Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-46

ZITTING 2001-2002

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 1706 van de heer Roelants du Vivier d.d. 27 november 2001 (Fr.) :
Libanon. Mensenrechten. Schendingen.

Ik heb vorige week een verslag ontvangen van het onderzoek naar de arrestatie van 250 Libanese staatsburgers van afgelopen zomer en de gevolgen ervan dat door de Belgische Orde van Frans- en Duitstalige advocaten en Advocaten zonder grenzen is uitgevoerd. U bent ongetwijfeld op de hoogte van dat onderzoek, dat er gekomen is op vraag van de Libanese balie.

Uit het verslag blijkt dat de arrestaties op een willekeurige wijze zijn gebeurd en in strijd zijn met de rechten die door de Grondwet worden erkend. De gearresteerde personen werden voor het merendeel beschuldigd van handelingen die het land in gevaar brengen wegens eventuele offensieve handelingen of die de betrekkingen met een derde land verstoren of van aantasting van de reputatie van het Libanese en het Syrische leger .

Hoewel de gearresteerde personen ondertussen vrijgelaten zijn, zijn die gebeurtenissen zorgwekkend en passen ze niet in een discours dat de geleidelijke terugtrekking van het Syrische leger uit Libanon geloofwaardig moet maken. Volgens het verslag is Libanon getuige van een versterking van de Syrische aanwezigheid en de impalming van zijn instellingen door Syri .

Ik had graag geweten of die bergafwaarts gaande situatie, die door twee Belgische juristenverenigingen aan de kaak wordt gesteld, ons ook door andere bronnen is gemeld en, in het voorkomende geval, welke lering u eruit trekt met betrekking tot de politieke stabiliteit en de uitoefeningvan de individuele rechten in de regio.