2-157

2-157

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 8 NOVEMBER 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de P90-machinepistolen» (nr. 2-740)

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Ik heb in het verleden vanop deze tribune al diverse uiteenzettingen gehouden over de geduchte P90-machinepistolen. De minister heeft me toen telkens de garantie gegeven dat dit wapen nooit in andere handen zou vallen dan in die van de veiligheidsdiensten, het leger en de politie.

Sinds enkele weken zijn een honderdtal van die pistolen zoek, waarschijnlijk gestolen tijdens een transport van de FN-wapenfabriek in Herstal naar een klant. De P90 is een van de nieuwste wapens van FN en wordt vooral gevreesd voor zijn doeltreffendheid en penetratievermogen. Een kogel uit een P90 zou vijf kogelwerende vesten kunnen doorboren.

Ik heb de minister ook al gewezen op het gevaar van dit wapen en hem gevraagd hoe hij de veiligheid van de burgers dacht te garanderen als het in verkeerde handen zou terechtkomen. Ik heb hem ook gevraagd om, met het oog op een sluitende garantie voor de veiligheid van de burger, de productie van dit wapen te doen stilleggen. Dan kan het ook niet meer terechtkomen bij mensen met slechte bedoelingen. Als dat wapen gemaakt wordt, zal het vroeg of laat toch in de handen van de maffia geraken. Spijtig genoeg zijn mijn voorspellingen van toen vandaag waarheid geworden.

Daarom vraag ik de minister vandaag opnieuw hoe hij de burger denkt te beschermen, nu deze wapens in groten getale zijn buitgemaakt. Hoe wil hij dit soort ontvreemdingen in de toekomst vermijden?

Ik vraag hem nogmaals de productie van dit wapen te doen stopzetten.

M. Antoine Duquesne, ministre de l'Intérieur. - Je crois, monsieur Vankrunkelsven, que vous auriez été mieux inspiré d'interroger le ministre de la Justice. En effet, les faits auxquels vous faites allusion en premier lieu sont l'objet d'une information judiciaire, ce qui signifie que je n'ai aucun accès au dossier. Le ministre de la Justice en sait peut-être davantage.

Votre deuxième question est encore de la compétence de mon collègue de la Justice mais je lui ai demandé de me fournir les éléments de réponse. Je vous les livre : le gouvernement ne dispose d'aucune base légale qui lui permette d'ordonner l'arrêt de la production d'un bien quelconque, même s'il s'agit d'une arme comme le P90. Il ne peut, dès lors, être question de prendre une telle mesure.

J'attire également votre attention sur le fait que le P90 n'est utilisable qu'avec des munitions tout à fait spécifiques et d'un calibre particulier, mises spécialement au point pour cette arme. Ces munitions sont prohibées et ne sont dès lors pas disponibles dans le commerce de sorte que les armes disparues seront très difficilement utilisables. On pourrait cependant imaginer la fabrication occulte de munitions pour alimenter cette arme. Cela suppose une très sérieuse et improbable infrastructure mais ces munitions ne pourront avoir les caractéristiques très performantes des munitions d'origine. La puissance de l'arme, dans ce cas, s'apparenterait à celle d'un pistolet de calibre 6mm ou de calibre 22.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Ik vind het wat flauw als argument dat de minister mij antwoordt dat de wapens wel gestolen zijn, maar de kogels niet. Wacht hij misschien tot ik hem kom vertellen dat nu ook de kogels weg zijn? Of moet ik de volgende keer een machinegeweer met de kogels meebrengen om echt te bewijzen dat die dingen in omloop zijn?

Ik heb ook geen antwoord gekregen op mijn vraag of de regering het niet opportuun vindt om de productie van dit wapen stil te leggen. Ook hier sust de minister mij met het argument dat wel de wapens, maar niet de kogels verdwenen zijn. Met een dergelijk antwoord kan ik onmogelijk vrede nemen.