2-848/1 | 2-848/1 |
12 JULI 2001
De jongste jaren hebben wij kunnen vaststellen dat er talrijke wetswijzigingen zijn geweest die tot doel hadden seksuele geweldpleging op kinderen te bestrijden.
De wet tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek heeft het mogelijk gemaakt een belangrijke stap te zetten in de richting van de slachtoffers en ook nu nog wordt verder nagedacht over de verbetering van het lot van de slachtoffers en hun omgeving. De extra aandacht die besteed wordt aan de slachtoffers kan slechts leiden tot een gevoel van voldoening waardoor zij makkelijker het hoofd kunnen bieden aan de moeilijke toestand waarin zij verkeren en aan hun lijden.
Wanneer daarenboven een wet tot ontsporingen dreigt te leiden of daartoe reeds aanleiding heeft gegeven ten gevolge van een al te strikte interpretatie van de tekst, blijkt het soms noodzakelijk de tekst aan te vullen teneinde misverstanden te beperken.
De bepalingen van dit voorstel die de teksten aanvullen of wijzigen passen in een strategie die de hulp aan slachtoffers en hun omgeving beoogt alsook aan personen die zich inzetten voor de strijd tegen geweldpleging op kinderen.
Artikel 2
Dit artikel strekt ertoe het begrip bedrieglijk opzet in de wet op te nemen voor degene die voorwerpen, zinnebeelden, films, foto's, dia's of andere beelddragers die houdingen of seksuele handelingen met pornografisch karakter voorstellen, zou kunnen in voorraad hebben. Hierdoor moet worden voorkomen dat het louter verzamelen van dergelijke gegevens met lovenswaardige bedoelingen (dit wil zeggen met het oog op het verzamelen van bewijsmateriaal om de daders te ontmaskeren) in de toekomst wordt beschouwd als een misdrijf.
Nu duidelijk is geworden dat met de seksuele uitbuiting van kinderen het toppunt van onrechtvaardigheid is bereikt en dat alle kinderen betrokken partij zijn, moet het ons voldoening schenken dat onze wetgeving herhaaldelijk werd bijgestuurd. Wanneer evenwel blijkt dat een te strikte interpretatie schade zou kunnen berokkenen aan mensen die zich voor het welzijn van de kinderen inzetten, is een aanpassing van de wet zeker wenselijk.
Artikel 3
In de gevallen waarin de magistraat toegang verleent tot het dossier en zijn toestemming geeft voor het maken van een afschrift ervan, zal de kosteloosheid van afschriften, gelet op de buitengewone aard van de aangelegenheid, de indruwekkende omvang van dit soort dossiers en dus ook van de kosten, zorgen voor een nieuwe opening tussen de ouders en de overheid met dien verstande dat die overheid steeds de toegang tot het dossier kan beperken (overeenkomstig de wet) alsook de mogelijkheid om een afschrift van het dossier te maken in de gevallen waarin het gebruik van sommige stukken meer kwaad dan goed zou kunnen doen.
| Anne-Marie LIZIN. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In artikel 383bis, § 1, van het Strafwetboek worden de woorden « met bedrieglijk opzet » ingevoegd tussen de woorden « met het oog op de handel of de verspreiding » en de woorden « vervaardigt of in voorraad heeft ».
Art. 3
In het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt een artikel 272bis ingevoegd, luidende :
« Art. 272bis. De afschriften van dossiers die handelen over gevallen bedoeld in de artikelen 372, 373, §§ 2 en 3, 375, §§ 4 tot 7, 379, 380bis, §§ 4 en 5, en 383bis van het Strafwetboek zijn evenwel kosteloos. »
| Anne-Marie LIZIN. |