Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-41

ZITTING 2000-2001

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 1407 van de heer Caluw d.d. 29 juni 2001 (N.) :
Adreswijzigingen. Aanvragen. Onderzoek naar de hoofdverblijfplaats.

Bij aanvragen om adreswijzigingen gebeurt er een onderzoek naar de hoofdverblijfplaats.

Bestaan er richtlijnen omtrent de wijze waarop dit onderzoek moet verlopen, omtrent de tijd die politie en administratieve diensten hieraan moeten besteden ?

Antwoord : Overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister moet iedereen, die zijn hoofdverblijfplaats wil vestigen in een gemeente van het Rijk of deze wil overbrengen naar een andere gemeente van het Rijk of naar het buitenland, dit aangeven aan het gemeentebestuur van de gemeente waar hij zich komt vestigen binnen acht werkdagen nadat de nieuwe woning effectief betrokken werd, of ten laatste de dag vr het vertrek bij overbrenging van de hoofdverblijfplaats naar een ander land.

Het onderzoek van de rele verblijfplaats van een persoon die zijn hoofdverblijfplaats in een gemeente van het Rijk vestigt of die in Belgi van verblijfplaats verandert wordt uitgevoerd door de lokale overheden binnen acht werkdagen na bovenvermelde aangifte.

Na afloop van dit onderzoek en binnen twintig dagen na de datum van aangifte, geeft de gemeentelijke overheid er aan de gemeente van de vorige verblijfplaats ofwel kennis van dat de betrokkene ingeschreven is in de registers, ofwel dat zijn aanvraag tot inschrijving afgewezen is. De gemotiveerde beslissing van niet-inschrijving wordt aan de betrokkene ter kennis gebracht.

Artikel 10 van hetzelfde koninklijke besluit bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening de nadere regels vaststelt volgens dewelke het onderzoek wordt ingesteld.

De algemene onderrichtingen van 7 oktober 1992 betreffende het houden van de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister, achten het raadzaam een onderzoek met bewijskracht te eisen (noodzaak van een ontmoeting met de betrokken persoon, van toegang tot zijn woning, controles die indien nodig herhaaldelijk uitgevoerd moeten worden); het verslag moet gedateerd en ondertekend worden en de data en uren van de uitgevoerde controles moeten erin vermeld worden.