2-936/2

2-936/2

Belgische Senaat

ZITTING 2001-2002

29 JANUARI 2002


Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de regering van de Republiek Jemen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Brussel op 3 februari 2000


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING UITGEBRACHT DOOR DE HEER MAERTENS


De commissie voor de Buitenlandse betrekkingen en voor de Landsverdediging heeft het wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek Jemen inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Brussel op 3 februari 2000, besproken tijdens haar vergaderingen van 15 en 29 januari 2002.

1. BESPREKING

De heer Maertens verwijst naar de dramatische gebeurtenissen van 11 september 2001. Alhoewel deze overeenkomst voor deze datum werd gesloten, merkt spreker op dat Jemen in het verleden meermaals het toneel was van terroristische acties, vooral in het binnenland. Het land wordt niet als veilig beschouwd. Hij vraagt dan ook aan de minister hoe hij de toestand in Jemen na 11 september 2001 evalueert.

Een tweede vraag betreft de kapitaalstromen in verband met de investeringen : bestaan er studies van de OESO hieromtrent ?

Ten slotte plaatst spreker vraagtekens bij de omschrijving die in de memorie van toelichting bij het wetsontwerp wordt gehanteerd : « Op politiek vlak is Jemen de enige democratie in de regio met bijzondere aandacht voor de mensenrechten » (blz. 3). Hij wijst in dit verband op een recent artikel in « Le Journal du Médecin » waarin sprake is van genitale verminkingen die in dat land worden toegebracht. Spreker onderstreept dat niet alleen de investeringen bescherming verdienen, maar ook de mensen.

Mevrouw Thijs stelt de vraag naar de armoedegraad in Jemen. Kan de minister hierover informatie verschaffen ?

Spreekster stelt voorts vast dat er in Jemen geen juridisch systeem van rechtbank van koophandel bestaat. Hoe kunnen investeerders er van worden overtuigd zich op dat terrein te wagen ?

De heer Galand vraagt of de Republiek Jemen akkoorden gesloten heeft in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), enerzijds, en in het kader van de milieuovereenkomsten van Kyoto en Marrekesh, anderzijds.

De heer Destexhe verklaart dat een land als Jemen in zijn georgrafische context geplaatst moet worden. Het regime heeft een hoger democratischer gehalte dan vele andere Golfstaten. Spreker wijst erop dat het land uiterst arm is en niet over olie beschikt. De president werd er democratisch verkozen.

Met betrekking tot de politieke toestand verklaart de vetegenwoordiger van de minister dat de Jemenitische regering niet het hele grondgebied onder controle heeft. In grote delen van het land is de macht in handen van plaatselijke sjeiks, waarvan verschillende aanleunen bij de fundamentalistische bewegingen en de islamitische partij van Jemen. Om die reden wordt Jemen er wel eens van beschuldigd opleidingscentra en kampen te herbergen voor terroristen die banden hebben met extremistische islamitische groeperingen.

Na de aanslag op het Amerikaanse schip USS Cole in oktober 2000 hadden de Amerikanen Jemen op de zwarte lijst geplaatst van landen die mogelijk hulp bieden aan fundamentalistische terreurgroepen. Nadien hebben zij hun veroordeling afgezwakt, vooral nadat de Jemenitische overheid haar medewerking verleend heeft aan de Amerikaanse speurders, al was die medewerking verre van volmaakt.

Jemen heeft de terroristische aanslagen van 11 september 2001 scherp veroordeeld en hulp geboden om het werk van de Amerikaanse speurders te vergemakkelijken. Daarop beloofden de Amerikanen militaire bijstand, waaronder de levering van kustwachtboten en de opleiding en uitrusting van speciale legereenheden. Deze speciale eenheden, die naar verluidt onder bevel staan van de zoon van de president, kolonel Saleh Jr., zouden in december 2001 ingezet zijn om feodale bastions aan te vallen, waar zich vermoedelijk fundamentalistische extremisten schuil hielden. De woordvoerder van de CIA in Riyad gaf toe dat de operatie geen succes was.

Momenteel houdt de Jemenitische regering zich op de achtergrond en probeert in Washington een financiering van de Wereldbank en meer Amerikaanse hulp te verkrijgen. Met deze bedoeling bracht president Saleh eind 2001 een bezoek aan de Verenigde Staten, Frankrijk en Duitsland.

Ten slotte stelt de vertegenwoordiger van de minister vast dat er erg weinig Belgen in Jemen verblijven. De meesten werken voor de NGO « Handicap sans frontières », die in Jemen erg gewaardeerd wordt. Jammer genoeg komen ontvoeringen ­ die in het verleden het werk waren van plaatselijke chefs en zonder veel erg leidden tot bijvoorbeeld de bouw van een school in ruil voor de vrijlating van buitenlandse toeristen ­ steeds vaker voor, ook in de hoofstad, waar een buitenlandse diplomaat en de Duitse vertegenwoordiger van Mercedes ontvoerd werden. Daarom heeft Buitenlandse Zaken toeristen afgeraden naar Jemen te reizen.

Voorts merkt de vertegenwoordiger van de minister op dat de OESO geen voorwaarden koppelt aan de rechtstreekse investeringen, noch in het algemeen, noch per land.

Jemen behoort tot de minst ontwikkelde landen. Het BBP per inwoner bedraagt ongeveer 370 US$ (gegevens van midden 2001). Ter vergelijking, in 1990 bedroeg het inkomen per inwoner van Noord-Jemen 701 US$.

In 2000 leefde 27,3 % van de gezinnen in grote armoede, met een inkomen van minder dan 1 US$ per dag. In totaal wordt 34,9 % van de Jemenitische gezinnen als arm beschouwd.

Het demografische groeicijfer is 3,5 % per jaar en daalt lichtjes sedert het midden van de jaren 90. Het vruchtbaarheidscijfer is gelijk aan 6,5 kinderen per vrouw. In de Human Development Index bekleedt Jemen de 148e plaats op een totaal van 174 landen. Het reële werkloosheidscijfer bedraagt 35 % van de beroepsbevolking.

Met betrekking tot de bescherming van investeringen antwoordt de vertegenwoordiger van de minister dat de regeling van geschillen bepaald is in de artikelen 8 en 9 van de overeenkomst. Om deze problemen op te lossen kan een beroep worden gedaan op een internationaal scheidsgerecht.

Momenteel heeft Jemen 28 overeenkomsten van de IAO bekrachtigd, in juni 2000 nog de overeenkomst over de ergste vormen van kinderarbeid. Ook de overeenkomst over de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en de bescherming van het vakverenigingsrecht en de overeenkomst over de afschaffing van dwangarbeid zijn bekrachtigd.

In juni 2000 heeft de minister van Werkgelegenheid een samenwerkingsakkoord getekend voor een bedrag van 1,3 miljoen dollar met het programma van de IAO voor de afschaffing van de kinderarbeid (IPEC). Binnen het ministerie zou een afdeling moeten worden opgericht die gespecialiseerd is in de problematie van de kinderarbeid.

Inzake milieu heeft Jemen overeenkomsten gesloten over biodiversiteit, klimaatverandering, woestijnvorming, gevaarlijke afvalstoffen, bescherming van de ozonlaag en wijzigingen aan het milieu. Jemen is eveneens betrokken bij het Verdrag houdende verbod op kernproeven (CTBT).

Het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) heeft samen met een aantal bilaterale donoren een proefprogramma opgestart voor duurzame ontwikkeling en bescherming van de biodiversiteit van het eiland Socotra, het « Galapagoseiland van de Indische Oceaan ».

Ter vergelijking geeft de vertegenwoordiger van de minister een aantal cijfers over de CO-uitstoot per inwoner per jaar. Jemen 0,2 ton, Saudi-Arabië : 3,5 ton, USA : 5,5 ton.

2. STEMMINGEN

Artikelen 1 en 2, alsook het wetsontwerp in zijn geheel worden eenparig aangenomen door de 8 aanwezige leden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.

De rapporteur, De voorzitter,
Michiel MAERTENS. Marcel COLLA.

De door de commissie aangenomen tekst is
dezelfde als de tekst van het wetsontwerp
(zie stuk Senaat nr. 2-936/1)