2-184

2-184

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 28 FÉVRIER 2002 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Vincent Van Quickenborne au vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères sur «la situation en Irak» (nº 2-892)

M. le président. - Mme Isabelle Durant, vice-première ministre et ministre de la Mobilité et des Transports, répondra au nom de M. Louis Michel, vice-premier ministre et ministre des Affaires étrangères.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - In een van zijn lucide speeches bestempelde de president van de Verenigde Staten Irak als een van de mogendheden van `de As van het Kwade'. Het land vormt aldus het doelwit van mogelijke aanvallen. De VS-president en de Britse premier Blair plegen in april in Washington overleg over de zogeheten tweede fase van de strijd tegen het internationale terrorisme.

Intussen wordt het olie-voor-voedselprogramma voortgezet. De VN hebben gisteren echter bekendgemaakt dat het programma een ernstige financiële crisis kent omdat de Irakese olie-inkomsten waarmee het programma wordt gefinancierd, met 30 procent zijn gedaald. De gevolgen voor de burgerbevolking zijn navenant. Middels een paginagrote advertentie in de International Herald Tribune hebben onder meer Denis Halliday en Hans von Sponeck, twee voormalige humanitaire coördinatoren van de VN in Irak, hun protest tegen de gang van zaken bekendgemaakt. In de Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers heeft een meerderheid van partijen een gelijkluidend voorstel van resolutie ondertekend dat echter nog steeds niet besproken werd. De resolutie dringt aan op een eenzijdige opheffing van het economisch embargo, maar vraagt niettemin het embargo op de levering van wapens en militaire technologie te handhaven.

Uit betrouwbare bron verneem ik dat een hoge functionaris van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken tijdens de voorbije maanden in België een ontmoeting gehad zou hebben met de heer Tarek Aziz, vice-premier van Irak.

Heeft een dergelijke ontmoeting inderdaad plaatsgevonden? Zo ja, wanneer en wat werd er besproken?

Vond dit gesprek plaats tijdens het EU-voorzitterschap? Zo ja, werden de andere lidstaten daarover ingelicht?

In antwoord op mijn vraag van 31 mei 2001 heeft de minister van Buitenlandse Zaken zich ertoe verbonden de humanitaire situatie in het land te verbeteren. Hoe wil hij dat concreet bereiken?

Vindt ons land militaire acties opportuun als Irak weigert wapeninspecteurs toe te laten?

Mevrouw Isabelle Durant, vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer. - De minister van Buitenlandse Zaken weet niets af van een ontmoeting tussen een hoge functionaris van zijn ministerie met de Irakese vice-eerste minister Tarek Aziz. Oorspronkelijk was het zijn bedoeling de Irakese minister van Buitenlandse Zaken te ontmoeten in de marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York, maar dit contact vond om redenen van agenda niet plaats.

De Belgische houding inzake Irak blijft ongewijzigd. We blijven zeer bezorgd om de humanitaire situatie en het blijft onze prioriteit om het leed van het Irakese volk te verlichten voor zover dit het gevolg is van het huidige sanctieregime.

België hecht om die reden veel belang aan de ontmoeting van de Irakese minister van Buitenlandse Zaken Naji Sabri met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties Kofi Annan op 7 maart eerstkomende in New York. We hopen dat tijdens die ontmoeting vooruitgang kan worden geboekt inzake de toepassing van de resoluties van de Verenigde Naties, en meer bepaald tot de terugkeer van de wapeninspecteurs naar Irak. Het probleem van de controle op de massavernietigingswapens in die regio blijft inderdaad een gevoelig punt. Hopelijk kan naar aanleiding van voormelde ontmoeting ook een aanvang worden gemaakt met de herziening van het sanctieregime.

België heeft de militaire operaties in Afghanistan goedgekeurd omdat ze legitiem waren en voortvloeiden uit de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Een uitbreiding van de militaire operaties naar andere landen in de regio lijkt niet aan de orde.

De heer Vincent Van Quickenborne (VU-ID). - Ik neem er akte van dat de minister van Buitenlandse Zaken zegt geen weet te hebben van een ontmoeting van een ambtenaar met de Irakese vice-premier. Hij beweert dus niet dat een dergelijke ontmoeting niet heeft plaatsgevonden.

Ten tweede betreur ik dat de minister zich in zeer voorwaardelijke termen uitdrukt over het verband tussen het leed van de bevolking en het olie-voor-voedselprogramma. In de Kamer heeft een meerderheid van de partijen, op de PRL na, een voorstel van resolutie ingediend waarin dit verband uitdrukkelijk wordt onderstreept. Het zou goed zijn mocht die resolutie zo snel mogelijk worden goedgekeurd.