2-166

2-166

Belgische Senaat

Handelingen

WOENSDAG 19 DECEMBER 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Johan Malcorps aan de vice-eerste minister en minister van Mobiliteit en Vervoer, aan de minister van Telecommunicatie en Overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand, en aan de staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling over «de eventuele omschakeling van het postvervoer via het spoor naar wegverkeer» (nr. 2-608)

De heer Johan Malcorps (AGALEV). - In het federaal plan duurzame ontwikkeling dat door de regering is goedgekeurd, wordt gekozen voor een mobiliteit die verenigbaar is met een duurzame ontwikkeling. Dat was ook de optie van de resolutie over mobiliteit die door de Senaat is goedgekeurd.

Onlangs geraakte bekend dat de strategische planning van De Post grondige wijzigingen zou ondergaan. Het aantal postsorteercentra zou van vijf naar drie gaan en er zou beslist zijn de post grotendeels via de weg te vervoeren en veel minder via het spoor, waardoor de sorteercentra niet langer spoorgebonden zouden moeten zijn. Hierover ondervraagd in de Kamer, zei minister Daems dat er nog geen definitieve beslissing genomen is, maar dat die vooruitzichten tot de reële mogelijkheden behoren en dat hij die vanuit het oogpunt van de beste kostenstructuur ook zou verdedigen. Als in die zin wordt beslist, gaan de beheerders van De Post en de minister regelrecht in tegen het principe van de overstap naar milieuvriendelijker vervoersmiddelen, zoals vervat in punt 443 van het federaal plan voor duurzame ontwikkeling. Er zou een modal shift worden georganiseerd, maar dan in tegengestelde richting, weg van de meest duurzame vervoerswijze, en dat voor een taak die toch vooral als een publieke taak moet worden beschouwd.

Ik denk in dat verband vooral aan de vervoerswijze en niet zozeer aan het bedrijf of de instelling die het vervoer zal organiseren. Als beslist wordt om het pakjesvervoer, een taak van de NMBS, naar de pakjesdienst ABX over te hevelen, dan komt dat ook neer op een modal shift, want we weten dat ook voor ABX de keuze gemaakt is. Pakjesvervoer langs de weg gaat zeker in tegen het principe van duurzame ontwikkeling.

Los van de sociale bekommernissen rond de plannen van de directie van De Post, is er dus ook reden tot grote bezorgdheid over het ecologische effect. Werknemers van De Post wijzen erop dat bij de verhuis van de grote sorteercentra naar locaties die niet meer spoorgebonden zijn, ook het woon-werkverkeer voor veel werknemers een extra sociale last wordt, zonder te spreken van de ecologische gevolgen, want veel werknemers zullen niet anders kunnen dan de auto te nemen.

Eventuele winsten door een efficiënte werking van De Post kunnen voor de maatschappij in het algemeen zware sociale en ecologische kosten betekenen. De vraag is dan ook of dergelijke vormen van rationalisatie niet contraproductief werken. Hoe staat de staatssecretaris tegenover de ontwikkeling die in het vooruitzicht wordt gesteld? Valt die te rijmen met de planning van het federaal plan voor duurzame ontwikkeling? Kan er een MER, een milieueffectrapport, of een MOBER, een mobiliteitseffectrapport, gevraagd worden over de diverse strategische scenario's die De Post nu uitwerkt? Het zou interessant zijn te weten welke invloed de diverse scenario's hebben op de CO2-uitstoot. Wordt met dat aspect rekening gehouden in de nieuwe studies die de regering vraagt? Over welke instrumenten beschikt de staatssecretaris om de anti-duurzame wending in de regering ter discussie te stellen of moeten we vaststellen dat de principes van het federaal plan voor duurzame ontwikkeling op die strategische beleidsbeslissingen niet van toepassing zijn?

(Voorzitter: de heer Jean-Marie Happart, ondervoorzitter.)

De heer Olivier Deleuze, staatssecretaris voor Energie en Duurzame Ontwikkeling. - De modal shift moet zoveel mogelijk worden aangemoedigd.

Net zoals in mijn antwoord op de interpellatie van kamerlid Marie-Thérèse Coenen op 20 februari 2001, vestig ik uw aandacht op het federaal plan voor duurzame ontwikkeling dat de federale regering op 20 juli 2000 heeft goedgekeurd. Het plan bepaalt dat de overstap naar andere vervoermiddelen voor het goederenvervoer via maatregelen op Europese schaal zal worden gestimuleerd, door het vervoer per schip of per trein aantrekkelijker te maken dan het vervoer per vrachtwagen of per vliegtuig.

Bij de keuze van de locatie van postsorteercentra moet niet enkel rekening worden gehouden met de economische aspecten, maar ook met de sociale en de milieudimensie. Zo is het essentieel dat er maatregelen worden genomen om de CO2-uitstoot te beperken. In die context is het noodzakelijk het intermodale vervoer aan te moedigen teneinde aan de Kyoto-vereisten te voldoen.

-Het incident is gesloten.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergaderingen vinden plaats donderdag 20 december 2001 om 10 uur en om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 15.45 uur.)