2-188

2-188

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 7 MARS 2002 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Didier Ramoudt au secrétaire d'État à l'Énergie et au Développement durable sur «les éoliennes dans les zones agricoles» (nº 2-882)

De heer Didier Ramoudt (VLD). - Volgens de organisatie Duurzame Energie Vlaanderen moedigt Vlaams minister Stevaert landbouwers niet alleen aan hun gronden te verhuren aan projectontwikkelaars die windenergie produceren, maar ook om zelf windturbines te plaatsen voor de opwekking van windenergie voor hun diverse elektrische landbouwtoestellen.

Op een studiedag over windenergie zei de heer Luc De Wilde, de grootste expert in België inzake windenergie, dat ons land het enige land ter wereld is dat windturbines in landbouwgebieden uitsluit. Enkel als een landbouwer zelf 50% van geproduceerde energie gebruikt, kan er sprake zijn van een bedrijfsgebonden activiteit. Volgens Luc De Wilde is die 50%-regel niet relevant. Volgens hem is een windmolenproject goed als de locatie goed is en als een aantal randvoorwaarden worden gerespecteerd. Het kan zelfs een middel zijn om aan landschapsopbouw te doen.

Dagelijks horen we de landbouwers klagen over inkomensverlies. Misschien kan de opheffing van de 50%-regel de Vlaamse landbouwers een beter inkomen garanderen. Bovendien zou ons land door die opheffing ook sneller voldoen aan de Kyoto-normen.

Door die aanpak zou ook de bouw van windmolenparken op zee niet meer nodig zijn. Dus alleen maar voordelen: we produceren zelf groene energie, we voldoen aan de Kyoto-normen, we bezorgen de landbouwers een extra inkomen en we vrijwaren de toekomst van de kustvisserij en het toerisme.

Graag kreeg ik een antwoord op volgende vragen.

Is de staatssecretaris op de hoogte van het probleem, dat weliswaar op gewestelijk niveau moet worden geregeld?

Moeten er nog windmolenparken op zee komen als de 50%-regel wordt afgeschaft?

Kan de staatssecretaris gelet op die mogelijke wending de toekenning van concessies op zee opschorten of afgelasten?

De heer Olivier Deleuze, staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling. - Ik besef dat in het Vlaams gewest de 50%-regel windmolens nagenoeg uitsluit. Voor alle duidelijkheid wil ik toch zeggen dat het hier over een gewestelijke materie gaat, en ik dus niet bevoegd ben.

Zelfs als het Vlaams Gewest beslist de 50%-regel af te schaffen en de bouw van windmolens aan land te bevorderen, verandert dat niets aan het federale beleid dat hernieuwbare energie wil bevorderen.

De bouw van windmolens in zee enerzijds en in het binnenland anderzijds, zijn projecten die elkaar aanvullen en ons helpen om de Europese richtlijnen en de Kyoto-normen te respecteren.

Volgens de Europese richtlijnen moeten we tegen 2010 6% hernieuwbare energie winnen.

Windmolenparken in zee zijn een goede zaak, maar het kan niet om het even hoe. Ik wens geen vermenigvuldiging van de windmolenparken langs de Belgische kust. Ik blijf het windmolenproject langs de kust steunen, maar pleit tevens voor omzichtigheid.

De heer Didier Ramoudt (VLD). - Ik dank de staatssecretaris voor zijn antwoord. Hij heeft heel goed begrepen dat ik vooral bekommerd ben om de nadelige invloed van windmolenparken in zee.

Als er meer windmolens aan land worden gebouwd, kan de bouw in zee worden vermeden, die overigens nog voor heel wat commotie zou zorgen.

Ik neem er nota van dat de staatssecretaris pleit voor omzichtigheid bij de inplanting van windmolenparken in zee.