(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
De Europese richtlijn van 15 december 1997 betreffende gemeenschappelijke regels voor de ontwikkeling van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap en de verbetering van de kwaliteit van de dienst werd door Belgiė omgezet bij koninklijk besluit van 9 juni 1999. Hierbij hield Belgiė zich strikt aan de Europese voorschriften, die onder meer voorzagen dat postzendingen met een gewicht van meer dan 350 gram en waarvan het tarief vijfmaal het basisposttarief overschrijdt, uit het monopolie van de openbare posterijen geweerd zouden worden.
De richtlijn voorzag verder dat het Europese Parlement en de Europese Raad op voorstel van de Commissie rond een verdere stap naar liberalisatie zouden beslissen en dit uiterlijk op 1 januari 2000. De werkzaamheden liepen echter vertraging op en de leden van de Commissie werden tijdens de top van Lissabon in maart vorig jaar aan hun opdracht herinnerd. De Vijftien benadrukten er dat een concurrerende en dynamische kenniseconomie een openstelling van de markt voor de postdiensten vereist.
De werkzaamheden mondden uit in een voorstel van richtlijn van 30 mei 2000 dat voorzag in de voortzetting van de geleidelijke en beheerste openstelling van de interne markt voor postdiensten in twee etappes, namelijk in 2003, en een volgende fase in 2007.
Het Europese Parlement echter stond sceptisch tegenover het voorstel en nam op 14 december vorig jaar een resolutie aan en diende een aantal amendementen op het voorstel van de Commissie in.
De Commissie op haar beurt nam een aantal van deze amendementen over en verwerkte deze in het gewijzigd voorstel van 31 maart van dit jaar.
Zowel de Europese Commissie als het Europese Parlement opteerden ervoor geen finale datum voor de volledige openstelling van de markt op te nemen en in het gewijzigde voorstel van richtlijn werd bijgevolg 1 januari 2007 enkel beschouwd als een volgende stap in de verdere liberalisering van de markt.
Zonder inschrijving van een definitieve datum echter zullen publieke postoperatoren niet aangemoedigd worden om hun dienstverlening te verbeteren en in te spelen op de dynamiek van de interne markt. Een vaste datum garandeert bovendien de noodzakelijke zekerheid voor potentiėle nieuwe spelers uit de privé-sector op de postmarkt. Dit zal vernieuwing, investeringen en werkgelegenheid creėren.
Zowel in het voorstel van richtlijn (van 30 mei 2000) als in het gewijzigd voorstel van richtlijn (van 31 maart 2001) wordt de term « speciale diensten » gedefinieerd, als zijnde diensten die duidelijk onderscheiden zijn van de universele dienst, waarbij op bijzondere eisen van de cliėnt wordt ingespeeld en waarbij bijkomende prestaties met een toegevoegde waarde worden aangeboden die bij de normale brievenpost niet worden aangeboden. Het voorstel van richtlijn wil de markt liberaliseren, maar maakt hierbij een uitzondering voor de universele dienstverlening. Desondanks acht de Commissie het nodig niet de universele dienstverlening maar de diensten die erbuiten vallen speciale diensten dus te definiėren. Het ligt voor de hand om de uitzondering (universele dienstverlening) eerder dan de regel (een vrije markt) te omschrijven. Door de gegeven omschrijving zal men net de meest innoverende markt gaan beperken.
Graag stelde ik volgende vragen aan de geachte minister :
1. Tijdens de Telecomraad op 22 december 2000 liet u duidelijk verstaan voorstander te zijn om 2007 als finale datum voor volledige liberalisatie in het voorstel van richtlijn op te nemen.
Kan u tijdens het komende voorzitterschap van de EU in het dossier van de postliberalisatie ervoor pleiten om gezien het belang hiervan alsnog 2007 te behouden als einddatum voor de volledige openstelling van de postmarkt ?
2. Wat betreft de definitie van de « speciale diensten » zoals vermeld in het voorstel van richtlijn en het gewijzigd voorstel van richtlijn, wil ik u vragen of het niet beter is een definitie te geven aan het begrip « standaard post » (in plaats van een definitie te geven aan de « speciale diensten ») zodat alles wat niet onder dit begrip valt, automatisch in de open markt terechtkomt en dus de doelstelling van de richtlijn, zijnde de openstelling en innovatie van de markt, bijgevolg beter tot zijn recht komt.
Antwoord : Net als u ben ik een voorstander van een einddatum voor de postliberalisering. Ik geloof dat een dergelijke datum een enorme dynamiek kan teweegbregen en terzelfder tijd voor juridische zekerheid kan zorgen. Een einddatum laat de overheidsbedrijven toe hun interne hervormingsprocessen goed te plannen en alternatieve operatoren weten exact wanneer de markt volledig vrij zal zijn. Tijdens het Europees voorzitterschap ben ik van plan deze stelling te verdedigen. Ik ben trouwens volop bezig met mijn bezoeken aan de lidstaten en benadruk telkens het belang van een dergelijke datum. Het dossier van de postliberalisering is echter uiterst complex en politiek gevoelig. Ik probeer dus pragmatisch te werk te gaan en de bekommernissen van alle betrokken partijen goed te begrijpen om tot het juiste compromis te komen.
De definitie van standaardpost zou eerder verwarrend zijn. De richtlijn maakt een onderscheid tussen de diensten binnen en buiten de universele dienst en ook, binnen de universele dienst, tussen de gereserveerde diensten (monopolie) en de niet-gereserveerde diensten. De speciale diensten zijn diensten met toegevoegde waarde, dus vallen ze buiten de universele dienst.