2-175

2-175

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 24 JANVIER 2002 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Jan Steverlynck au ministre des Télécommunications et des Entreprises et Participations publiques, chargé des Classes moyennes, sur «le traitement financier défavorable des indépendants en ce qui concerne la pension anticipée» (nº 2-663)

Le président. - M. Didier Reynders, ministre des Finances, répond au nom de M. Rik Daems, ministre des Télécommunications et des Entreprises et Participations publiques, chargé des Classes moyennes.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Deze regering is in juli 1999 met grootse ambities van start gegaan. Grootse beloften werden gedaan, maar het is voor de bevolking hoe langer hoe minder duidelijk waar de grens ligt tussen belofte en werkelijkheid, onder andere op het terrein van het sociaal statuut van de zelfstandigen.

De voorganger van minister Daems, de heer Gabriëls, heeft spoedig na zijn aantreden de indruk gewekt dat de financiële benadeling van zelfstandigen die met vervroegd pensioen gaan, zeer snel zou worden afgeschaft. Het is namelijk zo dat een zelfstandige die vervroegd met pensioen gaat, 5% op zijn pensioen als zelfstandige moet laten vallen per jaar dat hij of zij jonger is dan de normale pensioenleeftijd. Iemand die op zijn zestigste met pensioen gaat, verliest dus een kwart van zijn pensioen als zelfstandige, en dit gedurende de volledige periode van de pensionering.

Een voorbeeld om het effect van deze vermindering te illustreren: een man die van zijn twintigste aangesloten is als zelfstandige en altijd gemiddelde bijdragen betaald heeft, gaat op zijn zestigste met pensioen. Hij heeft dan een loopbaan van 40/45 en ontvangt een pensioen van 15.493 frank of 384 euro als alleenstaande of 20.657 frank of 510 euro als gezinspensioen. Zonder toepassing van de vermindering wegens vervroeging zou het pensioen 20.657 frank of 510 euro, respectievelijk 27.542 frank of 683 euro bedragen.

In het stelsel der loontrekkers is deze vermindering wegens vervroeging reeds sinds 1991 afgeschaft. Misschien daarom dat minister Gabriëls destijds ook aankondigde de vermindering te zullen afschaffen met terugwerkende kracht tot 1991 om zo de discriminatie ten overstaan van de loontrekkers op te heffen.

Het was heel lang stil rond deze plannen, tot ook minister Daems in zijn actieplan middenstand-kleinbedrijf van 5 september 2001 de indruk gewekt heeft dat deze vermindering wegens vervroeging zou kunnen worden afgeschaft voor wie op de ingangsdatum van het vervroegd pensioen minstens 40 loopbaanjaren kon aantonen. In een persbericht van 11 januari 2002 herhaalde hij dat voornemen, maar nu enkel voor diegenen die op datum van hun vervroegde pensionering een volledige loopbaan, 45 jaren voor mannen en voor vrouwen momenteel 42 jaren, voor het pensioen hebben bijgedragen, dit als eerste stap naar de volledige afschaffing van de financiële benadeling. We zouden dus in twee stappen naar de afschaffing van de financiële benadeling gaan: in een eerste fase onder bepaalde voorwaarden, met name het aantal loopbaanjaren, en in een tweede fase zonder enige voorwaarde.

De prioriteitennota van de regering, voorgesteld op 18 januari 2002, voorziet weerom in een regeling voor de vermindering bij vervroegd pensioen van de zelfstandigen die minstens 40 jaar hebben gewerkt. Er is echter niet langer sprake van afschaffen, maar wel van temperen.

Al deze beloften hebben bij de zelfstandigen heel wat verwarring veroorzaakt. Hoe zit het nu concreet met deze plannen? De bevolking vraagt duidelijkheid. Mag ik daarom aan de minister vragen of de regering zinnens is in de pensioenregeling van de zelfstandigen de vermindering wegens vervroeging af te schaffen, zoals dat reeds in 1991 voor de werknemerspensioenen is gebeurd, dan wel of die vermindering niet wordt afgeschaft maar getemperd? Wat moeten wij dan onder temperen verstaan?

Wanneer denkt de minister dat deze maatregel zou ingaan? Zal hij eventueel terugwerkende kracht hebben tot 1 januari 1991, zoals minister Gabriëls destijds heeft beloofd? Wordt de maatregel in één maal genomen of zal hij gefaseerd verlopen? Welke voorwaarden zullen in voorkomend geval in de zogenaamde eerste fase worden gesteld? Kan de vermindering wegens vervroeging afgeschaft worden voor iedereen die met vervroegd pensioen gaat, of enkel voor wie 40 jaar loopbaan kan aantonen, of enkel voor diegenen die al een volledige loopbaan hebben op het ogenblik van het vervroegd pensioen?

Hoeveel gerechtigden zouden in de eerste of in de tweede fase voor deze maatregel in aanmerking komen? Welke timing zal worden gehanteerd voor de overgang naar de tweede fase? Weet de minister al hoeveel die maatregel zal kosten en hoe hij die zal financieren?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - Het is te betreuren dat de maatregel van 1991, die het pensioenverlies bij vervroegd pensioen voor werknemers afschafte en de zogenaamde flexibele pensioenleeftijd invoerde, tegelijkertijd niet werd toegepast op het sociaal statuut van zelfstandigen. Alle concrete denkrichtingen die u aanhaalt, betreffen persoonlijke voorstellen die minister Daems heeft geformuleerd in het raam van zijn actieplan voor middenstand en kleinbedrijf. Hij heeft dit plan begin september 2001 aan de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO's voorgelegd met de bedoeling de Hoge Raad om een mening en een prioriteitenrangorde te vragen omtrent een groot aantal voorstellen waarvan ik heb gezegd dat zij niet allemaal in de loop van een regeerperiode kunnen worden gerealiseerd.

Een volledige afschaffing van het pensioenverlies bij vervroegd pensioen van zelfstandigen zou een zeer zware budgettaire kostprijs betekenen die het financieel evenwicht van het stelsel in gevaar kan brengen. Bovendien heeft de regering deze maatregel niet goedgekeurd omdat zij in de actieve welvaartsstaat iedereen wil aanmoedigen om langer aan het werk te blijven.

Dit neemt niet weg dat de regering in het raam van de prioriteitennota die ze op 18 januari 2002 heeft aangenomen, besloten heeft om tijdens de nog resterende regeringsperiode een meerjarenplan te laten uitwerken door een afzonderlijke rondetafelconferentie voor het sociaal statuut van zelfstandigen. Er werd onder meer beslist het pensioenverlies bij vervroegd pensioen te temperen voor de zelfstandigen die op het ogenblik van hun vervroegde oppensioenstelling meer dan 40 jaar hebben gewerkt.

Ik wil en ik kan uiteraard niet vooruitlopen op de opdracht van deze conferentie, die erin zal bestaan concrete regels voor te stellen voor deze en andere maatregelen tot verbetering van het sociaal statuut van zelfstandigen.

Het is een belangrijke vooruitgang dat nu, net als voor de loon- en weddetrekkenden, ook voor de zelfstandigen een rondetafelconferentie omtrent het sociaal statuut wordt georganiseerd. Het is wel te vroeg om de budgettaire weerslag van deze maatregelen te voorspellen.

De heer Jan Steverlynck (CD&V). - Ik stel vast dat er inderdaad geen sprake meer is van afschaffing maar van tempering van de penalisatie bij vervroegd pensioen en dat de nieuwe beloften inzake de beperking van het pensioenverlies van zelfstandigen die meer dan 40 jaar hebben gewerkt, de vroegere beloften vervangen. Voorts zal er tijdens een rondetafelconferentie een meerjarenplan worden uitgewerkt. We mogen de toepassing van deze maatregelen bijgevolg zeker niet in de nabije toekomst verwachten.

En dus blijft er een belangrijke discriminatie bestaan ten nadele van de groep van zelfstandigen die met vervroegd pensioen gaan (op dit ogenblik ongeveer 20.000) en willen gaan en tot 25% pensioenverlies zullen lijden. Hoewel wij beseffen dat het beleid erop gericht is de activiteitsgraad van de ouderen te verhogen, is deze discriminatie ongeoorloofd.

-L'incident est clos.

Mme la présidente. - L'ordre du jour de la présente séance est ainsi épuisé.

La prochaine séance aura lieu le mercredi 30 janvier 2002 à 15 h.

(La séance est levée à 20 h 15.)