2-821/1

2-821/1

Belgische Senaat

ZITTING 2000-2001

2 JULI 2001


Wetsvoorstel betreffende het sociaal statuut van de zeevisser

(Ingediend door de heren Didier Ramoudt en Michiel Maertens)


TOELICHTING


De arbeidsomstandigheden in de meest ruime zin van het woord, de bepaling van het loon en de diverse vervangingsinkomens, evenals de relatie van de visser tot de reder (werkgever) zijn zo specifiek voor de zeevisserij dat ze moeilijk in te passen of aan te sluiten zijn bij bestaande sectoriële akkoorden.

De zeer strenge reglementeringen op diverse gebieden, de door Europa opgelegde vlootafbouw, de wankele ecologische en economische toekomst voor deze sector breekt het vertrouwen binnen de sector. Tal van jonge mensen zochten hun toekomst buiten de sector, de instroom vanuit andere sectoren is eigenlijk onbestaande.

De studie door professor Hans Crijns in opdracht van de minister van Landbouw en het Groenboek van Europees commissaris Fishler vragen om een nieuwe visie voor de visserij. Daarbij komen ook de plannen om de visserij binnen het Lambermontakkoord naar Vlaanderen over te brengen.

In het licht van de hierboven aangehaalde feiten en omstandigheden is de sociale continuïteit van de sector niet verzekerd. Daarom is er naast het strategisch plan van professor Crijns en minister Gabriels en/of het Europese Groenboek ook nood aan een aantal sociale maatregelen die passen in een broodnodige nieuwe aanpak ter bescherming van onze Belgische visserij.

Een noodzakelijke globale regeling op de hoger beschreven niveaus kan voor deze bedreigde sector een keerpunt inleiden. Hierbij is een bindend all-in akkoord, vastgelegd in een specifiek « Sociaal statuut voor de zeevisser », de meest aangewezen weg. Het regelt op een duidelijke manier de rechten en plichten van de werkgever en de werknemer.

Didier RAMOUDT.
Michiel MAERTENS.

WETSVOORSTEL


HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :

1º « vissersschip » : elk schip dat doelmatig op zee wordt ingezet voor de commerciële zeevisserij, waarvoor door de bevoegde dienst van het ministerie van Landbouw een visvergunning werd afgeleverd en dat als dusdanig voorkomt op de officiële lijst van Belgische vissersschepen, jaarlijks uitgegeven door het ministerie van Verkeer en Infrastructuur, bestuur van Maritieme Zaken en Scheepvaart;

2º « reder » : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, ongeacht de benaming of het nationale recht volgens hetwelk het is opgericht, die één of meerdere vissersschepen uitbaat onder de Belgische vlag;

3º « zeevisser » : elke persoon die zich aan boord van een vissersschip bevindt in uitvoering van een arbeidsovereenkomst met de reder gesloten. Gedurende de heen- en terugreis tussen de wettelijke woonplaats en het schip, wordt de persoon als zeevisser aanzien, ongeacht de wijze van vervoer.

HOOFDSTUK II. Aanwerving van zeevissers

Afdeling 1 : Algemeenheden

Art. 3

De zeevisser wordt aangeworven door de reder zelf of zijn gemachtigde. In het laatste geval maakt de gemachtigde in de arbeidsovereenkomst duidelijk melding van deze hoedanigheid. De zeevisser ondertekent zelf de arbeidsovereenkomst.

Art. 4

De aanwerving geschiedt door een schriftelijke arbeidsovereenkomst tussen partijen wat voor de zeevisser geen aanleiding mag geven tot een rechtstreekse of onrechtsreekse afhouding op de overeengekomen bezoldiging.

Art. 5

Bij aanwerving wordt een medisch attest voorgelegd dat bevestigt dat de zeevisser « medisch voldoet » om zijn taak op het schip naar behoren te volbrengen. Dit attest wordt afgeleverd door een arts en mag niet ouder zijn dan 3 maanden.

Art. 6

Wanneer een persoon voor de eerste maal een arbeidsovereenkomst als zeevisser sluit, wordt hij in het stamboek der zeevissers ingeschreven.

Dit stamboek wordt bijgehouden op het kantoor van de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaar van de haven van de eerste verbintenis.

Indien de eerste verbintenis in een buitenlandse haven wordt aangegaan, bezorgt de reder binnen vijf werkdagen een afschrift van de arbeidsovereenkomst aan de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaar van de thuishaven van het schip.

Art. 7

Op het kantoor van de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaar te Oostende wordt bovendien een algemeen stamboek der zeevissers bijgehouden.

De inschrijving in dit algemeen stamboek wordt geregeld door de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren van de verschillende havens.

Art. 8

Binnen een maand na de inschrijving in het algemeen stamboek maakt de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaar te Oostende een zeemansboek op voor de betrokken zeevisser. Dit zeemansboek wordt aangetekend verzonden naar het adres van de zeevisser, zoals dit vermeld wordt in de arbeidsovereenkomst.

Art. 9

Het zeemansboek draagt het nummer van het algemene stamboek der zeevissers.

Het zeemansboek bevat de volgende gegevens :

1º de persoonsbeschrijving van de titularis, zijn naam en zijn voornamen, de datum en de plaats van zijn geboorte, zijn wettelijke woonplaats, de hoedanigheid waarin hij volgens de arbeidsovereenkomst is aangenomen;

2º de datum van de eerste arbeidsovereenkomst en, indien die werd gespecificeerd in de overeenkomst, de duur ervan. Verder de naam van het vissersschip, de bruto tonnenmaat ervan, het motorvermogen en de naam van de schipper;

3º de datum en plaats van het beëindigen van de eerste overeenkomst;

4º vervolgens de data en plaatsen van het sluiten van de volgende arbeidsovereenkomsten en de data en plaatsen van het beëindigen ervan, de naam van het vissersvaartuig, de bruto tonnenmaat ervan, het motorvermogen en de naam van de schipper;

5º de naam van de arts die aan betrokkene een medisch attest bezorgde en de datum waarop dit attest werd opgesteld.

Elke nieuwe inschrijving in het zeemansboek wordt ondertekend door de zeevisser en de schipper.

De Koning bepaalt de vorm en de inhoud van het zeemansboek, de verschuldigde retributie en de wijze van betaling daarvan.

Het zeemansboek bevat in het Nederlands en in het Frans, de belangrijkste bepalingen van deze wet.

Afdeling 2. De arbeidsovereenkomst van de zeevisser

Art. 10

Elke overeenkomst, krachtens welke een zeevisser zich tegenover de reder of zijn gemachtigde verbindt om aan boord van een vissersschip te varen, is een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst, welke door de bepalingen van deze wet wordt geregeld.

Art. 11

De bepalingen van deze wet zijn niet van toepassing op de arbeidsovereenkomsten wegens scheepsdienst voor de zeevisserij, door een Belgische zeevisser gesloten voor de dienst aan boord van een vreemd schip en dit ongeacht de plaats waar de overeenkomst wordt gesloten.

De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de arbeidsovereenkomsten wegens scheepsdienst voor de zeevisserij aan boord van Belgische vissersschepen, ongeacht de plaats van het sluiten van de arbeidsovereenkomst en ongeacht de nationaliteit van de reder, of de zeevisser.

Door het sluiten van een arbeidsovereenkomst op basis van deze wet worden de bepalingen ervan alsook het Belgisch socialezekerheidsstelsel voor zeevissers automatisch van toepassing, ongeacht de nationaliteit van de reder of de zeevisser.

Art. 12

Zeevissers die een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst sluiten, dienen voldoende professionele en taalkennis te bezitten om alle bevelen en onderrichtingen in verband met het uit te voeren werk te kunnen begrijpen.

De reder of zijn gemachtigde die de arbeidsovereenkomst ondertekent, gaat na of de zeevisser deze voorwaarde vervult.

Vooraleer een eerste arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst te sluiten, ondergaat de zeevisser een geneeskundig onderzoek bij een door de dienst van de Scheepvaartcontrole erkende arts. Bij dit geneeskundig onderzoek wordt vastgesteld dat de inscheping van de zeevisser geen gevaar inhoudt voor zijn eigen gezondheid of die van de bemanning.

De arts die het onderzoek heeft gedaan, geeft een medisch getuigschrift af.

De kosten van het onderzoek zijn ten laste van de reder. Tijdens zijn verdere loopbaan, onderwerpt de zeevisser zich periodiek aan een geneeskundig onderzoek, zoals is bepaald in de desbetreffende reglementeringen. De kosten van die periodieke onderzoeken zijn eveneens ten laste van de reder.

Bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst gaat de reder of zijn gemachtigde na of de zeevisser in het bezit is van de nodige brevetten, diploma's, getuigschriften of vergunningen voor het uitoefenen van de desbetreffende functie aan boord van het schip. Ook gaat hij na of de zeevisser voldoet aan alle andere vereisten zoals bepaald in de desbetreffende reglementering.

Art. 13

De arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst kan alleen door de zeevisser zelf gesloten worden. Zij is niet geldig wanneer zij door een tussenpersoon met de reder of zijn gemachtigde wordt aangegaan.

Art. 14

De arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst wordt voorafgaandelijk schriftelijk in het Nederlands en in klare bewoordingen opgesteld.

De arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst vermeldt minstens :

1º datum en plaats van het sluiten ervan;

2º de naam, voornaam en wettelijke woonplaats van de reder of zijn gemachtigde. Indien de reder een rechtspersoon is, de officiële benaming ervan en het adres van de maatschappelijke zetel;

3º de naam, voornaam en wettelijke woonplaats van de zeevisser;

4º de naam, de thuishaven en het nummer van het vissersschip waarop de functie moet worden uitgeoefend;

5º de plaats, datum en uur van de verschillende inschepingen;

6º de functie die de zeevisser zal moeten uitvoeren;

7º de wijze van bezoldiging;

8º de duur van de verbintenis. Is de arbeidsovereenkomst gesloten voor een bepaalde tijd, dan moet zij de datum vermelden waarop de verbintenis ten einde loopt. Is zij gesloten voor onbepaalde tijd dan moet zij de termijn van opzegging bepalen en de manier waarop deze dient te gebeuren. De opzeggingstermijn moet voor beide partijen gelijk zijn. De opzeging zowel door de reder als door de zeevisser dient schriftelijk te gebeuren;

9º de datum en de naam van de arts die het medisch attest opstelde.

De vorm en de inhoud van de arbeidsovereenkomst worden vastgelegd in een bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, waarin rekening mag worden gehouden met de verschillende vormen van visserij.

HOOFDSTUK III. Rechten en plichten van de zeevisser

Art. 15

De zeevisser begeeft zich aan boord van het schip op de plaats, datum en uur bepaald in de arbeidsovereenkomst.

Indien de zeevisser zijn dienst aan boord niet begint op het overeengekomen tijdstip kan elke niet gerechtvaardigde vertraging door de reder of zijn gemachtigde beschouwd worden als een rechtmatige oorzaak van verbreking van de overeenkomst.

Tijdens de reis is elke afwezigheid van boord zonder toelating van de schipper een rechtmatige oorzaak van verbreking, zelfs in het buitenland, indien de zeevisser niet aan boord is op het ogenblik van de afvaart van het schip.

Art. 16

De zeevisser is gehouden zijn dienst te verrichten volgens de voorwaarden bepaald in de overeenkomst, deze wet en de van kracht zijnde reglementen en gebruiken.

Hij is steeds gehouden tot gehoorzaamheid aan de bevelen van zijn hiërarchische meerderen. De zeevisser is gehouden mee te werken aan het bergen van zijn eigen schip, hetzij van een ander, hetzij van de verongelukte overblijfsels, goederen en ladingen, evenals tot het verlenen van bijstand aan elk in gevaar verkerend vaartuig.

De zeevisser is niet gehouden een andere dienst te verrichten dan die waarvoor hij zich heeft verhuurd, buiten de gevallen van overmacht, waarover de schipper oordeelt.

Art. 17

Wordt voor de aanvang van de reis vastgesteld dat het de zeevisser ontbreekt aan de noodzakelijke theoretische kennis en praktijkervaring voor het uitvoeren van de functie waarvoor hij zich heeft verhuurd, dan is dit een reden tot onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding.

Indien die vaststelling pas op zee of in het buitenland kan geschieden, dan kan de zeevisser verplicht worden tot elk ander werk waarover de schipper zal oordelen en wordt de vergoeding van de zeevisser, inden daartoe aanleiding bestaat, naar evenredigheid verminderd.

Art. 18

Het is de zeevisser verboden, behoudens schriftelijke toestemming van de reder of zijn gemachtigde, goederen voor eigen rekening aan boord van het schip te vervoeren.

Het is de zeevisser verboden om alcoholische, verdovende of hallucinatieverwekkende stoffen aan boord te hebben, al dan niet voor eigen gebruik.

Deze bepaling heeft geen betrekking op licht alcoholische dranken, die als normaal kunnen worden beschouwd volgens de duur van de geplande reis en het aantal bemanningsleden.

De zeevisser die de bepalingen van dit artikel overtreedt is aansprakelijk voor alle schade, fiscale geldboeten of straffen door het schip daardoor opgelopen, onverminderd het recht van de schipper dergelijke stoffen ofwel in beslag te nemen ofwel te vernietigen.

Art. 19

De zeevisser draagt zorg voor alle instrumenten, machines en voorwerpen, door de reder ter beschikking gesteld voor de uitvoering van zijn functie. In geval van duidelijke vrijwillige vernieling of beschadiging is hij tegenover de reder tot schadeloosstelling gehouden.

Art. 20

Wanneer een zeevisser die ontscheept wordt aan boord goederen achterlaat, maakt de schipper, bijgestaan door twee zeevissers, daarvan een inventaris op en geeft hij die af aan de dienst van de Scheepvaartcontrole. Indien de schipper zelf ontscheept wordt, neemt de stuurman deze taak over.

De reder waakt erover dat de goederen van de zeevisser aan hem, of aan zijn rechthebbende, worden terugbezorgd, binnen een normale en redelijke termijn van maximaal één zeereis.

HOOFDSTUK IV. Rechten en plichten van de reder

Art. 21

De reder of zijn gemachtigde zorgt voor een voldoende aantal zeevissers, elk met de vereiste kwalificaties, om de normale exploitatie van het schip te verzekeren, rekening houdend met de bestaande reglementering.

Art. 22

De reder bezorgt de zeevisser aan boord van het schip een goed ingericht logies, dat ruimte biedt naar evenredigheid van het getal er in onder te brengen zeelieden en dat uitsluitend tot hun gebruik is bestemd. Tevens zorgt hij voor een behoorlijke sanitaire voorziening.

Het verlies of de vernietiging van persoonlijke goederen van de zeevisser ten gevolge van schipbreuk, brand aan boord of andere onvoorziene voorvallen of overmacht, komt ten laste van de reder.

Art. 23

De reder stelt de zeevisser de gebruikelijke beschermingskledij ter beschikking en garandeert dat die in voldoende mate aan boord is. De wijze waarop deze beschermingskledij wordt verstrekt wordt geregeld in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.

De reder bezorgt de zeevissers voldoende materiaal om hun taak uit te voeren en garandeert dat dit materiaal in goede staat is.

Art. 24

De reder betaalt de overeengekomen bezoldiging in overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk V.

HOOFDSTUK V. Bezoldigingen van de zeevisser

Afdeling 1. Algemeenheden

Art. 25

§ 1. De zeevisser wordt per zeereis vergoed op basis van een variabel loon, gelijk aan een procentueel aandeel in de totale bruto-opbrengst van de gerealiseerde vangst.

Dit variabele loon kan nooit minder zijn dan het minimum gewaarborgd dagloon per dag van een zeereis.

In geen geval kan de vergoeding lager zijn dan het gewaarborgde minimummaandloon van arbeiders, omgerekend naar een dagloon.

§ 2. Onder dagen van een zeereis worden begrepen, de vaartdagen tussen het vertrek van het schip uit de haven en het aanlopen van een volgende haven.

De aanwezigheid op zee van ten minste vier uur in de loop van een kalenderdag, wordt als een vaartdag beschouwd. Het uitvaren van een schip voor een duur die 24 uur niet overschrijdt, wordt als één vaartdag beschouwd. Het uitvaren van een schip voor een duur die 24 uur of een veelvoud van 24 uur overschrijdt, levert telkens een nieuwe vaartdag op.

§ 3. Indien de zeevisser werkzaamheden moet verrichten aan boord, terwijl het schip in een haven ligt, wordt die dag gelijkgesteld met een dag van een zeereis, met uitzondering echter van de werkzaamheden die voor het vertrek moeten gebeuren om het vissersschip zeeklaar te maken. Onder zeeklaar maken dient te worden verstaan alle noodzakelijke werkzaamheden om zowel het schip zelf als de uitrusting ervan in een dergelijke staat te brengen, dat bij het aankomen op de visgronden, de visserij onmiddellijk kan worden aangevat.

Art. 26

Het minimum gewaarborgd dagloon zoals bedoeld in artikel 25, § 1, wordt vastgelegd in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.

Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt op basis van de volgende criteria :

1º de aard van het schip;

2º de functie aan boord;

3º de vaartijd van de zeevisser;

4º de zeegebieden waarin het schip gewoonlijk zijn bedrijvigheid uitoefent.

In een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst wordt bepaald wat onder de bruto-opbrengst wordt begrepen en welke bedragen daarvan mogen worden afgetrokken om het variabele loon, zoals bedoeld in artikel 25, § 1, te berekenen. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt volgens de verschillende categoriëen van vaartuigen of volgens de zeegebieden waarin deze hun activiteiten uitoefenen.

Art. 27

Indien de afvaart van het schip door toedoen van de reder of zijn gemachtigde wordt uitgesteld, heeft de zeevisser recht op een vergoeding, gelijk aan het minimum gewaarborgd dagloon maal de geplande vaartdagen.

Ontstaat de vertraging door toedoen van een derde, al dan niet een bemanningslid, dan heeft de zeevisser deel in de gebeurlijk aan het schip toegewezen vergoeding volgens het bepaalde in het eerste lid.

Art. 28

Indien het schip wordt opgebracht in geval van beslag onder derden, of indien het onzeewaardig wordt verklaard, heeft de zeevisser recht op zijn bezoldiging indien hij aan boord blijft.

Indien het oponthoud van het schip langer duurt dan drie opeenvolgende kalenderdagen kunnen de reder, zijn gemachtigde, de schipper en de zeevisser de arbeidsovereenkomst verbreken.

Art. 29

Indien de reis nadat zij begonnen is, door toedoen van de reder of zijn gemachtigde wordt onderbroken, heeft de zeevisser recht op een vergoeding, gelijk aan het minimum gewaarborgd dagloon zoals bedoeld in artikel 25, § 1.

Indien de onderbreking te wijten is aan een derde, al dan niet een bemanningslid, dan heeft de zeevisser deel in de eventuele gebeurlijke aan het schip toegewezen vergoeding, volgens het bepaalde in het eerste lid.

Art. 30

Indien de zeevisser tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst overlijdt, zijn de overeengekomen vergoedingen verschuldigd aan zijn rechtverkrijgenden tot op de dag van het overlijden.

Art. 31

Indien het schip tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst vergaat, heeft de zeevisser recht op de overeengekomen vergoedingen voor de gehele duur van de arbeidsovereenkomst.

Art. 32

Onverminderd de bepalingen van artikel 25 heeft de zeevisser recht op een bijkomende vergoeding voor hulp, bijstand en opsleping van een ander schip, voor zover deze daden een nuttig gevolg hebben gehad en het loon van de zeevisser hebben aangetast.

De juiste wijze van berekening van dat aandeel wordt vastgelegd in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.

Er mag door de reder geen enkele exploitatiekost worden doorgerekend ten laste van de zeevisser.

Art. 33

Wanneer de zeevisser tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst andere werkzaamheden moet verrichten dan die waarvoor hij is aangeworven, en indien aan die werkzaamheden een hogere bezoldiging is verbonden dan zijn gemiddelde bezoldiging, dan heeft hij recht op die bezoldiging voor de tijd dat hij die werkzaamheden heeft uitgeoefend.

Afdeling 2. Schorsing en inhouding van de vergoedingen

Art. 34

De zeevisser die op het ogenblik dat hij zijn dienst moet beginnen onregelmatig afwezig is of die zich tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst zonder toelating van de schipper van boord verwijdert, verliest het recht op zijn vergoeding voor de duur van die afwezigheid, onverminderd de schadeloosstelling welke door de reder of de andere bemanningsleden zou kunnen worden gevorderd.

Art. 35

Het is de reder verboden op de vergoeding van de zeevisser enige afhouding toe te passen behalve een afhouding wegens onregelmatige afwezigheid.

Afdeling 3. Vereffening en betaling van het loon

Art. 36

Het loon van de zeevisser wordt betaald in wettig gangbare munt.

Geen enkel deel van het loon mag in natura worden betaald.

In de arbeidsovereenkomst mogen geen bepalingen voorkomen welke de reder toelaten voorwaarden op te leggen, waardoor de zeevisser niet vrij over het loon zou kunnen beschikken.

Indien de uitbetaling in speciën gebeurt mag deze niet geschieden

1º in een kantine, in een lokaal waar dranken, eetwaren of andere goederen worden verkocht;

2º in vermaakgelegenheden;

3º in lokalen palend aan de onder 1º en 2º genoemde plaatsen of in aanhorigheden daarvan.

Art. 37

Het loon van de zeevisser wordt vereffend ofwel op het tijdstip bepaald in de arbeidsovereenkomst, ofwel uiterlijk vijf werkdagen na het vervallen ervan, op de wijze bepaald in de arbeidsovereenkomst.

Indien de zeevisser naar de haven van inscheping wordt teruggezonden, geschiedt de betaling slechts bij de terugkeer in België. Op het ogenblik van de ontscheping kan een voorschot op de afrekening worden toegestaan.

Een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst kan nadere regels betreffende de vereffening van het loon vaststellen.

Afdeling 4. Voorschotten op het loon en volmachten

Art. 38

Op verzoek van de zeevisser kunnen hem, hetzij bij de aanvang van de arbeidsovereenkomst, hetzij tijdens de duur ervan, voorschotten op het loon worden toegekend. Indien het voorschot bij het begin van de arbeidsovereenkomst wordt gevraagd mag dit niet meer bedragen dan twee vijfden van het overeengekomen loon. Indien het voorschot tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst wordt gevraagd, mag dit niet meer bedragen dan een vijfde van de op dat ogenblik aan de zeevisser verschuldigde loon. In beide gevallen wordt het uitbetalen van voorschotten vermeld op de arbeidsovereenkomst en ondertekend door de zeevisser.

Een bij koninklijke besluit algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst kan nadere regels betreffende het uitbetalen van voorschotten vaststellen.

Art. 39

Bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst kan de zeevisser zijn loon geheel of gedeeltelijk bij volmacht overdragen. De naam, het adres en het rekeningnummer van de rechtverkrijgende worden op de arbeidsovereenkomst vermeld.

De bepalingen van afdeling 3 zijn van toepassing bij de vereffening op basis van een volmacht.

Elke gegeven volmacht kan tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst door de zeevisser worden ingetrokken door een aangetekende schriftelijke kennisgeving aan de reder.

Tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst kan de zeevisser een volmacht geven. De volmacht wordt bij aangetekende schriftelijke kennisgeving aan de reder bezorgd. Ze vermeldt de naam, het adres en het rekeningnummer van de rechtverkrijgende.

De volmacht wordt op de arbeidsovereenkomst vermeld.

Art. 40

De betaalde voorschotten en de gestorte bedragen op basis van een volmacht kunnen van de zeevisser niet worden teruggevorderd indien de arbeidsovereenkomst wordt verbroken door toedoen van de reder, of door overmacht.

Indien de arbeidsovereenkomst verbroken wordt door de zeevisser, zijn de betaalde voorschotten en de gestorte bedragen op basis van een volmacht, door de reder opvorderbaar voor zover zij het loon overtreffen dat op het ogenblik van de verbreking aan de zeevisser verschuldigd was.

HOOFDSTUK VI. Geneeskundige verzorging, verplaatsingskosten en loonwaarborg bij ziekte of ongeval

Art. 41

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de reis geacht begonnen te zijn vanaf het ogenblik waarop de zeevisser de dorpel van zijn hoofd- of tweede verblijf overschrijdt om zich, langs het normale traject, naar het schip te begeven. De reis wordt geacht te zijn beëindigd zodra de zeevisser, via het normale traject, deze dorpel weer overschrijdt.

Art. 42

De bepalingen van dit hoofdstuk doen op geen enkele wijze afbreuk aan de rechten die voortspruiten uit de wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen, de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 of enige andere Belgische of buitenlandse wetgeving op grond waarvan aanspraak kan worden gemaakt op gehele of gedeeltelijke vergoeding wegens dezelfde schade. De zeevisser dient zijn rechten op grond van deze wetgeving uit te putten alvorens de reder op grond van dit hoofdstuk te kunnen aanspreken. De reder die op basis van dit hoofdstuk tussenkomt in de kosten van geneeskundige verzorging, verplaatsing of loonwaarborg, treedt ten belope van deze tussenkomst van rechtswege in de rechten van de zeevisser ten aanzien van de instellingen, gelast met de uitvoering van de bovengenoemde wetten of personen, op welke rechtsgrond ook gehouden tot het geheel of gedeeltelijk ten laste nemen van dezelfde schade.

Art. 43

De zeevisser heeft ten laste van de reder recht op de geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingskosten die nodig zijn wegens ziekte of ongeval, overkomen tijdens de reis. Hij heeft ten laste van de reder ook recht op de vergoeding van de kosten voor verplaatsing die voortvloeien uit ziekte of ongeval, overkomen tijdens de reis.

De verplichtingen van de reder eindigen in elk geval bij het einde van de reis of op het ogenblik waarop de zeevisser, ten laste van de reder voortijdig naar zijn hoofd- of tweede verblijf of een verpleging- of verzorgingsinstelling werd teruggebracht.

De reder draagt tevens de kosten voor het overbrengen van de tijdens de reis overleden zeevisser naar de plaats waar de familie haar overledene wenst te laten begraven.

Art. 44

De zeevisser die tijdens de zeereis arbeidsongeschikt wordt, behoudt ten laste van de reder recht op zijn loon voor de volledige duur van de reis. Indien hij echter voor het einde van de reis naar zijn hoofd- of tweede verblijf wordt teruggebracht, behoudt hij zijn loon slechts tot op dat ogenblik.

Art. 45

De reder die op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk tussenkomsten heeft verleend, kan die terugvorderen van de zeevisser of zijn rechthebbenden, wanneer hij aantoont dat de ziekte of het ongeval enkel te wijten is aan een zware fout van de zeevisser.

HOOFDSTUK VII. Terugzending naar de woonplaats

Art. 46

De in het buitenland ontscheepte zeevisser heeft recht om op kosten van het schip naar zijn wettelijke woonplaats te worden teruggebracht.

Dit recht omvat de kosten van vervoer, logies en voeding. Deze kosten kunnen op de zeevisser worden verhaald, indien de ontscheping om tuchtredenen diende te gebeuren of in het geval bedoeld in artikel 45.

Art. 47

Artikel 46 is niet van toepassing indien de zeevisser in de haven van ontscheping een andere verbintenis heeft gesloten.

HOOFDSTUK VIII. Waarborgen en voorrechten met betrekking tot het loon

Art. 48

De beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaars zoals bepaald in de artikelen 46 en volgende van boek II, titel II, van het Wetboek van koophandel, is niet van toepassing op de schuldvorderingen welke voor de zeevisser voortvloeien uit de bepalingen van deze wet.

Art. 49

De schuldvorderingen van de zeevisser welke voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst zijn op het schip bevoorrecht onder de voorwaarden bepaald in artikel 23 van boek II, titel I, van het Wetboek van koophandel.

HOOFDSTUK IX. Einde en verbreking van de arbeidsovereenkomst

Art. 50

Onverminderd de bepalingen van de artikelen 28, 30, 31 en 45 loopt de arbeidsovereenkomst ten einde door :

1º de dood van de zeevisser;

2º het vergaan, de officieel vastgestelde onzeewaardigheid, of het opvorderen van het schip door een bevoegde overheid;

3º het in hechtenis nemen van de zeevisser als dader of medeplichtige van een misdrijf;

4º de gerechtelijke ontbinding;

5º het ontschepen wegens ziekte of verwonding;

6º de toepassing van artikel 15;

7º de wederzijdse toestemming van de partijen;

8º het vervallen van de termijn bij overeenkomsten van bepaalde duur;

9º de opzegging door één der partijen rechtmatig gegeven aan de andere;

10º het niet uitvoeren van de verbintenissen door één van de partijen.

Art. 51

Indien de arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd werd gesloten loopt ze ten einde bij het verstrijken van de termijn waarvoor zij werd aangegaan. Indien deze termijn vervalt terwijl het schip op zee is, dan neemt de verbintenis van de zeevisser slechts een einde bij de aankomst van het schip in de eerstvolgende haven.

Art. 52

Onregelmatige verbreking van de arbeidsovereenkomst door de zeevisser geeft aanleiding tot schadevergoeding tegenover de reder ten belope van het door hem geleden economische verlies.

Onregelmatige verbreking van de arbeidsovereenkomst door de reder geeft aanleiding tot schadevergoeding tegenover de zeevisser ten belope van het gederfde loon.

De wijze van berekening van de schadevergoeding vastgesteld in het eerste en het tweede lid wordt vastgelegd in een bij koninklijk besluit algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.

Art. 53

De schipper mag de zeevisser slechts zonder opzeggingstermijn afdanken wegens dringende redenen of eisen dat hij onmiddellijk wordt ontscheept indien dergelijke maatregel om ernstige reden, zoals de veiligheid van het schip of de gerustheid van de bemanning, noodzakelijk is en na onderzoek door de met de scheepvaartcontrole belaste ambtenaren die daartoe aangesteld zijn of de plaatselijke havenautoriteiten in een vreemde haven.

De reden van de afdanking wordt in het logboek ingeschreven.

HOOFDSTUK X : Bijzondere bepalingen

Art. 54

Met uitzondering van de boetes wegens inbreuken op de verkeersreglementering zijn zowel de strafrechtelijke als administratieve boetes met betrekking tot het schip, ten laste van de reder. De reder kan zich op de schipper verhalen indien hij bewijst dat de schipper het misdrijf opzettelijk heeft begaan of een zware fout heeft gemaakt.

Art. 55

Mits toelating van de daartoe aangewezen ambtenaar belast met de scheepvaartcontrole mogen minderjarigen vanaf de leeftijd van 15 jaar, tijdens de periodes van niet verplichte aanwezigheid op school, inschepen aan boord van vissersschepen. Zij mogen echter niet als een vast lid van de bemanning worden aanzien.

Zij sluiten een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur waarvan de termijn die van de schoolvakanties niet overschrijdt. De bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten zijn op hen van toepassing.

Art. 56

Bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst wordt een exemplaar overhandigd aan de zeevisser. Een ander exemplaar wordt aan boord van het schip bewaard, waar de zeevisser het op elk ogenblik kan inkijken.

Art. 57

De Koning wijst de ambtenaren aan die belast zijn met het toezicht op deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.

Art. 58

Alle geschillen met betrekking tot de bepalingen van deze wet of haar uitvoeringsbesluiten worden beslecht door de rechtbanken en hoven van het rechtsgebied van de thuishaven van het schip, ongeacht de nationaliteit of de woonplaats van de reder of de zeevisser.

ART. 59

Voor zover deze wet er niet van afwijkt, is het algemene arbeidsrecht van toepassing op de arbeidsovereenkomst wegens scheepdienst.

Art. 60

Wat de zeevisserij betreft vervangen de bepalingen van deze wet de bepalingen van de wet van 5 juni 1928 houdende regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst.

Art. 61

Deze wet treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum.

Didier RAMOUDT.
Michiel MAERTENS.