2-239

2-239

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 7 NOVEMBER 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Michiel Maertens aan de minister van Justitie over «het niet-vervolgen van de diamantmaffia» (nr. 2-1109)

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Al meer dan tien jaar bespreekt het ene VN-panel na het andere de problematiek van de bloeddiamanten en verwijst daarbij naar Belgische bedrijven en criminele netwerken. De Hoge Raad voor Diamant vraagt al jaren om de maffiose netwerken voor Afrikaanse bloeddiamanten te bestrijden.

Vandaag verklaart professor Wauters in een krant dat de VN-lidstaten alle mogelijke administratieve en juridische inspanningen moeten leveren om de VN-sancties uit te voeren.

De Senaatscommissie voor onderzoek naar de georganiseerde criminaliteit en de opvolgingscommissie deden ter zake al vele voorstellen, en experts berekenden dat via dit fraudecircuit enorme bedragen worden witgewassen, zelfs voor terroristische netwerken.

Desalniettemin heeft het Antwerpse parket onlangs aan de regering laten weten dat het over onvoldoende personeel beschikt om deze dossiers te behandelen. Overigens schrijft het Netwerk Georganiseerde Misdaad dat de beschikbare informatie inzake conflictdiamant niet kan worden onderzocht en verklaarde Procureur-generaal Deckers op 28 oktober laatstleden dat bloeddiamanten geen prioriteit meer zijn voor het Antwerpse parket!

Het is opmerkelijk dat de aanhoudingen die in dit verband hebben plaatsgehad door het Brusselse parket, zijn behandeld op grond van inlichtingen van het Centrum voor Financiële Informatie, maar niet in het Antwerpse waar het probleem nochtans het scherpst is.

Steunt de minister de verklaring van de procureur-generaal en gaat die niet in tegen de aanbevelingen van het VN-panel? Hoe lost de minister dit op? Wij zitten daarmee toch in de illegaliteit.

Welke capaciteit had de onderzoekscel diamant de voorbije zeven jaar en hoe verhoudt die cel zich kwantitatief ten opzichte van de cel kleine criminaliteit zowel wat betreft de personeelsbezetting als de dossierlast?

Hoeveel onderzoeken werden er de voorbije zeven jaar in Antwerpen opgestart en hoeveel werden er afgerond? Wij weten dat de Hoge Raad voor Diamant al meer dan honderd dossiers heeft overgezonden.

Welke beleidsbeslissingen werden de voorbije drie jaar genomen en uitgevoerd en in welke wordt er de eerstkomende maanden voorzien?

Hoe ver staat de realisatie van de aanbevelingen van de onderzoekscommissie georganiseerde criminaliteit om de verschillende diensten efficiënt te laten samenwerken onder meer via koppeling van de databestanden?

Volgens de informatie die ik nog maar net van de fiscale cel diamant heb ontvangen, staat dit nog nergens. Daar rijst toch een ernstig probleem waarmee wij ons belachelijk maken in de ogen van de hele wereld.

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - In de eerste plaats wil ik zeggen dat de uitspraken van de procureur-generaal van het Hof van Beroep te Antwerpen, waaraan wordt gerefereerd, werden afgelegd tijdens een hoorzitting met gesloten deuren in de opvolgingscommissie Georganiseerde Criminaliteit van de Senaat. Inmiddels heeft diezelfde opvolgingscommissie de procureur-generaal gelast met het zwaar banditisme, zijnde de portefeuillehouder te Gent, en de federale procureur gehoord. De neerslag van die hoorzittingen is gekend. Mijns inziens heeft de voorzitter de juiste beslissing genomen door mij uit te nodigen voor een onderhoud.

De Antwerpse procureur-generaal heeft op geen enkel ogenblik gesteld dat deze onderzoeken niet meer prioritair zijn.

Er is enerzijds alleen gewezen op een politioneel, dus niet in het kader van het Antwerpse parket, capaciteitsprobleem in de zone Antwerpen, waardoor er op korte termijn keuzes zullen moeten worden gemaakt inzake het behandelen van de voorliggende dossiers. Het gaat trouwens niet om een uitzonderlijk hoog aantal dossiers, maar over de inhoud kan ik uiteraard niets zeggen.

Anderzijds is ter sprake gekomen dat er in het in afwerking zijnde Nationaal Politioneel Veiligheidsbeeld een herschikking is gebeurd van de prioritaire materies. Dat betekent echter niet dat de diamantproblematiek uit het beeld verdwijnt, alleen dat dit probleem thans wordt gevoegd bij wat we de aanpak van de georganiseerde criminaliteit noemen, waar het thuishoort.

Door het korte tijdsbestek tussen het indienen van uw vraag en het opstellen van mijn antwoord was het niet mogelijk om gedetailleerd in te gaan op de tweede en de derde vraag. Indien de procureur-generaal mij de nodige inlichtingen bezorgd heeft, zal ik daarover uitsluitsel geven in de gedachtewisseling in de opvolgingscommissie. De huidige capaciteit van de politionele onderzoekscel diamant bedraagt vier personen. Deze cel werd opgericht in april 2001 binnen de gerechtelijke dienst Antwerpen en bestond aanvankelijk uit twee personen. Ze werd vrij vlug, meer bepaald in oktober 2001, uitgebreid tot het huidige aantal van 4 personen. De cel is sinds zijn oprichting dus zeker niet ingekrompen, ze is integendeel uitgebreid.

Het Antwerpse gerechtelijke niveau heeft het probleem van een eventuele uitbreiding van die capaciteit recentelijk aangekaart bij de federale procureur, die thans in het kader van de arbitrage en in overleg met de directeur generaal van de gerechtelijke diensten van de federale politie een oplossing zal proberen uit te werken. Dat was een doelstelling van de politiehervorming.

Tot slot nog een woord over het beleidsmatig aspect en de aanbevelingen. De opvolging van de hele diamantproblematiek wordt verzekerd door een task force diamant, onder auspiciën van de minister van Buitenlandse Zaken. Deze task force heeft vanmorgen overigens nog vergaderd, onder meer voor de bespreking van het Antwerpse capaciteitsprobleem.

Wij hebben de ter zake geldende procedure dus gevolgd en ik kan alleen maar hopen dat er op korte termijn een oplossing komt. De heer Maertens heeft gelijk dat wij moeten tonen dat wij de aanbevelingen van de verschillende parlementaire onderzoekscommissies, onder meer die over de georganiseerde criminaliteit, opvolgen.

Het spreekt voor zich dat wij deze prioritaire materie op de voet zullen blijven volgen.

De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Ik dank de minister voor zijn duidelijk antwoord en zijn goede voornemens. Hij zal het wel met mij eens zijn dat de maatregelen op dit vlak tergend langzaam worden genomen.

Hij refereert aan de task force diamant die al vele jaren werkzaam is. Toch beperken de concrete resultaten zich nog altijd tot enkele voorstellen. Ik heb verwezen naar de Senaatscommissie inzake de georganiseerde criminaliteit die duidelijk heeft gesteld dat de verschillende databases over netwerken aan elkaar moeten worden gelinkt, maar dat is nog nergens gerealiseerd. Dat kan toch niet zo moeilijk zijn vermits al deze diensten geïnformatiseerd zijn. Op een bepaald ogenblik moet de vaste politieke wil aanwezig zijn om dat te realiseren. Anders kan niet efficiënt worden gewerkt.

We hebben met een internationaal probleem te maken dat we als klein land niet kunnen negeren. In de VN-rapporten wordt ons land telkens genoemd. Dat doet pijn. Ook de Hoge raad voor Diamant dringt erop aan dat er zo snel mogelijk vooruitgang wordt geboekt. Het is onaanvaardbaar dat iemand als Sanjivan Ruprah, die internationaal wordt gezocht, telkens opnieuw wordt vrijgelaten. Volgens de laatste berichten loopt hij opnieuw als een vrij man in Brussel rond na onlangs in Italië te zijn gearresteerd. Ook Victor Bout kon midden in de zomer in Antwerpen rustig een glas gaan drinken hoewel hij jaren voordien door Interpol werd gesignaleerd.

Ons rechtssysteem vertoont ernstige lacunes. Ik hoop dat we de bezigheidstherapie nu eindelijk stopzetten en tot actie overgaan.

De heer Marc Verwilghen, minister van Justitie. - We moeten een duidelijk onderscheid maken tussen de twee elementen. Enerzijds moeten de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie op verscheidene niveaus worden uitgevoerd. De heer Maertens is van oordeel dat het toekennen van de task force aan Buitenlandse Zaken tergend langzaam verloopt.

Anderzijds wil ik erop wijzen dat er een federale procureur is benoemd, die zich met deze materie bezighoudt en een oplossing probeert uit te werken voor het capaciteitsprobleem. Op justitieel en politieel vlak zijn de nodige middelen ter beschikking om vooruitgang te kunnen boeken. Ik zal blijven aandringen op de oplossing van dit probleem.