Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-47

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties belast met Middenstand

Vraag nr. 1646 van de heer Van Quickenborne d.d. 30 oktober 2001 (N.) :
GSM-netwerken. ­ Treintrajecten. ­ Bedekkingsgraad. ­ Storingen.

Krachtens het koninklijk besluit betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofoonnetten van 7 maart 1995 hebben de operatoren de verplichting om een wettelijk vastgesteld percentage van de Belgische bevolking te bedienen (afdeling IV, Radio-elektrische aspecten, artikel 5). Daarnaast wordt ook voorzien dat alle autowegen (verkeersaders met de letters E, A en R) volledig moeten bedekt zijn voor stations van 8 W binnen een termijn van twee jaar, die begint te lopen vanaf de datum waarop de vergunning wordt uitgereikt.

Nergens is er sprake van een opgelegde bedekkingsgraad voor bepaalde treintrajecten.

Iedere dag worden de vele treinreizigers, waaronder ikzelf, geconfronteerd met systematische storingen bij het gebruik van een GSM-toestel. Deze vallen veelvuldig voor en dit zelfs op de hoofdassen tussen de steden.

De ombudsman van telecommunicatie verwijst in zijn reactie op mijn schrijven hieromtrent naar het ontbreken van dwingende wettelijke bepalingen hieromtrent.

In dit kader had ik dan ook graag de volgende vragen gesteld aan de geachte minister.

1. Is hij bereid wettelijke bepalingen uit te vaardigen waardoor er een volledige bedekking wordt voorzien door de operatoren van GSM-mobilofoonnetwerken voor het gehele spoorwegnet, of, indien hij dit niet wenst te doen, toch minstens in een volledige bedekking te voorzien op de hoofdassen tussen de steden ?

2. Zo neen, kan hij dit uitvoerig toelichten en tevens uiteenzetten hoe dit standpunt valt te rijmen met het promoten van het openbaar vervoer ?

3. Kan hij bovendien verklaren waarom de verplichting wel is voorzien voor alle autowegen (de verkeersaders met de letter E, A en R moeten volledig bedekt zijn voor stations van 8 W), doch niet voor de belangrijkste spoorlijnen ?

4. Voorziet hij, indien hij geen voorstander is van de voorgestelde maatregelen, in andere maatregelen om de systematische storingen bij het gebruik van een GSM-toestel op de diverse treintrajecten terug te dringen ? Zo ja, welke en binnen welke termijn ?

Antwoord : 1. Het ziet er inderdaad naar uit dat de dekking van de GSM-netwerken soms niet voldoet om te zorgen voor een goede ontvangst voor treinreizigers. Een aantal technische redenen verklaren dit fenomeen deels : de spoorwegen zijn soms aangelegd in een bedding die de verspreiding van golven moeilijker maakt; de rijtuigen van de spoorwegen zijn uit metaal gemaakt wat ervoor zorgt dat de signalen afgezwakt worden. Bovendien bemoeilijkt de hoge snelheid van treinen zoals de Eurostar en de Thalys soms de verbinding tussen radiocellen.

Niettemin denk ik dat de situatie sterk verbetert en dat de deblokkering van de bouwvergunningen naar aanleiding van het akkoord dat op vrijdag 7 december 2001 in het overlegcomité overeengekomen werd, de operatoren in staat zal stellen de ontplooiing van hun netwerk te vervolledigen en dus het probleem waarnaar verwezen wordt in zeer grote mate op te lossen.

Moest evenwel blijken dat het probleem niet spontaan opgelost wordt, ben ik bereid de nodige maatregelen te voorzien om te vermijden dat de onvoldoende dekking van de GSM-netwerken een obstakel wordt voor de spoorwegen.

2. Zie 1.

3. Toen de voorwaarden voor de eerste twee GSM-operatoren in 1994 werden ontwikkeld, leek de mobiele telefonie nog vooral een dienst te zijn die bestemd was voor de automobilisten. De eerste GSM-toestellen hadden trouwens een vermogen van 8 W (tegenover 2 W voor de huidige toestellen) en waren specifiek ontworpen om aan boord van voertuigen geïnstalleerd te worden.

4. Zie 1.