2-408/4

2-408/4

Belgische Senaat

ZITTING 2000-2001

28 JUNI 2001


Voorstel tot instelling van een parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar de legale handel en de sluikhandel in diamant en andere grondstoffen waarmee sedert 1995 de conflicten in de regio van de Grote Meren worden gefinancierd, alsook naar de rol van BelgiŽ als draaischijf voor die handel


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING


Voorstel tot oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie belast met het onderzoek naar de betrokkenheid van instellingen, bedrijven en personen bij de legale en illegale praktijken met betrekking tot de exploitatie van de rijkdommen in de Democratische Republiek Congo en in de regio

(Nieuw opschrift)


Artikel 1

Naar aanleiding van het VN-rapport met betrekking tot illegale activiteiten van Belgische en andere bedrijven in de Democratische Republiek Congo wordt een parlementaire onderzoekscommissie opgericht met als opdracht :

≠ een onderzoek te verrichten naar legale en illegale activiteiten van bedrijven, instellingen en personen in de Democratische Republiek Congo en in de regio, voor de periode bestreken door de VN-rapportering;

≠ het juridisch kader en de controlemechanismen terzake te evalueren;

≠ aan de hand van de vaststellingen aanbevelingen te formuleren.

Art. 2

De onderzoekscommissie heeft alle bevoegdheden waarin de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek voorziet en oefent die uit volgens de noodwendigheden van haar opdracht.

De onderzoekscommissie hoort alle personen van wie zij het nuttig acht dat ze verschijnen.

De onderzoekscommissie legt de nodige nationale en internationale contacten die voor het vervullen van haar opdracht noodzakelijk zijn.

Art. 3

De onderzoekscommissie bestaat uit vijftien leden, overeenkomstig artikel 84 van het Reglement van de Senaat.

Art. 4

Binnen de door het Bureau van de Senaat vastgestelde budgettaire beperkingen, kan de onderzoekscommissie alle nodige maatregelen nemen teneinde haar opdracht op efficiŽnte wijze te vervullen. Ze kan daartoe, eventueel via een arbeidsovereenkomst, een beroep doen op specialisten.

Art. 5

De commissie brengt binnen de zes maanden na haar oprichting een eerste verslag uit aan de Senaat over haar werkzaamheden. De Senaat kan, op verzoek van de commissie, het mandaat met maximum zes maanden verlengen.

Art. 6

De commissie stelt alle werkingsregels vast die niet in de bovenstaande artikelen bepaald zijn.