2-201

2-201

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 25 APRIL 2002 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Fatma Pehlivan aan de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken over ęhet bilateraal akkoord tussen BelgiŽ en Turkije inzake de sociale zekerheidĽ (nr. 2-767)

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A). - Op 4 juli 1966 sloten BelgiŽ en Turkije een bilateraal socialezekerheidsakkoord voor Turkse onderdanen die in BelgiŽ verblijven. Dat akkoord verschilt sterk van de bilaterale akkoorden over hetzelfde thema met landen zoals Marokko of Algerije. Zo heeft een Marokkaanse onderdaan die een pensioen of rente geniet wegens ouderdom, invaliditeit, arbeidsongeval, of beroepsziekte recht op kinderbijslag indien zijn kinderen in Marokko worden opgevoed. Het bilaterale akkoord dat met Turkije werd afgesloten, is echter beperkter. Zo hebben Turkse gepensioneerde ouders geen recht op kinderbijslag als hun kinderen in het buitenland verblijven. Die situatie zal zich in de komende jaren steeds meer voordoen gezien de toenemende vergrijzing van de allochtone Turkse bevolking.

Om de verschillen tussen de bilaterale akkoorden weg te werken, werd op 30 juni 1997 een nieuw bilateraal akkoord gesloten met Turkije. Volgens dat akkoord hebben Turkse gepensioneerde ouders wier kinderen in het buitenland verblijven, wel recht op kinderbijslag. Het verdrag werd in de Senaat op 22 juni 2000 en in de Kamer op 6 juli 2000 goedgekeurd. Tot op heden is het nog steeds niet gepubliceerd. Wat is hiervan de reden? Wanneer zal het verdrag van kracht zijn?

De heer Louis Michel, vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken. - Het verdrag tot herziening van het algemeen verdrag tussen het koninkrijk BelgiŽ en de republiek Turkije betreffende de sociale zekerheid en de twee administratieve schikkingen ondertekend te Ankara, werd door het parlement op 30 juni 1997 goedgekeurd en door de Koning op 25 september 2000 afgekondigd.

Overeenkomstig artikel 10 van het verdrag heeft de Belgische overheid de tegenpartij in kennis gesteld van het beŽindigen van onze interne procedures. Die verbale nota dateert van 12 februari 2002. Tot op heden heeft mijn ministerie hiervan nog geen ontvangstmelding gekregen. De ontvangstmelding is wel bepalend voor de datum van inwerkingtreding. Artikel 10 bepaalt namelijk dat het verdrag in werking zal treden op de eerste dag van de tweede maand na de datum van ontvangst. Mijn diensten zullen er bij het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken op aandringen om de ontvangst zo vlug mogelijk te bevestigen. Zodra de datum van inwerkingtreding bekend is, zal die samen met de instemmingswet en het verdrag in het Belgisch Staatsblad worden gepubliceerd. Ik zal mevrouw Pehlivan op de hoogte houden van de concrete stappen die we in dit verband zullen doen.

Mevrouw Fatma Pehlivan (SP.A). - Ik ben blij dat het dossier al zo ver is gevorderd. Ik zal er bij de verantwoordelijke van de Turkse staat op aandringen het antwoord zo vlug mogelijk aan het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken te melden.

-Het incident is gesloten.