2-824/2 | 2-824/2 |
10 OKTOBER 2001
De commissie voor de Buitenlandse betrekkingen en voor de Landsverdediging heeft het wetsontwerp houdende instemming met het amendement op het Verdrag van Bazel van 22 maart 1989 inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, aangenomen op de derde vergadering van de Conferentie van de Partijen, gehouden te Genève op 22 september 1995, besproken tijdens haar vergadering van 10 oktober 2001.
De vertegenwoordiger van de vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken verwijst naar de memorie van toelichting bij het wetsontwerp (stuk Senaat, nr. 2-824/1, 2000-2001, blz. 2-3).
Een lid merkt op dat het onaanvaardbaar is dat dit verdrag uit 1995 nu pas aan de orde is. De commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen moet dossiers bestuderen die de regering jaren geleden al heeft ondertekend. Het lid vraagt met aandrang dat de regering, het kabinet van de minister van Buitenlandse Zaken en de administratie van het departement Buitenlandse Zaken zouden trachten de wetsontwerpen houdende instemming met internationale verdragen sneller in te dienen. Deze opmerking is nog pertinenter in het licht van het debat over de toekomst van de Senaat dat de eerste minister onlangs op gang getrokken heeft.
De bekrachtiging van een internationaal verdrag of een internationale overeenkomst betekent natuurlijk altijd dat de ondertekenende landen een deel van hun soevereiniteit afstaan.
Dezelfde spreker stelt voor de parlementsleden te betrekken bij de onderhandelingen over internationale verdragen. Het verdrag dat nu ter tafel ligt, kan als voorbeeld dienen : het gaat immers om een amendement op het Verdrag van Bazel, een verdrag waarover in de nabije toekomst een conferentie zal worden gehouden. Het is in het belang van de regering dat parlementsleden hieraan kunnen deelnemen.
Een lid verklaart het eens te zijn met de vorige spreker. Hijzelf heeft dezelfde opmerkingen al meermaals geformuleerd in de schoot van deze commissie, bij gelegenheid van de besprekingen van vorige verdragen, die aan hetzelfde euvel leden. Hij voegt eraan toe dat de bespreking van verdragen een van de preferentiële taken van de Senaat betreft. Het blijft uiteraard een formalistische procedure, vermits er aan internationale verdragen geen letter kan gewijzigd worden. De Senaat kan ze enkel goedkeuren of, maar dat is uiteraard minder evident, ze niet goedkeuren.
Een lid stelt dat deze kwestie in de commissie formeel aan de orde dient te worden gesteld. Zij stelt eveneens voor om een strategisch plan uit te werken om aan dit probleem te verhelpen. Het is immers de rol van de Senaat om hiervoor een oplossing te vinden.
De voorzitter beaamt de opmerkingen van de vorige sprekers. Hij vraagt aan de vertegenwoordiger van de minister of de commissie eveneens zou kunnen beschikken over de protocollen die aan elk verdrag zijn gehecht. Dit moet de commissie toelaten het volledige dossier op te volgen, met inbegrip van de afgesloten protocollen die dikwijls worden afgesloten in de periode tussen de ondertekening van het verdrag en het onderzoek van het wetsontwerp door de commissie.
Voorts vraagt de voorzitter dat de commissie zou kunnen beschikken over een geactualiseerde lijst van de verdragen die zich in de administratieve pijplijn bevinden, met de vermelding van de verschillende stappen die het verdrag reeds heeft doorlopen en de stappen die nog af te werken zijn.
Tenslotte zou de commissie moeten kunnen beschikken over een fiche per verdrag, waarop de verschillende administratieve stappen en de desbetreffende data van administratieve afhandeling worden vermeld. Een dergelijke fiche zou zeker moeten beschikbaar zijn voor de verdragen die met vertraging worden voorgelegd.
De artikelen 1 en 2, alsook het wetsontwerp in zijn geheel, worden zonder opmerkingen eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.
Vertrouwen wordt geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van dit verslag.
| De rapporteur, | De voorzitter, |
| Jean-Marie DEDECKER. | Marcel COLLA. |
De door de commissie aangenomen tekst
is dezelfde als de tekst
van het wetsontwerp
(zie stuk Senaat nr. 2-824/1 - 2000/2001)