2-283/22 | 2-283/22 |
27 FEBRUARI 2002
Evocatieprocedure
Dit wetsontwerp werd overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers op 22 februari 2002 overeenkomstig artikel 79, eerste lid, van de Grondwet.
De onderzoekstermijn verstrijkt op 11 maart 2002.
De Commissie voor de Justitie heeft dit wetsontwerp besproken in aanwezigheid van de minister van Justitie tijdens haar vergadering van 27 februari 2002.
Overeenkomstig artikel 64 van het reglement is het wetsontwerp bij de Senaat slechts aanhangig wat betreft de bepalingen die door de Kamer werden geamendeerd of toegevoegd en die nieuw zijn in vergelijking met het aanvankelijk door de Kamer aangenomen wetsontwerp en wat betreft andere bepalingen, alleen om de redactie te verbeteren of de tekst in overeenstemming te brengen met het geheel en zonder nieuw inhoudelijke wijzigingen aan te brengen.
De minister herinnert eraan dat de Senaat belangrijk inhoudelijk werk heeft verricht door nagenoeg het hele wetsontwerp betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen te herschrijven.
Het wetsontwerp dat op 22 februari 2002 werd teruggezonden, werd bij de tweede behandeling door de Kamer niet grondig gewijzigd. De wijzigingen zijn van technische aard met uitzondering van die in artikel 17, § 6, van het ontwerp, dat de openbaarheid van de jaarrekeningen regelt.
Deze bepaling vloeit voort uit een amendement, dat door de dames Herzet en Barzin is ingediend (amendement nr. 59, stuk nr. 50 1301/004) en dat ertoe strekt bij de Nationale Bank van België de neerlegging te centraliseren van de jaarrekeningen van de VZW's waarvan de activa meer dan 25 000 EUR bedragen.
Spreker is van mening dat dit amendement niet heeft bijgedragen tot de leesbaarheid van het ontwerp artikel 17. De heer Istasse heeft amendement nr. 337 ingediend (stuk Senaat, nr. 2-283/21), dat voorstelt de criteria voor openbaarmaking af te stemmen op die voor het voeren van een boekhouding. De minister steunt dit amendement want het maakt de tekst duidelijker.
De heer Istasse verheugt zich erover dat de Kamer rekening heeft gehouden met het evenwicht dat de Senaat bij de eerste bespreking van het wetsontwerp had bereikt. Spreker bevestigt dat de amendementen die de Kamer heeft aangenomen, tekstverbeteringen zijn, waarmee hij het eens is met uitzondering evenwel van de regeling voor de openbaarmaking van de jaarrekeningen.
Op zich heeft de heer Istasse er niets op tegen dat de rekeningen moeten worden neergelegd bij de Nationale Bank van België. Echter bepalen dat deze formaliteit verplicht is voor alle verenigingen en stichtingen met activa van meer dan 25 000 EUR, doet een aantal problemen rijzen :
De voorgestelde drempel is heel laag zodat ook kleine verenigingen en stichtingen aan deze bepaling moeten voldoen.
De neerlegging bij de Nationale Bank brengt kosten mee die voor kleine verenigingen zwaar kunnen doorwegen.
Door een drempel vast te stellen voor de bekendmaking van de rekeningen, terwijl een andere geldt voor het bijhouden van de rekeningen, kan dit artikel verwarring zaaien.
Om vast te stellen of zij de drempel van 25 000 EUR overschrijden, moeten de kleine verenigingen en stichtingen een balans opmaken terwijl zij in principe slechts verplicht zijn om een vereenvoudigde boekhouding te voeren.
Om al die redenen stelt de heer Istasse voor het idee van de neerlegging van de jaarrekening bij de Nationale Bank te behouden, maar van de drempel voor de verplichte naleving van die regel dezelfde te maken als die welke wordt gehanteerd om de verenigingen en stichtingen te verplichten tot het voeren van een volledige boekhouding.
De heer Hordies herinnert eraan dat de Senaat er tijdens de eerste behandeling van deze tekst onder andere een grotere doorzichtigheid van de verenigingssector wilde bereiken zonder de administratieve lasten al te zeer te verzwaren. Spreker vindt de drempel van 25 000 EUR zeer laag. Hij vraagt zich ten slotte af welk soort rekeningen kleine verenigingen, waarvan de activa 25 000 EUR overschrijden maar die onder de drempel voor het voeren van een volledige boekhouding blijven, moeten neerleggen bij de Nationale Bank.
De heer Mahoux vindt dat bij de hervorming van de verenigingen en stichtingen terecht wordt gestreefd naar meer doorzichtigheid. Hij stelt vast dat het ontwerp alle verenigingen en stichtingen, ongeacht hun omvang, verplicht om hun jaarrekeningen neer te leggen bij de griffie van de burgerlijke rechtbank. Spreker vraagt zich dan ook af hoe de verplichte neerlegging van de rekeningen bij de Nationale Bank vanaf een drempel van 25 000 EUR aan activa tot nog meer doorzichtigheid kan leiden.
De minister van Justitie antwoordt dat amendement nr. 59 van de dames Herzet en Barzin ingegeven was door de overweging dat de Nationale Bank van België veel ervaring heeft op dit vlak, wat de materiële kwaliteit van de neergelegde rekeningen kan verbeteren. Bovendien biedt een centrale opslag van de gegevens een beter zicht op de sector en meer mogelijkheden inzake statistische behandeling van de gegevens uit de rekeningen.
Verenigingen die beneden de drempels blijven voor het verplichte houden van een volledige boekhouding, moeten vereenvoudigde rekeningen neerleggen. Spreker geeft echter toe dat het voorgestelde systeem niet logisch is aangezien het de kleine verenigingen indirect verplicht om een balans op te maken ten einde na te gaan of hun activa de drempel van 25 000 EUR overchrijden, terwijl ze dat overeenkomstig de §§ 2 en 3 van het ontworpen artikel 17 niet hoeven te doen.
De heer Ramoudt steunt amendement nr. 337 van de heer Istasse omdat hij de door de Kamer voorgestelde drempel van 25 000 EUR te laag vindt.
De minister van Financiën wil nadere toelichtingen geven met betrekking tot de samenhang van de regeling met betrekking tot de boekhouding en de openbaarmaking waarin het ontworpen artikel 17, § 6, voorziet.
Volgens spreker zouden op basis van een drempel van 25 000 EUR 10 tot 12 % van de verenigingen hun rekeningen moeten neerleggen bij de Nationale Bank, wat een voldoende representatief staal oplevert om statistische studies over de sector mogelijk te maken. Als het amendement van de heer Istasse wordt aangenomen, zullen maar heel weinig verenigingen hun rekeningen moeten neerleggen bij de Nationale Bank, zodat statistische studies onmogelijk worden.
Bovendien spreekt het feit dat slechts 10 tot 12 % van de verenigingen valt onder het bij artikel 27 voorgestelde artikel 17, § 6, tegen dat deze drempel te laag zou zijn en dat de verplichting de jaarrekening neer te leggen voor de meeste kleine verenigingen bijkomende administratieve rompslomp zou betekenen.
Wat betreft de samenhang tussen de criteria voor de bepaling van het boekhoudkundig stelsel en die voor de openbaarmaking van de jaarrekening, meent spreker dat er objectief niet dezelfde drempels hoeven te komen omdat het om twee verschillende problemen gaat.
De minister van Financiën betwist eveneens dat § 6 kleine verenigingen onrechtstreeks verplicht een dubbele boekhouding bij te houden. Kleine verenigingen blijven onderworpen aan het boekhoudkundig stelsel bepaald in § 2 van het voorgestelde artikel 17. Het is inderdaad zo dat verenigingen die de drempel van 25 000 EUR voor de activa naderen, een balans zullen moeten opmaken om na te gaan of zij hun jaarrekening bij de Nationale Bank moeten neerleggen. Deze situatie verschilt echter niet van die waarin verenigingen moeten nagaan of zij de criteria bepaald in § 3 bereiken, meer bepaald de drempel van 1 000 000 EUR voor het balanstotaal.
Ten slotte acht spreker ook het argument van de kostprijs van deze formaliteit ongegrond aangezien de Nationale Bank zich ertoe verbonden heeft een voorkeurtarief van ongeveer 25 EUR te hanteren voor de neerlegging van de jaarrekening van verenigingen. Dit is een redelijk bedrag, dat financieel haalbaar is.
De heer Mahoux betwijfelt dat slechts 10 tot 12 % van de verenigingen die drempel van 25 000 EUR voor het totaal van de activa bereiken. Hij kan zich niet van de indruk ontdoen dat deze regel werd opgenomen uit fiscale overwegingen. Het neerleggen van de jaarrekening bij de Nationale Bank zal in ieder geval een gunstige invloed hebben op de inning van de taks ter vergoeding van de successierechten. Op zich is deze doelstelling prijzenswaardig, maar zij mag niet leiden tot een toename van de administratieve verplichtingen van een flink aantal verenigingen.
De minister van Finaniën antwoordt dat de maatregel niet bedoeld is om de inning van de taks ter vergoeding van de successierechten te vergemakkelijken, al kan natuurlijk niet worden ontkend dat deze verplichting het werk van de fiscus onrechtstreeks zal verlichten.
Mevrouw Nyssens merkt op dat de regeling die de Kamer voorstelt, ertoe leidt dat heel wat verenigingen hun jaarrekening op twee plaatsen zullen moeten neerleggen : bij de griffie van de burgerlijke rechtbank en bij de Nationale Bank. Tijdens de eerste besprekingen in de commissie heeft de Senaat een diepgaande behandeling gewijd aan de formaliteiten voor de openbaarmaking van de jaarrekening. Toen werd besloten dat het aantal plaatsen waar documenten moesten worden neergelegd, tot een minimum moest worden beperkt. Ondanks de beperkingen van de griffies had de commissie er bovendien voor gekozen alle dossiers van de VZW's te centraliseren bij de burgerlijke griffie, ook de jaarrekeningen. Spreekster betreurt dat de Kamer een amendement heeft aangenomen dat deze keuze tenietdoet.
Spreekster vraagt zich af of het amendement van de heer Istasse ertoe zal leiden dat het stelsel voor de verenigingen zal worden gebaseerd op dat van de handelsvennootschappen.
Ten slotte vraagt mevrouw Nyssens welke regel inzake openbaarmaking van toepassing zal zijn op de verenigingen die onderworpen zijn aan bijzondere regels betreffende het houden van hun boekhouding en die bedoeld worden in § 4 van het voorgestelde artikel 17. Volgens spreekster zijn deze verenigingen niet verplicht hun jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank aangezien amendement nr. 137 van de heer Istasse deze verplichting louter aan de verenigingen bedoeld in § 3 van het artikel oplegt.
De minister van Financiën herinnert aan de historische ontwikkeling van de vereisten voor het neerleggen van de jaarrekening van handelsvennootschappen. Oorspronkelijk moesten zij hun jaarrekening neerleggen bij de griffie van de rechtbank van koophandel, die deze dan moest overzenden aan de balanscentrale. Dit systeem bleek ongeschikt aangezien de griffies niet konden volgen. De procedure werd dan gewijzigd en de rekeningen moesten rechtstreeks bij de Nationale Bank worden neergelegd. Dankzij deze hervorming zijn de jaarrekeningen van handelsvennootschappen binnen twee weken na hun neerlegging voor het publiek beschikbaar. Spreker vraagt lessen te trekken uit het verleden en de VZW's waarvan de activa meer dan 25 000 EUR bedragen, te verplichten hun jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank.
Met betrekking tot de vraag van mevrouw Nyssens over de regel inzake de openbaarmaking voor de verenigingen bedoeld in § 4, meent spreker dat het ontwerp deze verenigingen vrijstelt van de verplichtingen bepaald in §§ 2 en 3 inzake het houden van een boekhouding. Deze paragraaf houdt dus geen vrijstelling in van de verplichtingen tot openbaarmaking bepaald in § 6. Spreker leidt daaruit af dat deze verenigingen verplicht zijn hun jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank als hun activa meer bedragen dan 25 000 EUR.
Mevrouw de Schamphelaere kan zich aansluiten bij het standpunt van de minister van Justitie. De door de Kamer goedgekeurde tekst brengt bijkomende verwikkelingen met zich mee en gaat niet in de richting van de administratieve vereenvoudiging die in het regeerakkoord werd voorgesteld. De tekst is weinig leesbaar. Het criterium van 25 000 EUR wordt op verschillende plaatsen gebruikt, in een verschillende betekenis. Spreekster vermoedt dat de minister van Financiën op zoek is naar een effectieve benutting van het personeel van de Nationale Bank, dat weinig omhanden heeft, gezien de invoering van de euro en de afschaffing van het emissierecht.
Verder vraagt spreekster wat de precieze omschrijving is van activa, indien men geen dubbele boekhouding voert. Uiteenlopende interpretatie is mogelijk.
De minister van Financiën herhaalt dat het criterium van het balanstotaal reeds in alle boekhoudwetgevingen, zowel voor handelsvennootschappen als voor de VZW, is opgenomen. Ook ondernemingen die een vereenvoudigde boekhouding voeren moeten op een bepaald ogenblik bepalen of zij de gestelde criteria overschrijden, zodat zij een dubbele boekhouding zullen moeten voeren. De schatting lijkt niet moeilijk te maken en kan zowel door VZW's als door commerciële vennootschappen eenvoudig worden gemaakt. Bovendien zullen VZW's veel minder te maken hebben met moeilijker te schatten activa zoals immateriële vaste activa.
De heer Istasse onderlijnt dat de criteria om een onderscheid te maken tussen de grote en de kleine VZW's het gevolg zijn van lange discussies in de werkgroep van de Senaat en niet werden gewijzigd door de Kamer. Het lijkt hem dus wijselijk deze criteria verder aan te houden. De invoering van nieuwe criteria zou verwarring kunnen zaaien en op kritiek stuiten vanwege de bestaande VZW's. De tot op heden geuite kritieken die in de pers verschenen, betreffen juist het criterium van 25 000 EUR, dat in de Kamer werd ingevoerd. Een passage via de Nationale Bank kan eventueel worden weerhouden voor de grote VZW's.
De heer Van Quickenborne kan zich in het geheel niet scharen achter de voorstellen van de minister van Financiën, met betrekking tot het criterium van 25 000 EUR. Spreker verwijst naar een vraag dat hij zal stellen over de rol en het nut van de Nationale Bank. Het emissierecht is hen immers ontnomen. Blijkbaar zoekt deze instelling andere jobs. Statistieken maken lijkt hem een opdracht van het NIS.
Hoewel het amendement van de heer Istasse beter is, stelt spreker voor voet bij stuk te houden en de tekst te herstellen in de lezing zoals deze door de werkgroep werd voorgesteld en door de Senaat werd goedgekeurd.
De heer Hordies pleit voor simplificatie en eenvoudige boekhouding, geenszins om transparantie te vertroebelen, maar wel om de oprichting van VZW's niet te beletten. De verenigingsgeest moet worden aangemoedigd. Het criterium van 25 000 EUR maakt het gevonden evenwicht aan het wankelen.
Mevrouw Kaçar sluit zich aan bij de vorige sprekers. Transparantie en vereenvoudiging van de procedure waren de doelstellingen. Spreekster kan zich dan ook niet scharen achter de ingewikkelde procedure via de Nationale Bank. Men mag niet uit het oog verliezen dat het hier VZW's betreft en geen handelsvennootschappen. Het onderscheid moet duidelijk blijven, ook ten aanzien van de burgers. Wel zou wat meer aandacht kunnen worden geschonken aan de werking van de belastingdiensten. De kwaliteit van de controle op VZW's verschilt erg van regio tot regio.
Mevrouw de T' Serclaes verwijst naar de grondige werkzaamheden van de werkgroep, die leidden tot een modemisering van de wetgeving op de VZW's, rekening houdend met de specifieke eigenschappen van de VZW. Het is geen handelsvennootschap en men moet de burgers toelaten zich te verenigen met een minimum aan regels en statuten, zonder echter voorbij te gaan de noodzaak van transparantie, zowel intern als ten opzichte van derden. Anders zullen de burgers die zich wensen te verenigen feitelijke verenigingen oprichten, wat niet in het belang is van de maatschappij. De tekst die de commissie voor de Justitie in de Senaat had goedgekeurd, was een goede tekst, met zorg voor de nodige evenwichten tussen transparantie en vereenvoudiging. Spreekster kan zich dan ook niet aansluiten bij de tekst die in de Kamer is goedgekeurd. Het amendement van de heer Istasse vormt een zeker compromis tussen de kamertekst en de oorspronkelijke tekst van de Senaat.
De heer Van Quickenborne ziet niet in waarom een compromis noodzakelijk is. Hij dringt erop aan dat de tekst zoals deze door de Senaat werd goedgekeurd wordt behouden, des te meer daar alle commissieleden blijk geven deze tekst te willen blijven steunen.
Indien het amendement van de heer Istasse wordt goedgekeurd, dienen de grote vzw's zowel bij de Nationale Bank als ter griffie neer te leggen. Bovendien dient de Nationale Bank de griffie te verwittigen van de neerlegging. Dit lijkt echt overdreven.
De heer Istasse onderlijnt dat voorliggende tekst is teruggezonden door de Kamer in het kader van een evocatieprocedure. Dit betekent dat de Senaat best een compromis poogt te vinden, bij gebreke waarvan de tekst van de Kamer definitief zou kunnen worden.
De minister van Financiën wijst erop dat artikel 26novies, § 1, tweede lid, 5º, bepaalt dat de VZW's waarvan de activa bij het afsluiten van het boekjaar meer dan 25 000 EUR bedragen, hun boekhouding niet dienen neer te leggen ter griffie. De neerlegging gebeurt bij de Nationale Bank, die een kopie bezorgt aan de griffie.
De heer Van Quickenborne merkt op dat het nuttig zou zijn een codex vennootschappen-verenigingen samen te stellen. Dit bestaat ook in Nederland. Het instituut Ronse bij de KU-Leuven zouden daartoe bereid zijn.
Tot slot blijkt het voor de betrokken sector niet duidelijk of de private stichting wel degelijk kan aangewend worden als een administratiekantoor.
De minister van Justitie antwoordt bevestigend.
Artikel 6
Mevrouw Nyssens vraagt verduidelijking over de in de Kamer aangebrachte wijziging in het 1º en het 2º van artikel 2. Waarom wordt het adres van de zetel tweemaal vermeld ?
De minister van Justitie verduidelijkt dat het hier een verschillende hypothese betreft. In het 1º betreft het de identiteit van de stichters. Indien de stichter een rechtspersoon is, dient de zetel te worden vermeld. Het 2º bepaalt dat het adres van de zetel van de vereniging zelf dient te worden vermeld.
Artikel 27
Mevrouw Nyssens dient amendement nr. 341 in (stuk Senaat, nr. 2-283/21), dat ertoe strekt § 6 van het voorgestelde artikel 17 te doen vervallen. De opgelegde tweevoudige regeling inzake openbaarmaking lijkt veel te zwaar voor kleine VZW's. Mevrouw Nyssens stelt voor terug te keren naar de oorspronkelijk door de Senaat goedgekeurde tekst.
De minister van Justitie is het niet eens met dit amendement.
De heer Istasse dient amendement nr. 337 in (stuk Senaat, 2-283/21), dat § 6 van het voorgestelde artikel 17 wil vervangen. Dit amendement wil alleen grote verenigingen verplichten hun rekeningen neer te leggen bij de Nationale Bank. Het amendement schaft het maximum bedrag van 25 000 EUR af. De indiener verwijst naar de algemene bespreking.
Mevrouw Nyssens vraagt of de verenigingen bedoeld in § 4 (die onderworpen zijn aan een wetgeving of een overheidsreglementering) ook aan de door dit amendement opgelegde verplichtingen inzake openbaarmaking moeten voldoen.
De minister van Justitie antwoordt bevestigend; §§ 2 en 3 regelen de opmaak van de rekeningen, terwijl § 6 de openbaarmaking betreft.
Mevrouw Nyssens dient amendement nr. 345 (stuk Senaat, nr. 2-283/21, subamendement op amendement nr. 337), dat de verplichtingen die vervat zijn in het amendement van de heer Istasse, wil opleggen aan de VZW's bedoeld in § 5. Paragraaf 6, betreffende de neerlegging bij de Nationale Bank, is dus nog alleen op VZW's van toepassing die een commissaris moeten hebben.
De heer Istasse verwijst naar de bespreking bij de eerste lezing.
De minister van Justitie kan niet akkoord gaan met het subamendement, dat ertoe zou leiden dat slechts zeer weinig VZW's de verplichtingen van § 6 zouden moeten nakomen.
Stemmingen
De amendementen nrs. 341 en 345 worden verworpen met 7 tegen 2 stemmen.
Het amendement nr. 337 wordt aangenomen met 8 stemmen tegen 1 stem.
Artikel 39
De heer Istasse dient amendement nr. 340 in (stuk Senaat, nr. 2-283/21), dat ertoe strekt het voorgestelde artikel 26novies, § 1, 5º, te vervangen. Dit amendement vloeit voort uit het amendement op artikel 17, § 6.
De regering gaat hiermee akkoord.
Mevrouw Nyssens dient amendement nr. 342 in (stuk Senaat, nr. 2-283/21), dat ertoe strekt het voorgestelde artikel 26novies, 6º, te vervangen. De indiener verwijst naar amendement nr. 38 van de heer Arens in de Kamer (stuk Kamer, nr. 50/1301/002).
Stemmingen
Amendement nr. 340 wordt aangenomen met 8 stemmen tegen 1 stem.
Amendement nr. 342 wordt verworpen met 7 tegen 2 stemmen.
Artikel 40
De heer Istasse dient amendement nr. 338 in (stuk Senaat, nr. 2-283/21). Er wordt verwezen naar amendement nr. 337.
De heer Istasse dient amendement nr. 339 in (stuk Senaat, nr. 2-283/21), dat voortvloeit uit amendement nr. 338 op artikel 37, § 6.
Amendement nr. 343 van mevrouw Nyssens betreft § 3 van artikel 31 en valt nagenoeg samen met amendement nr. 342.
Amendement nr. 344 van mevrouw Nyssens strekt ertoe § 6 van het voorgestelde artikel 37 te doen vervallen. De indiener verwijst naar amendement nr. 341.
Stemmingen
Amendementen nrs. 338 en 339 worden aangenomen met 8 tegen 1 stem.
Amendementen nrs. 343 en 344 worden verworpen met 7 tegen 2 stemmen.
Het geamendeerde wetsontwerp in zijn geheel is aangenomen met 7 stemmen bij 2 onthoudingen.
Vertrouwen is geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
De commissie beslist volgende tekstverbeteringen aan te nemen :
Artikel 27
In het voorgestelde artikel 17, § 3, tweede lid, vervallen de woorden « het bepaalde in de uitvoeringsbesluiten van ».
Het gaat om een technische correctie teneinde de overeenstemming te waarborgen met gelijklopende bepalingen over de stichtingen en de internationale verenigingen.
In de Nederlandse tekst van § 4 van het voorgestelde artikel 17, worden de woorden « een boekhouding » vervangen door de woorden « hun boekhouding ».
In de Nederlandse tekst van § 6 van het voorgestelde artikel 17, in de eerste zin van het eerste lid, worden de woorden « worden de jaarrekening » vervangen door de woorden « wordt de jaarrekening » (idem voor artikel 40, artikel 37, § 6).
Artikel 38
In het voorgestelde artikel 26octies, § 3, tweede lid, worden de woorden « derde en vierde lid » vervangen door de woorden « vierde en vijfde lid ».
Artikel 39
In het voorgestelde artikel 26novies, § 2, tweede lid, 2º, vervalt het woord « bis ». Het gaat om een fout in de nummering. Er dient te worden verwezen naar artikel 9 en niet naar artikel 9bis, dat niet bestaat.
Artikel 40
In het voorgestelde artikel 32, § 2, worden de woorden « het rechtsgebied » vervangen door de woorden « het arrondissement ».
Artikel 41
In § 5 van het voorgestelde artikel 53, eerste lid, worden de woorden « of indien zij ten minste twee van de volgende criteria overschrijden » vervangen door de woorden « of indien de IVZW ten minste twee van de volgende criteria te boven gaat ».
Artikel 43
In het voorgestelde artikel 140, eerste lid, 3ºbis, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, gewijzigd door de wet van 12 april 1957, de koninklijke besluiten van 12 september 1957 en 27 juli 1961 en de wetten van 22 juli 1970, 22 december 1989 en 20 juli 1990, worden tussen de woorden « stichtingen van openbaar nut » en de woorden « of aan rechtspersonen als bedoeld onder 2º », de woorden « en private stichtingen » ingevoegd.
Het gaat om een technische correctie die het mogelijk maakt tot de beoogde rechtspersonen ook de private stichtingen te laten behoren die niet zijn opgenomen in artikel 140, eerste lid, 2º, aangezien het om een nieuwe vorm van rechtspersoon gaat.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Meryem KAÇAR. | Josy DUBIÉ. |