Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-34

ZITTING 2000-2001

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 1221 van de heer Roelants du Vivier d.d. 19 maart 2001 (Fr.) :
Plaatselijke mandatarissen. Pecuniaire en sociale status. Toepassing van de wet van 4 mei 1999.

De wet van 4 mei 1999, gericht op het verbeteren van het pecuniaire en sociale statuut van de plaatselijke mandatarissen, voorziet een opwaardering van het salaris van burgemeesters en schepenen.

Artikel 7 van die wet bepaalt dat die opwaardering ingaat vanaf de volgende volledige vernieuwing van de gemeenteraden, in praktijk dus in januari 2001.

In principe brengt de volledige vernieuwing van de gemeenteraad de verkiezing van een nieuw schepencollege met zich mee.

Het kan echter voorkomen dat omwille van speciale omstandigheden de verkiezing van de schepenen vertraging oploopt, zodat het oude college gevraagd wordt om gedurende een bepaalde periode, die echter niet langer mag duren dan drie maand, in functie te blijven.

Is de nieuwe behandeling die in de wet van 4 mei 1999 wordt voorzien, ook van toepassing op de uittredende schepenen die, zoals hierboven is uiteengezet, gevraagd worden om na de installatie van de nieuwe gemeenteraad te blijven zetelen tot wanneer ze worden vervangen of dienen ze te worden bezoldigd op basis van de vroegere wetgeving ?