(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
De wet van 3 juli 2000 (Belgisch Staatsblad van 29 juli 2000) betreffende de vereiste decimalisering voor de invoering van de euro in de computerprogramma's van de overheid en voor de prijsaanduiding op metrologische toestellen, staat toe dat bepaalde metrologische toestellen, waaronder benzinepompen, de prijzen alleen in euro vermelden.
In de memorie van toelichting van de wet staat echter dat « de enkele vermelding in euro (...) geen vrijstelling inhoudt van de prijsaanduiding in Belgische frank tijdens het laatste semester van 2001. De verplichting de prijzen in Belgische frank aan te duiden wordt behouden maar kan met andere middelen worden nagekomen : de prijzen per meeteenheid mogen bijvoorbeeld met kleine aanplakbiljetten worden aangebracht in de nabijheid van de producten. Bovendien zal de handelaar op het ogenblik van de betaling de omrekening moeten doen opdat de consument zich van zijn schuld zou kunnen kwijten door middel van het enige chartaal geld dat tijdens die periode in omloop zal zijn ».
Het lijkt erop dat deze bepalingen van de wet van 3 juli 2000 niet overal correct nageleefd worden, met name in pompstations.
Zo kan ik u het voorbeeld geven van een pompstation in Laken (Brussel) : de prijzen werden er alleen in euro vermeld zonder enige verwijzing naar de Belgische frank, wat op zich reeds een overtreding vormt van voornoemde wet. Maar het ergste is dat die prijzen in euro overeenstemden met één tiende van de prijzen in Belgische frank. Met andere woorden, de komma in de prijs in Belgische frank werd gewoon naar links verschoven om de prijs in euro te verkrijgen (van 30,80 Belgische frank naar 3,080 euro voor een liter diesel !). Aangezien de betaling in dat pompstation per bankkaart geschiedt, werden enorme bedragen van de rekeningen van de klanten gedebiteerd, zonder dat zij hierop meteen konden reageren : er was immers geen personeel of telefoonnummer waar men terecht kon om een terugbetaling te eisen van het niet-verschuldigde bedrag. Ikzelf ben hiervan het slachtoffer geweest : voor een tankbeurt heb ik 7 500 Belgische frank betaald in plaats van 1 750 Belgische frank !
Aangezien het zeker niet om een alleenstaand geval gaat, roept het een aantal vragen en opmerkingen op :
1. Ik denk niet dat de fout bij de omzetting van Belgische frank in euro begaan zou zijn indien de exploitant het equivalent in Belgische frank had moeten aanduiden. Het is dus absoluut noodzakelijk dat de dubbele prijsaanduiding opgelegd en toegepast blijft.
Kunt u mij meedelen welke maatregelen getroffen werden om na te gaan of de dubbele prijsaanduiding toegepast wordt en of er sancties bestaan en toegepast worden in geval van niet-naleving ?
2. Op grond van welke regels kan een klant onrechtmatig gedebiteerde of gevorderde bedragen terugbetaald krijgen ? Moet de handelaar de klant terugbetalen zodra hij de fout vaststelt, ook als de klant daar niet om vraagt ? Kan de handelaar aansprakelijk gesteld worden voor eventuele gevolgen die de klant ten gevolge van de fout ondervindt (debetinteresten op zijn bankrekening bijvoorbeeld) ?
3. Bestaat er een telefooncentrale (groen nummer) waarop de klanten die menen het slachtoffer te zijn van een fout in de omzetting van Belgische frank in euro terechtkunnen en op hulp kunnen rekenen om schadeloosstelling te verkrijgen ? Indien dit niet het geval is, behoort er volgens u dan een dergelijke centrale te komen ?
Antwoord : In verband met zijn vragen kan ik het geachte lid het volgende meedelen.
1. Artikel 5 van de wet van 3 juli 2000 betreffende de vereiste decimalisering voor de invoering van de euro in de computerprogramma's van de overheid en voor de prijsaanduiding op metrologische toestellen bepaalt dat « onverminderd de toepassing van artikel 4 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, inzake de aanduiding van de prijs in Belgische frank, kan de prijsaanduiding op aanwijsinrichtingen van taximeters, weegtoestellen en op meetinstallaties en gedeeltelijke meetinstallaties voor vloeistoffen, in euro verricht worden vanaf 1 juli 2001 » (Belgisch Staatsblad van 29 juli 2000).
Op grond van deze wet kan de literprijs van de brandstoffen dus in euro aangeduid worden; deze bepaling ontslaat de handelaar evenwel niet van de verplichting tot 31 december 2001 de evenwaardige prijs in Belgische frank aan te duiden, in de vorm die hij het meest aangepast acht, met name via aanplakbriefjes op de pompen zelf of via de totems aan de ingang van het tankstation.
De ambtenaren van het bestuur Economische Inspectie zien erop toe dat deze wetgeving nageleefd wordt.
In dit geval vormt dus het niet-nakomen van de verplichting om tot 31 december 2001 de eenheidsprijs in Belgische frank aan te duiden, een inbreuk op artikel 4 van de wet van 14 juli 1991. Deze inbreuk is strafbaar conform artikel 102 van genoemde wet met een geldboete, waarvan het bedrag kan oplopen van 50 000 frank tot 2 000 000 frank.
2. De koper kan de vergoeding vragen van zijn schade op burgerlijk vlak of door een strafrechtelijke klacht in te dienen bij het bestuur Economische Inspectie. Bij vaststelling van een inbreuk maakt de ambtenaar een proces-verbaal op dat hij overlegt aan het bevoegd parket. De klager kan zich dus burgerlijke partij stellen en volledige schadeloosstelling eisen op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek. Op burgerrechtelijk vlak geldt het leveren van brandstoffen aan de pomp als een overeenkomst die valt onder de regels van het Burgerlijk Wetboek. Bijgevolg, zodra de instemming op het vlak van de prijzen ontbreekt, is de overeenkomst nietig. Enerzijds moet de verkoper de door de koper betaalde prijs terugbetalen, anderzijds moet de koper het gekochte goed teruggeven. In de mate dat de koper de geleverde brandstof niet noodzakelijkerwijs kan teruggeven aan de verkoper, hoeft deze laatste niet meer de hele prijs terug te betalen maar wel het verschil tussen de betaalde prijs en de prijs die had moeten aangeduid staan. Bovendien moet de schadeloosstelling van de koper volledig zijn en alle schadelijke gevolgen dekken die verband houden met de fout begaan door de verkoper. Ten slotte, ongeacht of het om een strafrechtelijke klacht of een burgerrechtelijke ingebrekestelling gaat, is het nodig dat de koper een klacht indient in zoverre de bewijslast voor de fout van de verkoper, voor zijn eigen schade en voor het oorzakelijke verband tussen die twee bij hem berust. Ingeval een strafrechtelijke inbreuk vastgesteld wordt (ontstentenis van aanduiding in Belgische frank, toepassen van een abnormale prijs, die hoger is dan de vastgelegde maximumprijs) wordt de bewijslast verlicht in de mate dat het proces-verbaal een bewijs is van de fout.
3. Het groene telefoonnummer van de Euroruimte bij het ministerie van Economische Zaken staat sinds 1995 (0800/90804 voor de Nederlandstaligen en 0800/90806 voor de Franstaligen en de Duitstaligen) ter beschikking van de burgers. In 2000 werden er 14 229 oproepen genoteerd, in 2001 werden er tot in september 44 959 opgetekend. Gezien de omvang van die oproepen werd het beheer ervan toevertrouwd aan een call-center, dat sinds 15 november 2001 operationeel is. Dagelijks beantwoorden acht operators de meest uiteenlopende vragen over de euro, en dit van maandag tot vrijdag van 8 tot 18 uur en op zaterdagvoormiddag. Indien het geval dat de burger aanbrengt een onderzoek noodzakelijk maakt, registreert het bestuur Economische Inspectie de klacht onmiddellijk, neemt contact op met de klager en gaat over tot de gepaste controles op het terrein.