Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-43

ZITTING 2001-2002

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 1224 van de heer Verreycken d.d. 26 maart 2001 (N.) :
Partijfinanciering. Artikel 15ter van de wet. Arrest van het Arbitragehof. Uitvoeringsbesluiten.

Recent sprak het Arbitragehof mede op mijn verzoek een arrest uit met betrekking tot het nieuwe artikel 15ter van de partijfinancieringswet, dat voorziet in een mogelijke procedure tegen een politieke partij wegens kennelijke en herhaaldelijke vijandigheid tegenover het Europees verdrag voor de rechten van de mens .

Het Arbitragehof bevestigde de wet, maar tot mijn tevredenheid onder drie strikte voorbehouden :

Geen vervolging wegens daden of uitspraken van parlementsleden, een zeer strikte interpretatie van het begrip vijandig , en de mogelijkheid voor een partij om afstand te doen van daden of uitspraken van een geleding.

Volgens een krantenbericht zou de Ministerraad het licht op groen gezet hebben voor de uitvoering van de uitvoeringsbesluiten.

Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen :

1. Sedert welke datum bestaat er een ontwerp van uitvoeringsbesluit ?

2. Werd er gewacht op het arrest van het Arbitragehof om dit besluit uit te werken ?

3. Wie zal het ontwerp van uitvoeringsbesluit concreet opstellen, of wie heeft het opgesteld ?

4. Indien het opstellen van dit besluit het werk was of is van een werkgroep, wie maakt er dan deel uit van deze werkgroep ? Graag de naam van alle deelnemers en hun functie, en eventueel de naam van de vereniging of instantie die zij vertegenwoordigen en hun Franstalige of Nederlandstalige taalrol. Wanneer en waar heeft deze werkgroep zijn of haar werkzaamheden aangevat, en wanneer en waar heeft hij tot op heden vergaderd ? In welke taal worden de vergaderingen gehouden ?

5. Wordt bij het totstandkomen van het uitvoeringsbesluit het Centrum voor racismebestrijding betrokken ? Wordt bij het totstandkomen van het uitvoeringsbesluit de Liga voor mensenrechten, hetzij de Franstalige, hetzij de Nederlandstalige betrokken ?

6. Wordt bij het totstandkomen van het uitvoeringsbesluit een lid of medewerker van de Raad van State of van het Hof van Cassatie betrokken ? Zo ja, wie ?

7. Zijn er bij de personen die medewerken aan het opstellen van het uitvoeringsbesluit, personen die lid zijn van beide liga's ? Zijn er personen die bezoldigd of onbezoldigd taken uitvoeren voor het centrum ? Zo ja, wie ?

8. Op welke wijze zullen de bekommernissen van het Arbitragehof verwerkt worden in de uitvoeringsbesluiten ? Op welke wijze zal beoordeeld worden of een partij afstand heeft genomen van een daad of uitspraak van een geleding ? Op welke wijze zullen parlementsleden vrijgesteld worden, zoals door het Arbitragehof gewenst ? Op welke wijze zal het begrip vijandig in het uitvoeringsbesluit streng en scherp afgelijnd worden, zoals door het Arbitragehof gewenst ?

Antwoord : 1. Een koninklijk uitvoeringsbesluit wordt voorbereid. Het ontwerp daarvan werd goedgekeurd door de Ministerraad op 9 februari 2001.

2. Ja.

3. De diensten van mijn departement evenals de diensten van het ministerie van Justitie werden belast met de opstelling van het ontwerp van koninklijk uitvoeringsbesluit.

De namen van de ambtenaren belast met het opstellen van voormeld ontwerp van koninklijk besluit dienen niet te worden meegedeeld, gezien krachtens artikel 108 van de Grondwet de uitvoering van de wetten toebehoort aan de Koning, met medeondertekening en bijgevolg ook de verantwoordelijkheid van de minister bevoegd voor het voorwerp van de wet.

4. Er werd hiervoor geen enkele werkgroep opgericht. De ambtenaren die het ontwerp opgesteld hebben, zijn eenmaal samengekomen na afloop van hun werkzaamheden, om de tekst op punt te stellen.

5. Geen enkele organisatie die in de vraag vermeld wordt, is erbij betrokken.

6. Ja.

7. Neen.

8. Met toepassing van artikel 15ter, tweede lid, van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, ingevoegd bij de wet van 12 februari 1999, moet elke klacht die wordt ingediend door de leden van de Controlecommissie rechtstreeks aan de Raad van State worden gericht. Tegen het arrest van de Raad van State wordt een voorziening ingesteld bij het Hof van Cassatie.

Het zal dus aan de Raad van State en aan het Hof van Cassatie toekomen om de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn te interpreteren in het licht van het arrest van het Arbitragehof nr. 10/2001 van 7 februari 2001.

Voor het overige schetst het ontwerpbesluit de procedure, zonder uiteraard te kunnen aangeven in welke zin de rechtspraak zich moet opstellen.