2-161

2-161

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 29 NOVEMBRE 2001 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Didier Ramoudt au secrétaire d'État à l'Énergie et au Développement durable sur «l'énergie verte et les parcs à éoliennes en mer» (nº 2-768)

M. le président. - Mme Magda Aelvoet, ministre de la Protection de la consommation, de la Santé publique et de l'Environnement, répondra au nom de M. Olivier Deleuze, secrétaire d'État à l'Énergie et au Développement durable.

De heer Didier Ramoudt (VLD). - In het regeerakkoord staat dat België in uitvoering van de Europese normen het aandeel van groene energie zal opdrijven. Eén van de middelen die daarvoor in aanmerking komen is de oprichting, zowel op het land als op zee, van windmolenparken voor de productie van milieuvriendelijke elektriciteit.

Aan de kust groeit vanuit diverse overheden en sectoren het verzet tegen deze parken op zee, vooral omwille van economische, toeristische en veiligheidsfactoren. Zo wordt een windmolenpark neergepoot midden in een voor de sector van de kustvisserij belangrijk visgebied. Eén van de geplande parken ligt in de drukke aanvaarroute van het Schelde-estuarium. In de bij de projecten gevoegde rapporten staan ook opmerkingen omtrent mogelijke gevaren bij eventuele aanvaringen van een vracht- of tankschip met de toch niet onaanzienlijke aantallen windmolens en de randconstructies die op termijn zullen worden ingeplant. Er wordt zelfs gewag gemaakt van mogelijke doden aan wal bij een ongeval met gevaarlijke producten. Eén en ander zal zeker nefaste gevolgen hebben voor het toerisme aan de kust.

Er is ook nog de visuele vervuiling. In een eerste fase gaat het om een kleine kuststrook van minder dan 20 kilometer en minder dan 150 molens. Mastodonten van 80 meter hoog zullen dus op amper 7 kilometer van de kust staan.

Is in dit dossier, net zoals bij de Kyoto-akkoorden voor de emissienormen, geen compensatie tussen landen mogelijk? Met andere woorden, kan België niet aan zijn verplichtingen voldoen door groene elektriciteit aan te kopen bij buurlanden die meer ruimte hebben voor windmolenparken? We hebben maar 67 kilometer kust en de helft daarvan zal worden bezet met windmolens. Is deze mogelijkheid onderzocht? Zo ja, wat is het resultaat? Zo neen, waarom niet?

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - In de eerste plaats wijs ik erop dat er een heel gedetailleerde procedure voor de bouw van windmolenparken op zee is vastgelegd. Die is vervat in een koninklijk besluit van december 2000 dat ikzelf heb uitgevaardigd in het kader van mijn bevoegdheid inzake leefmilieu, en in een koninklijk besluit van december 2000 van collega Deleuze. Dit laatste regelt de procedure voor het toekennen van domeinconcessies en voor de bouw en de exploitatie van installaties voor de productie van elektriciteit.

Het eerste koninklijk besluit, dat de vergunning en de machtiging van bepaalde activiteiten in zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België regelt, werkt een procedure uit waarin ook een openbaar onderzoek is opgenomen. Daardoor krijgt de bevolking tijdig inspraak in de besluitvorming. Het tweede koninklijk besluit werkt een consultatieprocedure uit met alle betrokken administraties: verkeer, defensie, veiligheidsdiensten en visserij.

Op dit ogenblik zijn er zegge en schrijve vier aanvragen voor het aanleggen van een windmolenpark ingediend. Het gaat dus niet over tientallen of honderdtallen. Die zorgen inderdaad al voor onrust. Zelfs over de twee verst gevorderde dossiers, die van Seapower en Electrabel, is nog geen beslissing genomen, noch in het kader van het eerste noch in het kader van het tweede koninklijk besluit.

Ik vestig er de aandacht op dat een windmolenpark maar kan worden gebouwd als de beide procedures succesvol zijn doorlopen, dat wil zeggen als er een coherent en voldoende antwoord is gegeven op alle mogelijke opmerkingen en bezwaren. Een bijzonder belang wordt daarbij gehecht aan aspecten als veiligheid, visserij, verkeer, milieu en natuur.

Ik vind de bekommernis van de heer Ramoudt voor het toerisme niet erg overtuigend. Er is namelijk geen enkele aanduiding dat windmolenparken het toerisme schaden. Ik ken wel twee voorbeelden, één in Denemarken en één in Nederland, die zijn uitgegroeid tot toeristische attracties. De heer Ramoudt zal het met mij eens zijn dat niet alle onrust gegrond is. Denken we maar aan de onrust bij de winkeliers toen de eerste winkelwandelstraten werden aangelegd. Die duurde tot ze vaststelden dat die juist meer volk aantrokken. Sindsdien zijn de winkeliers de grootste voorstanders van winkelwandelstraten.

De regering is al enige tijd bezig met het uitzoeken van mogelijkheden om internationaal afspraken te maken en zachte energie te importeren. We hopen dat er een Europese markt komt, maar dat mag ons niet ontslaan van onze plicht om zelf hernieuwbare energie te produceren.

De procedures bieden dus voldoende garantie dat er rekening wordt gehouden met de verschillende belangen. We mogen ook niet pessimistisch zijn en denken dat er geen goede inplantingen mogelijk zijn en dat we dus van de ontwikkeling van deze vorm van zachte energie moeten afzien. Dat zou niet verantwoord zijn.

De heer Didier Ramoudt (VLD). - De burger krijgt theoretisch misschien wel inspraak in de procedure, maar in de praktijk betekent dat niet veel. De dossiers, soms 1.200 bladzijden dik, liggen in een kazerne en de burger krijgt twee uur om ze door te nemen.

De drie of vier geplande windmolenparken bestaan bij de aanvang elk uit vijftig molens, maar groeien later uit tot 150 per park.

De gevaren zijn reëel. Ik verwijs naar het aangespoelde vrachtschip in Blankenberge van een paar weken geleden. Hadden daar windmolens gestaan, dan had het schip daartussen gelegen.

De visuele vervuiling is al even reëel. Binnen de zeven kilometer is de horizon heel duidelijk te zien en zijn de molens dus goed zichtbaar. Dat de minister dat een attractie durft te noemen, laat ik voor haar rekening, maar feit is dat we onze kuststreek niet kunnen vergelijken met de Deense of de Nederlandse, waar de bevolking helemaal niet langs de kust woont zoals bij ons. Onze 65 kilometer kust met zijn drukke visserij en kustvaart is niet de schier eindeloze kust van Nederland en Denemarken, waar de windmolens bovendien op onbewoonde eilandjes kunnen worden gebouwd zonder wie dan ook te storen. Dat verklaart trouwens waarom Denemarken vijftien procent van zijn energie haalt uit de groene elektriciteitswinning.

Mevrouw Magda Aelvoet, minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu. - De heer Ramoudt heeft gelijk dat die kusten niet vergelijkbaar zijn. Daardoor zullen we jammer genoeg nooit evenveel windenergie hebben als Nederland en Denemarken.

De visuele vervuiling die ik zie wanneer ik uit de zee kom, vind ik eerlijk gezegd veel erger dan windparken in de zee.