2-172

2-172

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 10 JANVIER 2002 - SÉANCE DE L'APRČS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de Mme Sabine de Bethune au premier ministre sur «le suivi du rapport du Sénat sur les droits de l'enfant» (nş 2-626)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Mijn vraag is kort, wat niet wegneemt dat ik met belangstelling uitkijk naar het antwoord.

In juli 2001 bracht de Senaatswerkgroep "Rechten van het kind" unaniem een lijvig verslag uit over de rechten van het kind. Na bespreking in de verenigde commissie voor de Justitie en voor de Sociale Aangelegenheden werd het in plenaire vergadering van 18 juli 2001 eveneens unaniem goedgekeurd.

Uiteraard wil ik niet vernemen welke concrete initiatieven terzake al werden genomen, maar ik wil wel graag weten of de eerste minister al kennis heeft genomen van het verslag, of het aan de orde is gekomen in de ministerraad of de Interministeriële Conferentie van de rechten van het kind en hoe de regering globaal uitvoering geeft aan het kinderrechtenbeleid.

De heer Guy Verhofstadt, eerste minister. - De aanbevelingen van de verenigde commissies voor de Justitie en voor de Sociale Aangelegenheden in het verslag over de rechten van het kind werden per brief van 19 juli jongstleden overgezonden. Zoals mevrouw de Bethune zal merken aan het uitvoerige antwoord, dat ik haar samen met verschillende bijlagen zal bezorgen, hecht de regering groot belang aan de rechten van het kind en dus ook aan de aanbevelingen van de verenigde commissies.

De brede waaier van aanbevelingen werd op 30 augustus voor onderzoek doorgezonden aan de ministers Michel, Onkelinx, Vande Lanotte, Durant, Aelvoet, Duquesne, Vandenbroucke, aan staatssecretaris Boutmans en aan mezelf. Per brief van 30 oktober heb ik het antwoord van minister Vandenbroucke aan de voorzitter van de Senaat doen geworden. Ik weet niet of mevrouw de Bethune het heeft gekregen. Indien niet, verzoek ik de voorzitter van de Senaat haar het antwoord te bezorgen. Alleszins zal ik dat zelf ook doen.

In de begroting 2002 zijn diverse nieuwe initiatieven opgenomen op het vlak van de kinderpsychiatrie voor een totaal budget van 250 miljoen frank. Daarnaast wil ik ook het initiatief van de maximumfactuur in herinnering willen brengen, goed voor een bijkomend bedrag van 1,7 miljard frank. In samenspraak met de ouderorganisaties werkt minister Vandenbroucke aan een grondige hervorming van de verhoogde kinderbijslag voor andersvalide kinderen. De realisatie ervan is gepland in 2003. Meer uitvoerige informatie hieromtrent staat in bijlage 1.

Per brief van 13 november heb ik het antwoord van minister Onkelinx naar de voorzitter van de Senaat gestuurd. Minister Onkelinx bestudeert momenteel de maatregelen die nodig zijn om werkneemsters het recht op borstvoedingspauzes toe te kennen en heeft hiervoor onlangs het advies van de Nationale Arbeidsraad ingewonnen. Verder wijst ze op de sterke band met het IAO-verdrag betreffende de ergste vormen van kinderarbeid. Ze heeft diverse démarches gedaan voor een spoedige ratificatie van het verdrag, dat tot de gemengde bevoegdheden behoort. Deze ratificatieprocedure zal ten vroegste tegen het einde van het jaar beëindigd zijn. Ook van de initiatieven van mevrouw Onkelinx zit een kopie in de bundel.

De antwoorden van de andere betrokken ministers werden me intussen ook toegestuurd, maar heb ik nog niet officieel naar de voorzitter van de Senaat doorgestuurd. Ik zal mevrouw de Bethune echter de voorrang geven en ze haar rechtstreeks toesturen, met de opmerking dat de teksten enkel in de oorspronkelijke taal beschikbaar zijn en dus nog niet vertaald werden.

In zijn antwoord benadrukt staatssecretaris Boutmans vooral de noodzaak van de ratificatie van verscheidene bijkomende protocollen bij de Conventie van de rechten van het kind. Dat is terug te vinden in bijlage 3 van de bundel.

Minister Aelvoet heeft, zoals gevraagd in de aanbevelingen, het wetsontwerp inzake de rechten van de patiënten aangepast. Tevens werd op 17 oktober 2001 het Borstvoedingscomité opgericht. Dit comité werd gevraagd acties en richtlijnen uit te werken ter sensibilisering en ondersteuning van vrouwen die kiezen voor borstvoeding. Ook dit antwoord bezorg ik in bijlage 4 van de bundel.

Vice-eerste minister Michel heeft uitvoerig geantwoord op de talrijke aanbevelingen die hij heeft ontvangen. België benut elke gelegenheid, zowel in bilaterale als in multilaterale contacten, om de aandacht te vestigen op de Conventie van de rechten van het kind, zodat we kunnen komen tot een universele ratificatie ervan. Ook tijdens het voorzitterschap werd deze kwestie verscheidene malen naar voren gebracht. Bovendien zijn we volop bezig met de voorbereidingen van de speciale sessie van de VN, wegens de dramatische gebeurtenissen van 11 september uitgesteld tot mei. De Belgische delegatie zal nog steeds, zoals initieel gepland, vier jonge mensen meenemen. Ook dit initiatief zit in bijlage 5.

Ook het uitvoerig antwoord van minister Durant zit in de bundel.

Ik kom dan bij de andere aanbevelingen, die niet in de verschillende antwoorden terug te vinden zijn.

Aanbeveling 4 van het rapport, namelijk dat het kind in het centrum van het mobiliteitsbeleid moet staan, geldt uiteraard als rode draad voor het beleid. Iedereen die kinderen heeft, kan dat alleen maar toejuichen. Hierbij wil ik toch even de bijzondere problematiek van de dode hoek van vrachtwagens vermelden. Veel van de slachtoffers van dergelijke ongevallen zijn immers kinderen. De vorderingen die er tijdens het Belgische voorzitterschap zijn gemaakt, maken het mogelijk om vanaf nu ook een reglementering op Belgisch vlak op te stellen. Daarom heeft de ministerraad op 30 november 2001 in eerste lezing een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd tot uitrusting van alle nieuwe vrachtwagens van meer dan 3,5 ton met systemen die het gezichtsveld van deze voertuigen vergroten, overeenkomstig de voorschriften in het ontwerp van wijziging van de EU-richtlijn. Bovendien wil ik ook herinneren aan het verkeersveiligheidsplan van 26 oktober, waarin deze antidodehoeksystemen zijn opgenomen. Wanneer het koninklijk besluit verschijnt, zullen we het eerste land in de Europese Unie zijn dat nieuwe vrachtwagens verplicht een antidodehoeksysteem te hebben, ook al is er nog geen EU-richtlijn. We hebben niet op deze richtlijn gewacht, omdat we denken dat het nog veel te lang zal duren voor ze er is.

Inzake Justitie kan ik onder meer het volgende mededelen. De adoptiewet wordt nu besproken in de Kamercommissie voor de Justitie. Het samenwerkingsakkoord inzake de Nationale Commissie voor de rechten van het kind wordt thans voor advies voorgelegd aan alle toekomstige leden van die Commissie. Het nieuwe protocol inzake de samenwerking tussen Child Focus en de gerechtelijke overheden werd op 28 november ondertekend. De bespreking van de wetsvoorstellen inzake jeugdadvocaten, hoorrecht en autonome rechtsgang is onlangs in de Senaatscommissie gestart. De minister van Justitie woonde ook de tweede conferentie inzake commerciële uitbuiting van kinderen in Japan bij en heeft hij daar het EU-standpunt toegelicht.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik dank de eerste minister voor de bundel en voor zijn bijzonder pedagogisch antwoord.

In de inleiding van mijn vraag heb ik al gezegd dat ik apprecieer dat de regering in een aantal dossiers rond kinderrechten initiatieven heeft genomen. Ik betreur echter dat de eerste minister niets zegt over de aanbevelingen die met zijn bevoegdheid als voorzitter en coördinator van de ministerraad te maken hebben. Ik denk dan vooral aan de aanbevelingen die vragen dat er op federaal niveau wordt gestreefd naar een gecoördineerd kinderrechtenbeleid. De Senaat heeft unaniem gevraagd dat een federaal minister wordt belast met de coördinatie van het kinderrechtenbeleid, dat er een kinderrechtennota komt die transversaal doorheen alle departementen gaat en dat de interministeriële conferentie regelmatig wordt bijeengeroepen. De Senaat vroeg ook dat bij de administratie van de eerste minister een cel wordt opgericht die de implementatie van dat horizontale plan moet bewaken.

Ik vernam dat de conferentie onlangs voor de eerste keer na ons advies is bijeengekomen. Dat is positief, maar er zou best wat meer systematiek en logica mogen komen. Het kan niet dat de regering de conferentie pas bijeenroept als de Senaat haar tot de orde roept.

Veel meer dan de positieve initiatieven die de regering her en der al heeft genomen, zoals de dodehoekspiegel, maatregelen voor kinderen in de psychiatrie en dergelijke, is dit het algemene kinderrechtenbeleid de belangrijkste reden voor mijn vraag aan de eerste minister. Is de federale regering al begonnen met een gecoördineerd beleid? Uit het achterwege blijven van een antwoord op die vraag leid ik af dat, zes maanden na het Senaatsrapport, de regering nog altijd niet bewust is van de noodzaak hiervan. Het is jammer dat de regering nog niet eens een totaalvisie op een kinderrechtenbeleid heeft ontwikkeld.

Het is nog niet te laat. Ik vraag de eerste minister om er snel werk van te maken. Het zou mooi zijn mocht ons land over een paar maanden naar de VN-top gaan met de boodschap dat België ook op federaal niveau is begonnen met een algemeen en gecoördineerd kinderrechtenbeleid en dat onze begroting jaarlijks een "kindtoets" ondergaat. Ik heb dat zelf op artisanale wijze eens gedaan voor de federale begroting van vorig jaar en ben uitgekomen op 0,05 procent uitgaven rechtstreeks ten gunste van kinderen. Nu zegt de eerste minister dat het bedrag dit jaar is verhoogd. Ik hoop hem op zijn woord te mogen geloven.

-L'incident est clos.