2-199

2-199

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 18 AVRIL 2002 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Didier Ramoudt à la ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement sur «les concessions pour parcs d'éoliennes à la côte» (nº 2-944)

M. le président. - M. Eddy Boutmans, secrétaire d'État à la Coopération au développement, répondra au nom de Mme Magda Aelvoet, ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement.

De heer Didier Ramoudt (VLD). - Het is de derde keer dat ik een vraag stel over de windmolenparken en telkens antwoordt een ander minister. Ik zal het de heer Boutmans dus niet kwalijk nemen als hij naast de kwestie antwoordt.

De burgmeesters van Knokke-Heist en De Haan stappen naar de Raad van State naar aanleiding van de concessies om windmolens te plaatsen voor "hun" kust. Ze willen eens weten "aan wie de horizon behoort". Aan de minister van Leefmilieu, aan haar collega Deleuze, de energiemaatschappijen of aan alle Belgen?

De burgemeesters zijn net terug van een studiereis naar Kopenhagen en blijven boos over de manier waarop die verliep. Het aangeboden snoepreisje heeft de betrokkenen niet overtuigd, integendeel. Men probeerde appelen voor citroenen te verkopen, want de Deense situatie verschilt volledig van die aan de Belgische kust. Denemarken heeft bijna 7000 kilometer kust, wij slechts 65. In Denemarken staan de windmolenparken in een industriële omgeving, bij ons komen ze in een toeristisch gebied terecht. Ook het aantal molens zal na de derde fase voor onze kust een tienvoud zijn van wat er aan de burgmeesters werd getoond. Ook konden de Denen op vele vragen geen antwoord geven.
De opmerking van de minister in de pers was ongepast. Ik citeer: "Maar als de MER- rapporten in orde zijn, komen de molens er ". Dergelijke uitspraak is bij duizenden vakantiegangers in het verkeerde keelgat geschoten. Ook bij de groene achterban van de minister, vanwege de maritieme fauna en de vogelpopulatie. De politieke verantwoordelijkheid in dit dossier is zeer groot. Diverse economische sectoren zullen schade worden toegebracht en de kustvisserij zal zelfs worden uitgeschakeld.

Zal de minister nog overleg plegen met betrokken sectoren of beperkt ze zich tot het MER- rapport?

Heeft de minister of de regering een alternatief indien de MER- rapporten negatief zijn om toch nog te voldoen aan de Kyoto-akkoorden?

Wie betaalde de reis naar Denemarken?

De heer Eddy Boutmans, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking. - Mevrouw Aelvoet heeft niet de gewoonte naast de kwestie te antwoorden. Ze doet dit ook niet als ik haar antwoord kenbaar maak omdat zij in het buitenland verblijft. Ik lees haar antwoord voor.

De studiereis naar het offshore windmolenpark bij Kopenhagen was een werkbezoek van één dag en kan dus allerminst als een snoepreisje worden beschouwd.

Het initiatief voor deze studiereis ging uit van de minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en de staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling. Beide ministers dragen de verantwoordelijkheid voor het al dan niet toekennen van een vergunning voor windmolenparken in de Noordzee. Het leek ons nuttig om deze ervaring te delen met de gouverneur van de provincie West-Vlaanderen en de kustburgemeesters en ook met de pers opdat de publieke opinie zich een idee zou kunnen vormen van deze nieuwe technologie.

Er zijn tijdens het werkbezoek een aantal nieuwe en belangwekkende invalshoeken naar voor gebracht. De Deense bevolking blijkt het niet zo moeilijk te hebben met de visuele impact. Ook blijkt dat na aanvankelijke terughoudendheid betreffende de plaatsing van windmolens in zee, nu 65% van de bevolking voorstander is van méér windmolens. De hoofdbedoeling van de studiereis was te leren van de Deense ervaring inzake windenergie in het algemeen en offshore windenergie in het bijzonder, aangezien Denemarken het verst staat in deze technologie. De geografische situatie, die verschillend is van de Belgische, mag ons niet verhinderen uit de Deense ervaring lessen te trekken.

De verschillende contacten die het kabinet van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu in het verleden al heeft gehad met de burgemeesters, maar ook met de vissers, blijven bestaan ook en vooral tijdens de beslissingsfase over beide concessies.

De minister wijst erop dat windenergie als duurzame energiebron slechts een van de vele alternatieve stappen is naar het uiteindelijke doel dat door de Kyoto-akkoorden werd aangegeven. België heeft er zich toe verbonden die te verwezenlijken.

Uit de milieueffectrapporten zal ook blijken welke voorwaarden moeten worden vervuld om een vergunning voor de concessies toe te kennen. Precies om na te gaan of een dergelijke inplanting nadelige gevolgen heeft en hoe groot die eventueel zijn, wordt er een milieueffectrapport opgesteld. De resultaten van het milieueffectonderzoek evenals de voorwaarden zullen openbaar worden gemaakt.

De kostprijs van het werkbezoek bedroeg 380.000 Belgische frank of 99.522 euro. Daarin waren begrepen de vliegreis, het vervoer ter plaatse, de catering, de protocollaire verplichtingen en de voorbereiding. Door het gastvrije onthaal van de Deense minister van Economie en Energie waren wij in de mogelijkheid om van Deense vergaderaccommodatie gebruik te maken. De kosten voor deze reis werden goedgekeurd op de begroting van de diensten van minister Aelvoet inzake beheer van het mathematisch model. Er waren veertig deelnemers.

De heer Didier Ramoudt (VLD). - Ik kan moeilijk anders dan vaststellen dat de minister de bevolking een rad voor de ogen draait.

De vergelijking met de Deense kust gaat geenszins op. In Denemarken staan de molens vlak tegenover een industriegebied, waar nagenoeg niemand woont. Verder, is er nu al sprake van drie parken en wordt verzwegen dat er op lange termijn 450 molens zullen worden ingeplant die 155 meter hoog zijn, wat dertig meter hoger is dan de Onze-Lieve-Vrouwetoren te Antwerpen. Dit is een pak hoger dan de molens voor de Deense kust.

De hamvraag is of België de laatste overblijvende open ruimte, met name de horizon van de zee, moet opofferen aan energiewinning, zij het groene energiewinning.

Vanuit het appartement van mijn vader in Oostende kan men de windmolens in Zeebrugge tellen en zien draaien. Zij liggen daar nochtans 22 kilometer vandaan en zijn slechts half zo hoog als het type windmolen dat zal worden ingeplant. U kunt zich inbeelden welke het visuele effect zal zijn van de inplanting van 155 meter hoge molens op 6 kilometer van de kust.

Men moet nu maar eens de waarheid vertellen aan de mensen. Die molens zullen goed zichtbaar zijn vanop de kust. Men zal die wel zien draaien en dat zal geen enkele toeristische meerwaarde opleveren.

De bewoners van de kust zullen zich overigens voortdurend in de nabijheid van een industriegebied wanen. Een rij van 450 molens op een lijn van minder dan 18 kilometer zal geen aantrekkingspool vormen voor toeristen.

Ik daag de minister uit om eens een waarheidsgetrouwe, virtuele voorstelling van die molens aan de bevolking te laten zien.