2-678/2

2-678/2

Belgische Senaat

ZITTING 2001-2002

19 FEBRUARI 2002


Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR DE HEER MAERTENS


De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging heeft het wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Staat Koeweit inzake de wederzijdse bescherming en bevordering van investeringen, gedaan te Brussel op 28 september 2000, besproken tijdens haar vergadering van 19 februari 2002.

1. BESPREKING

De heer Geens merkt op dat deze overeenkomst werd afgesloten op vraag van de Staat Koeweit. Spreker vraagt zich af hoe het staat met de vrijheid van investeren, aangezien alle investeringen in Koeweit dienen te gebeuren via lokale agenten. Buitenlandse bedrijven kunnen geen meerderheidsaandeelhouder worden in Koeweitse bedrijven. Destijds was beloofd deze toestand te wijzigen. Is dit ondertussen gebeurd ?

De vertegenwoordiger van de minister verschaft het volgende antwoord : de wetten nr. 36 (1964) en nr. 68 (1980) beperkten inderdaad de buitenlandse deelname in een Koeweitse onderneming tot 49 %. In maart 2001 werd echter in Koeweit een nieuwe wet op de investeringen goedgekeurd (wet nr. 8), waarbij buitenlandse ondernemingen zich in Koeweit ook zonder een lokale partner kunnen vestigen. Van nu af kunnen de buitenlandse investeerders dus 100 % van het kapitaal in eigen handen houden, inbegrepen in de banksector.

Bovendien zijn er in het Parlement een reeks wetsontwerpen ter studie tot verdere liberalisatie van de economie in Koeweit, onder meer een wetsontwerp over de privatisering van de economie en één over de belasting van buitenlandse ondernemingen. Momenteel betalen buitenlandse ondernemingen tot 55 % belasting op de winsten; het wetsontwerp zou dit terugbrengen tot een veel lagere drempel (5 tot 25 %).

Mevrouw Lizin verklaart dat men rekening moet houden met de evolutie naar het stemrecht voor vrouwen in Koeweit. Spreekster hecht er veel belang aan dat men bij de behandeling van wetsontwerpen als deze blijft aandringen op dit punt.

De vertegenwoordiger van de minister van Buitenlandse Zaken antwoordt dat emir Jaber in 1999 een decreet ondertekend heeft, dat stemrecht verleent aan vrouwen. Dit decreet van het Staatshoofd moest de goedkeuring wegdragen van het Parlement om kracht van wet te verkrijgen.

Het Parlement heeft dit decreet verworpen met een zeer krappe meerderheid (tegenkanting van islamisten en bedoeïenen). De regering en de « liberalen » in het Parlement hopen nu een meerderheid te behalen bij een nieuwe stemming hierover na de parlementsverkiezingen van volgend jaar. Koeweit is dus ongetwijfeld een van de Golfstaten waar het stemrecht voor vrouwen met rasse schreden nadert.

2. STEMMINGEN

Artikel 1 wordt eenparig aangenomen door de acht aanwezige leden.

Artikel 2, alsook het wetsontwerp in zijn geheel, worden aangenomen met 5 stemmen bij 3 onthoudingen.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De 2e ondervoorzitter,
Michiel MAERTENS. Josy DUBIÉ.

De door de commissie aangenomen tekst
is dezelfde als de tekst
van het wetsontwerp
(zie stuk Senaat nr. 2-678/1 - 2001/2002)