2-125

2-125

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 14 JUNI 2001 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Patrik Vankrunkelsven aan de minister van Landbouw en Middenstand over ęhet debat over de genetisch gemodificeerde organismen in het kader van het Belgisch voorzitterschap van de Europese UnieĽ (nr. 2-651)

De voorzitter. - De heer Antoine Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken, antwoordt namens de heer Jaak GabriŽls, minister van Landbouw en Middenstand.

De heer Patrik Vankrunkelsven (VU-ID). - Uit de pers heb ik vernomen dat minister GabriŽls het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie wil aangrijpen om het debat over genetisch gemanipuleerde organismen in een bepaalde richting te duwen. Wij vinden dit om verschillende redenen niet gepast. In de eerste plaats behoort deze materie weldra tot de bevoegdheid van minister Aelvoet en tot die van de gewestministers, gezien het economische belang van deze materie. Het is bovendien ongepast dit debat op Europees vlak te voeren zonder dat er op het lokale niveau standpunten werden geformuleerd.

Acht minister GabriŽls het gepast dit onderwerp op Europees vlak aan te kaarten ondanks het feit dat deze materie weldra niet meer tot zijn bevoegdheid zal behoren? Werd deze problematiek binnen de regering besproken en wat is het standpunt van de regering hieromtrent? Is het niet beter eerst een debat in het parlement te voeren alvorens een standpunt in te nemen? Wat was de drijfveer om met zoveel lof over genetisch gewijzigde planten te spreken?

De heer Antoine Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken. - Zoals minister GabriŽls reeds in de Kamercommissie meedeelde, zal de informele vergadering van de ministers van Landbouw aan de integratie van nieuwe technologieŽn in de landbouw worden gewijd. Het initiatief gaat uit van de minister. Het werd besproken op de InterministeriŽle Conferentie Landbouw, in aanwezigheid van medewerkers van minister Aelvoet, en op de recente Europese coŲrdinatievergaderingen die het ministerie van Buitenlandse Zaken organiseerde in het kader van de voorbereiding van het Belgisch voorzitterschap. Alle betrokkenen, ook minister Aelvoet en de gewesten, werden tijdig op de hoogte gebracht van dit initiatief.

De minister heeft tevens overleg gepleegd met de twee betrokken Europese commissarissen, die hem hun steun gaven om het debat over de genetisch gewijzigde organismen in de landbouw te heropenen.

De minister zal verschillende internationale deskundigen uitnodigen om hun recente wetenschappelijke inzichten over de mogelijke vooruitgang te vernemen, om nieuwe technologieŽn te identificeren, om de aandacht te vestigen op de beperkingen en limieten van deze ontwikkeling en om mogelijkheden te onderzoeken die tot een oplossing kunnen leiden op het gebied van onderzoek, steun of communicatie met de consumenten.

Het wordt tijd dat Europa zijn standpunt in verband met de genetisch gewijzigde organismen aanpast. Het beschikt immers over een vooruitstrevende wetgeving, die over enkele maanden nog zal worden aangevuld met een gedetailleerde reglementering betreffende de etikettering en traceerbaarheid van menselijk en dierlijk voedsel afkomstig van genetisch gewijzigde organismen.

BelgiŽ heeft zich nooit uitgesproken ten gunste van het Europese moratorium, maar heeft steeds op een serene manier een wetenschappelijke benadering gesteund voor de analyse van de potentiŽle risico's veroorzaakt door de genetisch gewijzigde organismen. Ons land heeft deze wetenschappelijke en pro-actieve aanpak onlangs nog gebruikt in het dossier van de transgene sojabonen van Monsanto.

De federale regering heeft in de recente verklaring inzake het Belgische voorzitterschap haar engagement uitgesproken om tijdens het tweede semester van 2001 te komen tot een gezamenlijke positie inzake de traceerbaarheid en etikettering van genetisch gewijzigde organismen. Het Belgische standpunt kan een nuttige bijdrage betekenen voor de correcte informatie aan de Europese consument.

Het Europees moratorium vergemakkelijkt de discussie rond dit thema niet. Het is zeker niet de bedoeling om op de informele raad een Europees standpunt te bepalen, maar om wel nuttige elementen aan te brengen voor een verdere serene politieke discussie op nationaal, Europees en wereldvlak. Een discussie in het federale Parlement zal dan waardevol zijn.

Iedereen is ervan overtuigd dat dit het geschikte moment is om het debat over genetisch gemodificeerde organismen in de landbouwsector te heropenen. Dat is ook gebleken uit gesprekken met de andere Europese ministers van Landbouw.