt voor de patiënt en voor de samenleving via de terugbetaling door de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

Dit wetsvoorstel wil bijgevolg een Fonds oprichten dat gestijfd wordt door een verplichte bijdrage van de producenten en verdelers van tabak en tabaksproducten, bepaald in verhouding tot hun omzet.

Behalve de financiering van studies en onderzoek naar de gevolgen van het tabaksverbruik voor de gezondheid, zou het Fonds een manier zijn om de kosten die de gemeenschap via de ziekte- en invaliditeitsverzekering draagt voor de terugbetaling van medische kosten ten gevolge van tabaksverbruik, terug te betalen of te compenseren.

Het Fonds zal ook de federale wetgeving in de strijd tegen de tabak volgen en voorstellen terzake formuleren.

Iedere producent en verdeler zal dus moeten bijdragen tot het Fonds naar rato van zijn omzet voor het betreffende product op de Belgische markt. De verplichting om een bijdrage te storten aan het Fonds is een verplichting in solidum van de producent en de verdeler.

Het bedrag van de bijdrage van de tabaksproducenten en -verdelers wordt door de Koning bepaald.

Als men uitgaat van een bijdrage van bijvoorbeeld 1 % op de omzet, zou dat, op grond van economische gegevens voor 2001, een bedrag opleveren van zo'n 1 014 miljoen euro. De verdeling van de middelen van het Fonds voor het volbrengen van zijn verschillende taken wordt door de Koning bepaald.

Dank zij de voorgestelde regeling voor de terugbetaling van de maatschappelijke kosten verbonden aan het tabaksverbruik worden de verschillende actoren gewezen op hun verantwoordelijkheid in deze problematiek : de producenten en verdelers betalen aan de gemeenschap de kosten terug die zij veroorzaakt hebben, terwijl de verbruikers die individueel ook bewust moeten worden van hun verantwoordelijkheid, geen enkel bijkomend voordeel genieten van de maatregelen. Alleen de gemeenschap vaart er beter bij.

Georges DALLEMAGNE.
Michel BARBEAUX.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Binnen de federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wordt een overheidsorgaan met rechtspersoonlijkheid ingesteld, genaamd « Fonds voor de stimulering van de verantwoordelijkheidszin van producenten en distributeurs van producten die verslavend werken en schadelijk zijn voor de gezondheid ». Deze instelling vormt een begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscompatibiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.

Art. 3

Het Fonds is belast met de volgende taken :

1º financieren van door de Koning erkende structuren en organen die studies of onderzoek verrichten en die evaluaties of adviezen uitbrengen met betrekking tot tabaksgebruik en de gevolgen ervan voor de volksgezondheid;

2º controleren en coördineren van de onder het 1º bedoelde studies of onderzoeken en van de evaluaties of adviezen die deze erkende structuren of organen uitbrengen;

3º zorgen voor de follow-up van de federale wetgeving inzake de strijd tegen het tabaksgebruik;

4º formuleren van nuttige voorstellen terzake;

5º zorgen voor een compensatie van de collectief gedane uitgaven inzake gezondheidszorg om op een solidaire manier via de ziekte- en invaliditeitsverzekering de kosten verbonden aan het tabaksgebruik te betalen.

Art. 4

De taken van het Fonds, zoals gedefinieerd in artikel 3, worden beheerd door een Beheerscomité bestaande uit een gelijk aantal leden onder wie :

1º ­ vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van geneesheren,

­ vertegenwoordigers van de ministers bevoegd voor Volksgezondheid, Sociale Voorzorg, Financiën en Economische Zaken;

­ vertegenwoordigers van elke Gemeenschap;

­ vertegenwoordigers van de landsbonden van de ziekenfondsen.

De vertegenwoordigers van de tabaksindustrie mogen in geen geval zitting hebben in het Beheerscomité van het Fonds.

2º een voorzitter, die onafhankelijk is van de in het 1º bedoelde representatieve organisaties van geneesheren, ziekenfondsen en sectoren.

3º een secretaris, gedetacheerd van de overheidsdienst van Volksgezondheid.

De Koning bepaalt de wijze waarop de leden van het Beheerscomité worden voorgedragen, het aantal leden en de regels voor de werking van het Beheerscomité. Hij benoemt de voorzitter en de leden van het Beheerscomité.

De leden hebben stemrecht. De voorzitter en de secretaris hebben raadgevende stem.

Het Beheerscomité legt in een bijzonder reglement alle andere bepalingen vast die van toepassing zijn op de werking van het Fonds. Het bijzondere reglement treedt in werking na goedkeuring door de ministers bevoegd voor Volksgezondheid en Sociale Zaken.

De werkingskosten van het Fonds komen ten laste van het Fonds.

Art. 5

§ 1. Het Fonds wordt gefinancierd door een bijdrage die de tabaksproducenten en de distributeurs van producten op basis van tabak betalen en die een percentage bedraagt van hun omzet op de Belgische markt.

De bijdrage komt ten laste van deze producenten en distributeurs en wordt berekend op basis van de omzet van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de bijdrage wordt betaald. De verplichting om bij te dragen aan dit Fonds is een verplichting in solidum van de producenten en distributeurs.

Het totaal van deze bijdrage wordt gestort op rekening van het Beheerscomité van het Fonds en wordt gebruikt voor :

­ het opsporen van ziekten die samenhangen met tabaksgebruik,

­ het verrichten van studies en onderzoek naar gezondheidsproblemen en ziekten die samenhangen met tabaksgebruik,

­ het storten aan de RSZ van bedragen ter compensatie van de uitgaven die via de verzekering voor geneeskundige verzorging gedaan worden voor kosten die samenhangen met het tabaksgebruik.

De Koning stelt vast op welke wijze deze bepaling wordt toegepast met betrekking tot de aangifte van de bijdrage, de controle erop en de heffing ervan.

De schuldenaar die de verschuldigde bijdrage niet stort binnen de door de Koning bepaalde termijn, is van rechtswege wettelijke intresten verschuldigd aan het Fonds vanaf de dag waarop de betaling had moeten gebeuren.

§ 2. Het Fonds wordt eveneens gefinancierd door een dotatie ten laste van de Staat.

De Koning bepaalt het bedrag van de dotatie en de wijze waarop zij betaald wordt.

Art. 6

Het Fonds legt een reservefonds aan op basis van :

1º de overschotten van de in artikel 5, § 1, bedoelde bijdrage;

2º alle andere middelen die het Fonds worden toegekend.

Het Beheerscomité van het Fonds doet jaarlijks vóór 1 oktober voorstellen aangaande het gebruik van dit reservefonds.

Als het Beheerscomité van het Fonds vóór 1 oktober geen voorstellen heeft gedaan, kan de Koning, na het advies van het Comité te hebben gehoord, besluiten om het reservefonds te gebruiken ten gunste van de sector gezondheidszorg van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

Art. 7

Op eensluidend advies van het Beheerscomité van het Fonds :

1º gaat de Koning, op de wijze die Hij vaststelt, over tot de erkenning van structuren en organen die studies of onderzoek uitvoeren en evaluaties of adviezen geven aangaande de bestrijding van het tabaksgebruik;

2º stelt de Koning de nadere regels en voorwaarden vast volgens welke het Fonds de in het 1º bedoelde structuren en organen financiert;

3º stelt de Koning de nadere regels en de voorwaarden vast volgens welke wordt gezorgd voor de compensatie van de collectief gedane uitgaven inzake gezondheidszorg om via de ziekte- en invaliditeitsverzekering op een solidaire manier de kosten verbonden aan het tabaksgebruik te betalen.

Art. 8

De krachtens artikel 7 erkende structuren en organen leggen aan het Beheerscomité van het Fonds jaarlijks vóór 30 juni een verslag voor over hun werkzaamheden van het voorbije kalenderjaar, alsook hun adviezen of voorstellen.

Art. 9

De Koning kan de lijst uitbreiden van producten die verslavend werken en die binnen de werkingssfeer van deze wet kunnen vallen.

6 november 2002.

Georges DALLEMAGNE.
Michel BARBEAUX.

(1) Luk Joossens, « Documentatiemap Roken », OIVO, Uitgave 2001.

(2) Idem.