2-208

2-208

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 30 MEI 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Wim Verreycken aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en aan de minister van Binnenlandse Zaken over ęde opvang van een Palestijn door BelgiŽĽ (nr. 2-996)

De voorzitter. - De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn, antwoordt namens de heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en namens de heer Antoine Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - In de media lezen we vandaag dat het Comitť I vaststelt wat wij hier al een drietal jaar geleden in vragen om uitleg aantoonden, namelijk dat in sommige moskeeŽn ongecontroleerd moslimfundamentalisme wordt gepreekt. We stellen dus vast dat we te vroeg gelijk hadden.

Onder het motto `er kan nog altijd eentje bij', neemt BelgiŽ nu een van de Palestijnen op die de Geboortekerk in Bethlehem een tijdlang bezet hielden.

Ik beperk me tot concrete vragen omdat ik me ver wil houden van polemieken hierover.

Kan de minister me zeggen waar de betrokkene zal verblijven of ten minste in welke regio hij wordt ondergebracht?

Wordt de Palestijn bewaakt, voorlopig of definitief? Zo ja, door wie? Door de staatsveiligheid, die blijkbaar geen mensen heeft die Arabisch kennen, of door een andere organisatie? Wat kost dat aan de overheid?

Wat is de betekenis van zich `discreet gedragen'? Mag de betrokkene bijvoorbeeld deelnemen aan een betoging tegen IsraŽl, zoals er voor binnenkort in Antwerpen een is aangekondigd?

Kan de minister me mededelen wie voor het inkomen van de betrokkene zal instaan? De man moet toch ergens van leven. Indien de overheid hiervoor zorgt, welk inkomen wordt hem dan toegekend?

Was het niet aangewezen om ten minste aan de leden van de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen, de verblijfsvoorwaarden mede te delen, die de Palestijn blijkbaar schriftelijk heeft aanvaard?

De heer Didier Reynders, minister van FinanciŽn. - Ik geef u het antwoord van mijn collega's van Binnenlandse en van Buitenlandse zaken.

Allereerst kan ik erop wijzen dat de minister van Binnenlandse Zaken in de plenaire vergadering van de Kamer van donderdag 23 mei 2002 reeds antwoordde op een vraag van volksvertegenwoordiger Pieter De Crem over de zaak van de Palestijn die de Geboortekerk in Bethlehem bezet hield. Het is echter normaal ook in de Senaat hierover een vraag wordt gesteld, waarop uiteraard een antwoord komt.

Het klopt dat de heer Khalil Nowaurah op het Belgisch grondgebied is aangekomen en wordt opgevangen door de Belgische overheid. Daarbij zijn, in akkoord met de betrokkene zelf, bepaalde voorzorgsmaatregelen genomen. Inmiddels werden enkele maatregelen al aangepast, rekening houdend met de ervaringen van de afgelopen dagen en de perceptie van de betrokkene zelf van zijn verblijf op Belgisch grondgebied.

Het verblijf werd geregeld met een aankomstverklaring die het gevolg is van het door de Belgische ambassade afgeleverde visum voor kort verblijf dat geldig is voor een verlengbare periode van drie maanden. Op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken wordt dit alles opgevolgd door het Comitť voor de inlichtingen en de veiligheid, dat hiervoor regelmatig samenkomt. Een werkgroep Binnenlandse Zaken-Buitenlandse Zaken volgt de praktische uitvoering van nabij.

De operatie wordt gefinancierd door de Belgische overheid, maar een kostencalculatie is nog niet voorhanden.

Op de andere vragen kan ik om evidente veiligheidsredenen in de huidige stand van het dossier nog geen antwoord geven.

De heer Wim Verreycken (VL. BLOK). - Mijn vraag had ik aanvankelijk gesteld aan de minister van Buitenlandse Zaken. De minister van Binnenlandse Zaken werd eraan toegevoegd en nog een andere minister gaf het antwoord. Ik neem dus aan dat de hele regering met het dossier van de Palestijn bezig is.

Ik ben echter vooral geÔnteresseerd in de concrete vraag wie voor het inkomen van deze man instaat, wat dat zal kosten en waarom de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen niet is geÔnformeerd en wel een obscure werkgroep. In dit dossier is mijns inziens openhartigheid aangewezen, maar ik zal zeker niet polemiseren met de minister die zo vriendelijk was het antwoord van zijn collega's voor te lezen. Ik zal aan de betrokken ministers schriftelijke vragen stellen.