2-159

2-159

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 22 NOVEMBER 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de eerste minister over «de gevolgen van de uitspraken van de fractieleider van de VLD in de Kamer aangaande het migrantenstemrecht» (nr. 2-756)

De voorzitter. - De heer Antoine Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken, antwoordt namens de heer Guy Verhofstadt, eerste minister.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Het lijkt misschien vreemd dat een regering wordt ondervraagd over verklaringen van een parlementslid. Maar toch is dit niet zo vreemd als op het eerste gezicht lijkt, want het parlementslid in kwestie, de heer Coveliers, is in de Kamer fractieleider van de grootste coalitiepartner. Bovendien gaat het niet zomaar om verklaringen. In een interview met de krant De Morgen van 19 november jongstleden zei de heer Coveliers: "Het voorstel zal de Kamer nooit bereiken. Als de Senaat het migrantenstemrecht goedkeurt zal er namelijk geen regering meer zijn." En verder: "Bij de regeringsvorming is afgesproken om de nationaliteitswet te versoepelen en voor de rest te zwijgen over migrantenstemrecht. Dat akkoord wordt nu met voeten getreden."

Gelet op de besprekingen die omtrent dit thema in de Senaat zijn begonnen, moet de regering nu toch eens duidelijkheid scheppen omtrent deze problematiek. Graag kreeg ik van de eerste minister een antwoord op volgende vragen. Is er bij de coalitiebesprekingen inderdaad afgesproken dat de nationaliteitswet wordt versoepeld in ruil voor het niet toekennen van gemeentelijk stemrecht aan vreemdelingen? De heer Coveliers beweert dat er een akkoord is, anderen spreken dit tegen.

Wat denkt de eerste minister ervan dat de fractieleider in de Kamer van de grootste coalitiepartner nu aankondigt dat hij het vertrouwen in de regering zal opzeggen als het voorstel over migrantenstemrecht in de Senaat wordt goedgekeurd?

De heer Antoine Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken. - Het antwoord op de eerste vraag is neen.

Het antwoord op de tweede vraag is eenvoudig. De bespreking over de wetsvoorstellen die aan de gang is in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden, is een parlementaire aangelegenheid. Het is de bevoegdheid van het Parlement om de discussie terdege te voeren.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Ik dank de eerste minister voor zijn zeer duidelijk antwoord op mijn eerste vraag. De heer Coveliers beweert het tegenovergestelde. Ik hoop dan ook dat dit antwoord hem ter ore zal komen. Er is nu eindelijk duidelijkheid over deze kwestie. De heer Coveliers wou dus met zijn verklaringen blijkbaar eens te meer zijn Antwerpse achterban sussen.