(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
In 1992 werd een vennootschapsbijdrage ingevoerd ter versteviging van de financiële structuur van het sociaal statuut der zelfstandigen.
De regelgeving voorziet dat in een aantal gevallen de venootschapsbijdrage niet verschuligd is :
de bij vonnis van de rechtbank van koophandel failliet verklaarde vennootschappen;
de vennootschappen die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk akkoord dat door de rechtbank van koophandel gehomologeerd is en niet werd vernietigd of ontbonden;
de vennootschappen die zich in een toestand van vereffening bevinden.
Na de opsomming van de gevallen waarin de vennootschapsbijdrage niet verschuldigd is, vermeldt de regelgeving evenwel uitdrukkelijk dat reeds betaalde bijdragen in geen geval kunnen worden terugbetaald (artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit van 15 maart 1993 tot uitvoering van hoofdstuk II van titel III van de wet van 30 februari 1992 houdende sociale en diverse bepalingen met betrekking tot de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laatste van de vennootschappen bestemd voor het sociaal statuut der zelfstandigen).
Deze bepaling leidt tot perverse gevolgen. Een voorbeeld dat mij onlangs gesignaleerd werd : een familiale BVBA betaalt in juni 2001, na ontvangst van de rekening, de vennootschapsbijdrage. Na het overlijden van de zaakvoerder wordt in december 2001 de vennootschap vereffend. Strikt genomen is in dit geval de vennootschapsbijdrage niet verschuldigd. Maar omdat ze al betaald was, kan de niet-verschuldigde bijdrage niet meer terugbetaald worden.
Wie dus te goeder trouw is en altijd stipt zijn bijdragen betaalt, wordt hier benadeeld ten opzichte van diegenen die hun sociale verplichtingen minder nauwgezet naleven. Indien de vennootschapsbijdrage in het hoger geschetste voorbeeld niet op tijd was betaald, diende ze ook niet betaald te worden.
Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen :
1. Wat is de ratio legis van deze regeling ?
2. Is hij zinnens deze onbillijke bepaling aan te passen ?